VEG 't Harde
Welkom bij de podcast 🎙️ van VEG ’t Harde . In deze podcast luister je naar inspirerende geloofsboodschappen vanuit de Bijbel, opgenomen tijdens onze samenkomsten, met oog voor het leven van vandaag. Deze podcast sluit aan bij de samenkomsten van VEG ’t Harde, waar geloof en het dagelijks leven samenkomen. Of je al langer christen bent of nog zoekend naar wie God is: deze podcast wil je inspireren, bemoedigen en uitdagen om Jezus te volgen in het dagelijks leven.
Abonneer je op de podcast van VEG ’t Harde (Vrije Evangelische Gemeente ’t Harde) en luister waar en wanneer het jou uitkomt, thuis, onderweg of op je werk.
VEG 't Harde
Geloven als niemand kijkt
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Zondag 15 maart sprak Durk Muurling over het thema Geloven als niemand kijkt. Een bemoedigende boodschap die richting geeft aan ons dagelijks leven en ons helpt om samen te ontdekken en te groeien in geloof.
Goedemorgen allemaal, fijn om jullie te zijn, fijn om samen te zijn. En we willen, nadat we God grootgemaakt hebben in aanbidding, willen we ook uit de Bijbel lezen. En voordat we dat gaan doen, willen we eerst God vragen of Hij ons hart ook bereid wil maken om de woorden van een o zo bekend verhaal, of hij die toch in ons hart wil uitschrijven, wil vertalen. Voordat we er samen over nadenken. Mag ik jullie voorgaan in gebed. God, wat heerlijk om uw naam groot te maken. Om u de juiste plek te geven, want u bent de naam boven alle namen. U bent de God boven alle Goden, u bent Heerser over hemel en aarde. Dank u wel voor wie u bent. Dank u wel dat u de Bijbel ons gegeven, door u geĂŻnspireerd, waardoor we mogen leren wie u bent. Ook vanmorgen als we eruit willen lezen, willen we vragen of u ons wil helpen om te verstaan wat we lezen. En daarom bidden we ook deze morgen. Kom, Heilige Geest, kom in ons hart. Vul ons. Zodat we de woorden die we horen, ook werkelijkbaar tot ons mogen nemen. Zodat we mogen groeien in ons geloof. In onze houding door de week zo ook naar andere mensen toe. Zodat ieder aan ons kan en mag zien dat wij kinderen God zijn. Dat bidden wij in Jezus naam. Amen. Ik wil een klein gedeelte met jullie lezen uit Lukas 19. Ik had een andere Bijbelvertaling, dus hij is niet opgekomen, dus ik lees hem voor. Maar het is ook wel eens lekker om te luisteren. En als je een Bijbel bij je hebt, en dat is eigenlijk best wel een hele goede eigenschap als je naar de kerk gaat. Om mee te lezen in Lukas 19: vers 1 tot en met 10. En er staat: Jezus ging Jericho in en trok door de stad. En was daar een man die Saccheus heette. Deze Sacchaeus was hoofdtolenaar. En hij was erg rijk. Hij wilde Jezus zien om te weten te komen wat voor iemand het was. Maar het lukte Hem niet vanwege de menigte want het was maar een klein stuk. Daarom liep hij snel vooruit en klom in een vijgen boom om Jezus te kunnen zien wanneer Hij voorbij kwam. En toen Jezus daar langskwam, keek Hij naar boven en zei: Zarcheus, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in uw huis verblijven. Zaccheus kwam meteen naar beneden en ontving Jezus vol vreugde bij zich thuis. Alle die dit zagen, zeiden: morend tegen elkaar. Hij is het huis van een zonde mens binnengegaan, om het dak te vinden voor de nacht. Maar Zacchaeus was gaan staan en zei tegen de Heer: Luister Heer, de helft van mijn bezittingen zal ik aan de armen geven, en als ik iemand iets heb afgepest, zal ik het viervoudig vergoeden. Jezus antwoordde: Vandaag is in dit huis redding ten deelgevallen, want ook deze man is zoon van Abraham. De mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden, wat verloren was. Tot zover het woord van God, hallelujah. Gelukkig ben jij, zalig ben je als je het woord hoort in je hart bewaart en dan leeft.
SPEAKER_01Halleluja.
SPEAKER_00Een van de woorden die in dit gedeelte naar voren komt is. Wie zie je wat zie je. En ik heb een plaatje meegenomen op de bimer en ik wil heel graag jullie vragen wat zie je.
SPEAKER_01Kleuren kleuren. Iemand anders.
SPEAKER_00Wacht even, hier komt informatie vandaan. Nederlandse vlag op zijn kop. Jullie zitten ver weg, hè? Daarom is leuk hier achterin. Wat zie jij?
SPEAKER_01Picasso.
SPEAKER_00Picasso! Ik heb het gemaakt! Iemand anders nog een ander inzicht in wat hier staat. Het is klein. Dat is de vraag of het klein is. Wat iedereen ziet dus de gekleurde vlakjes. Hiervoor zie je dat er nog een een of andere krul erheen staat, en het is heel klein. En iedereen zit te kijken naar dat mooie kleine vlakje, en dan wordt er gezegd dat het heel klein is en eigenlijk zeg ik dat is niet waar. Want wat we vergeten te kijken, is dat het een heel groot wit vlak is. Die hoor ik niet. En als ik het gehoord had, had ik het willen zeggen en niet jij. We zien een heel groot vlak. We kijken naar dat hele kleine vlakje. We zijn geobstoneerd door een kleur: een streepje, een vlag, een postregel. Omgekeerde vlag, als je dichterbij komt, zijn het andere kleuren. Maar het grootste gedeelte van dit vlak is wit. Is heel veel wit. Ik heb het zelf genoemd dit plaatje wit. Als je rijk wil worden, moet je met die simpels komen, toch? Maar eigenlijk gaat het verhaal van Sagius hierover. Want Zagcheus is een mannetje klein voor stuk en wat wil hij? Hij is een Jood en hij wil Jezus zien.
SPEAKER_01Alleen hij is niet zo geliefd in de stad.
SPEAKER_00En dus vervolgens wil hij door die menigte heen, kan niet is te klein om achter die menigte iets te zien en klimt in een vijgenboom. Iedereen die vroeg op zondeschool is geweest, heeft wel een liedje gehoord over Zacchaeus en kent daar een liedje over. En Zaccheus denkt ook in die vijgenboom ben ik mooi verborgen. Ziet niemand mij en kan ik hem wel zien, want hij wil observeren. Want hij heeft gehoord over die Yeshua van Nazaret, oftewel Jezus van Nazaret. Dit is een heel bijzondere rabbi. En voor de Joden is dat heel apart, omdat deze man wel heel erg bijzondere dingen doet. En deze tollenaar, want dat is hij. Die wilde Jezus zien. Tollenaar is een soort belastingambtenaar. Hebben wij hier mensen die bij de belasting werken? Yes! Ik ga er even voor staan.
SPEAKER_01Zuster, wij hebben een bloedhekele.
SPEAKER_00Maar weet je waarom wij een hekelaine hebben? Want we hebben geen hekele aan jou. Maar dat komt omdat wij vinden dat we te veel moeten betalen. Dat we opgelicht worden. Dat zegt niks over jou. Maar het gekke is, als we aan jou denken, denken we aan dat kleine vlakje. Oh, inkomstenbelasting, jouw schuld. En dan al de BTW, jouw schuld.
SPEAKER_01Je had vanmorgen niet moeten komen. Tolle naar zo kijken we naar mensen uit de belasting.
SPEAKER_00En we kijken niet. Bruine trui, jurk is het. Daar kijken we niet naar. Dan die belasting. En zo loopt Jezus door de stad en dan kijkt Hij naar boven. Waarom kijkt Jezus naar boven? Omdat Jezus wil zien en Jezus weet, en daar zit Zacchaeus. En zei: Zegeus, ik wil bij jou in je huis komen eten. En dan gebeurt er wat. Dat is zo nat dan. Jezus gaat met Zacchaeus in huis en dan moet je dan opletten wat er in het verhaal gebeurt. Dan staan daar mensen, daar staat het woordje allen, staan voor dat huis en zeggen. Heb je dan gehoord? Jezus is bij haar daar naar binnen gegaan, bij de belastingambtenaar.
SPEAKER_01Bij een zon daar. Dat zeggen ze. Zij zien dat kleine plaatje.
SPEAKER_00Zo kijken wij ook. Zo kijken wij in ons leven ook. Zo kijken we naar elkaar. Zo kijken jullie naar mij. Meeste gebruikte grap hier in de gemeente is druk, dat is druk. Dat is aanwezig. A, d. Maar er zijn ook dingen die je van mij niet weet. Als ik zeg en beweer dat als ik thuis ben, soms zo rustig ben, dat mijn vrouw zegt: altijd ben je overal aanwezig en niet thuis zeg je niks, dan zullen vele van jullie me niet geloven. Ze is vandaag aanwezig, ze zou het kunnen bevestigen, ik zal het niet vragen. Maar dat ik druk ben, dat ik dus spreek en dat ik misschien ook nog wat pasteraat doe, voor sommigen niet eens helemaal helder dat ik het ook op het harde doe. Maar dat is dan zo'n beetje wat jullie van mij weten. Maar dat ik bijvoorbeeld best wel handig ben met een Rubikubus, wie wist dat? Een paar. De familie de Braan doet even niet mee. Want die weet maar al te groot. Kun jij die even. Nee? Het is niet zo moeilijk hoor. Het kan zo, maar weet je, als je het iets verkeerd doet, dan doe je het ook gauw verkeerd. Hey, Broeder de Bruin. Los eens op. Zij kunnen het sneller. Ik ben dan twee, drie minuten bezig en dan is het zo lastig. Maar dat ik dus een Rubencubus kan maken, dat ik websites kan maken, dat weet niemand. Waarom niet? Omdat we eigenlijk alleen maar kijken naar het kleine vakje. En zo kijken we ook naar die zussen. Sorry. Dit beroep komt wel even goed uit in dit verhaal. Maar wie zij werkelijk waar is, dat weten we niet. Wat zij voor hobby's heeft, wat zij verder in haar leven doet, wat zij denkt en wat ze doet, dat zien we niet. Want we zien er op zondag en we weten inmiddels, dat is mijn schuld, dat ze een tolenaar is. Oftewel, het is een compliment hoor, het is een belastingambtenaar. Ze werken bij de belastingen. Maar zo kijken wij naar andere mensen. We zien iets en we hebben daar een oordeel over, net als die mensen die buiten staan, als Jezus bij zijn geest, bij die zon daar binnen is, dan vinden ze daar wat van. En weet je, we vinden allemaal wat. We vinden wat van mijn jasje, we vinden wat van mijn kapsel. Maar de vraag is. De vraag is even: moet je het ook hardop zeggen? Wat schiet je ermee op om te zeggen dat ik dat kapsel van jou? Weet je, je vindt het maar. Je hoeft het niet te zeggen. Waarom moeten we dat doen? Want we vinden natuurlijk vinden we vinden wat van dat plaatje. De meeste mensen zijn meer dan dat kleine plaatje. En Jezus ziet Zacchaeus. Hij ziet die tollennaar. En hij ziet hem in de boom zitten. En Jezus ziet geen tollennaar zitten. Jezus ziet een mens zitten, een mens die klein voor stuk is, die uitgekotst wordt waarom? Hij is een Jood en werkt voor de Romeinen. Hij heeft gewoon een baan en de baan heeft een risico. A, je werkt voor de vijand, dat is wat lastig, maar het zorgt voor inkomsten. En B is het best wel een risicofak, want je kunt soms net iets meer vragen. En dan heb je wat voor jezelf. Vele tolenaars deden dat ook. Maar het interessante is, als je in Lucas gaat lezen, dan komen de tolenaars er helemaal niet zo slecht vanaf, weet je dan. In de andere evangelie wel. En wij hebben zelf ook een beeld. Jezus ging naar zondaars, naar hoeren en naar tolenaars. Dat wordt ook in één mond gezegd, maar in Lucas-Evangelie niet. Misschien komt het omdat Lucas verder kijkt dan zijn neus lang is: wetenschapper is. En zegt nee, hij is een tolenaar. En opeens bij Lucas wordt dat geen scheld naam, wel door de menigte, maar niet door Lucas zelf. En ook niet door Jezus.
SPEAKER_01Jezus ziet de mens. Hij zegt: Ik wil vanavond met jou eten.
SPEAKER_00En dan gebeurt er wat. En dan denken wij allemaal dat er een dikke vette bekering komt. Want dat vinden we heerlijk. Oh, hij is tot bekeer gekomen. Maar Jezus zegt helemaal niet dat hij tot bekeer gekomen. Hij ziet dat deze tollenar een vroome Jood is. Waarschijnlijk ging hij naar de synagoge, werd daar ook al uitgeouwd. Dus zat ergens achter in een hoekje, omdat niemand hem zag, maar hij was Jood. Maar hij werd niet gezien omdat we alleen naar het postzegeltje kijken en niet naar het grote witte vlak, en niet kijken wat bijvoorbeeld zijn geloof inhield. Maar Jezus ziet dat wel. Jezus zag de mens. En weet je wat er dan gebeurt? Door de confrontatie met Jezus zegt Zaccheus. Als ik iets te veel heb gevraagd van iemand, zal ik het viervoudig terugbetalen. En ik geef de helft van wat ik heb, geef ik aan de armen. Maar dat zagen die omstanders niet. Dat zit in het grote witte vlak, dat zagen ze niet. En Jezus zegt: Vandaag heb ik ontdekt: dit is waarlijk: een zoon van Abraham. Gek is dat ook wij: Zacchaeus al veroordeeld hadden tot een tonnaar is een zonda. En Jezus zegt: Ik zie een zoon van David. Hij zag een Jood. Jezus zelf was een Jood. Dus hij zag een broeder in Zacchaeus. Hij zegt: Ik ben gekomen voor degene. Hoe zegt hij dat letterlijk? De mensen zouden gekomen te zoeken en te redden wat verloren was, was Zacchaeus dan verloren. Ja, weet je waarom? Omdat de mensen hem uitkotsten. Hij mocht niet bestaan. Hij was een tolle naar. Hij was een leugenaar. Hij was een dief. Alles wat we zagen in dat kleine postereltje Zacchaeus, dat was hij en hij was verloren. Jezus zeg: Je bent niet verloren, ik ben gekomen op jou te redden.
SPEAKER_01Hoe kijk je? En wat zie je?
SPEAKER_00Als we dit voorbeeld nemen, dan staat dit ook voor hoe we naar onszelf kijken. Ik zou haast willen vragen: ik zal het niet doen. Wie van jullie heeft ochtends het lef om in die spiegel te kijken en zeggen: joh, jij bent er geweldig. Het heeft mij jarenlang gekost. Ik heb een heel slecht zelfbeeld vanuit de origine, vanuit kindertijd meegenomen, het heeft me heel lang gekost. Tot ik ontdekte dat ik een geliefd kind van de Heer ben. Dat ben jij ook. Jij bent een geliefde zoon van God. En jij bent de geliefde dochter van God. Weet je, we zijn geliefde kinderen van God. Maar wij kijken, als we in de spiegel kijken, doen wij hetzelfde als de omstanders en we zijn doodsbang voor wat anderen van ons vinden. Want ze kijken allemaal naar dat post- dat denken wij tenminste. En dat heb ik zelf ook hoor. Ik weet niet of je zelfs een foto van mij gezien hebt. Ik zie, als ik een foto van mezelf zie, dat de oog helemaal hangen. Dat oog is blind. Dat wist ook een hoop niet, maar dat is blind. En die spieren zijn, dat hangt wat. En op een foto zie je het heel sterk. Dus elke denkt, doe maar geen foto, want dat zie je. Gek is als niemand ziet het. Ik zeg het nu. Jullie weten het nu, maar er is niemand ziet het. Ik maak daar een probleem van. Want ik denk: oh, iedereen let op mijn oog. En zo zitten we allemaal in de. Heel veel mensen die ik dagelijks tegenkom in de gemeente, hebben zoiets: wat zullen ze wel niet van mij vinden? Nou, weet je, dat is lekker belangrijk. Het gaat erom wat jij zelf van jouzelf vindt. Kijk maar eens naar die post zeggen: is dat het enige wat jij bent? Ben ik een blind oog? Of heb ik iemand die toch al een buikje heeft? Ben ik dat of ben ik meer? Ik durf soms zelf niet eens te kijken naar dat grote witte vlak. Want ik ben veel meer. Deze zuster werkt wel bij de belastingen, maar ze is veel meer dan dat. En misschien is ze wel de werknemer van de maand. Zou je gunnen? Zeker na vandaag. Omdat ze. Ik moet straks heel veel goed maken. Ze begint ja te schudden al. Schat, we krijgen een extra belastingaangifte. Ze komen maar een bakje doen, ja. Nee, maar weet je, als wij zelf al niet eens het witte vlak van ons eigen leven zien, als we zelfs niet de waarde willen zien die God in ons gegeven heeft? Als we niet eens durven zeggen: ik ben een kind van God en ik ben waardevol en ik ben genoeg zoals ik ben. Waarom zouden de andere mensen dan mij genoeg vinden? Waarom kijken wij alleen maar bij onszelf naar dat wat we misschien niet zo leuk vinden of mooi vinden? Terwijl dat grote witte vlak eromheen zoiets moois heeft.
SPEAKER_01Zo waardevol is, zo groots is. Dan moeten we leren dat het eerst bij onszelf begint.
SPEAKER_00Dat is makkelijk zo, die mensen vinden al van mij allemaal wat. Wat vind je van jezelf? Hoe kijk je naar jezelf? Segus had het er ook moeilijk mee. Allereerst was hij al klein van stukstater. En dan was een toller en wist wel degelijk dat de mensen hem zouden worden. Daarom klimt hij een bang.
SPEAKER_01Ook hij verschilt zich. Wie ben ik?
SPEAKER_00Hoe ben jij? Verschel jij je ook achter een muurtje? Een muurtje van slachtoffers zijn, van zelfkritiek. Van ik ben niet goed genoeg, ik ben een loser. Verschel jij je ook achter alleen dat wat je denkt dat mensen aan jou zien, terwijl terwijl er veel meer is, weet je, de Heer Jezus leert ons om te kijken zonder oordeel. Om niet naar die postzegel te kijken, maar dat grote witte vlak. En als je dat leert. Ik hoop dat je het vandaag meeneemt naar jezelf, maar ook naar de anderen toe. Dat jij leert te kijken naar andere mensen die er misschien anders uitzien dan jou. En die misschien anders denken dan jij, of misschien anders doen dan jij. Maar als je leert te kijken naar dat grote witte vlak, dan ga je zulke mooie mensen ontdekken. Dan ontdek je die God naast jou heeft gemaakt. Ik denk dat het voor relaties alles belangrijk is dat als je hier in een relatie zit, dat je zo naar elkaar moet kijken, dat je eens moet leren naar dat grote witte vlak. Wie ben je nog meer dan wat ik denk te zien? En vragen het eens aan jou: wat zijn die grote witte dingen? Wat is jouw leven wat jou extra mooi maakt, leren eens naar je partner op een andere manier te kijken. O weet je wat ook heel leuk is, je zit over jongeren, ga eens naar je ouders kijken. Ouders zijn stierlijk vervelend. Ze snappen het leven niet, dat snap ik heus wel. Maar het gek is, ze zijn meer, niet meteen bevestiging vragen. Dit is zo niet doo. Hij vindt jou soms echt stierlijk vervelend. En toch als hij, als hij naar het witte vlak van jou zou kijken, dan zou hij zien dat je verleden met anderen uitzakt. Maar dan zou je ook zien: dat geldt ook voor wat anders. Mag ik deze even lenen? Weet je hoe wij jongeren zien? Jongeren zijn mensen die al helemaal vastgekluisterd zitten aan hun telefoon. Dat zijn jongeren van deze tijd kunnen alleen maar swipen. En zo zien we ze ook veel. We zien ze ook veel swipen. En weet je wat ik wel meemaak? Dat ouders zeggen: ja, je hebt straf, leven die telefoon maar een paar dagen in. Weet je wat je dan doet? Dan haal je hun hele leven, een vriendenkring, een hobby's, haal je echt uit hun handen. En we zien alleen maar jongeren, zwijpen is niet goed. Maar zien we ook de rest eromheen. Zien we hoe de jongeren struggelen op school omdat ze niet gezien, niet gehoord worden. Zien we onze jongeren omdat ze geen toekomstperspectief hebben, omdat wij deze maatschappij leeg hebben gemaakt. Dat zien we niet. Misschien is het wel eens een vluchtende ding. Maar hier zit ook wel een stukje zekerheid in voor ze. En als je het anders wil, moet je dat ding niet afpakken. Maar dan moet je samen met ze op dat ding gaan zitten. Of je moet misschien, en dat is heel gek, misschien moet je eens een keer gaan praten met hem. Want ook jongeren kennen het hele grote witte vlak. Dat is dood en met je kind praten. En toch is dat van heel groot belang. Want je mag ontdekken dat je kind meer is dan die telefoon. Je mag ontdekken dat je kind waardevol is. En je kind heeft dat nodig. Je partner heeft dat nodig. Je ouders hebben dat nodig. Je vrienden hebben dat nodig. Om met andere ogen te kijken, om zonder oordeel te kijken, dat doet Jezus. Jezus weet heus wel dat Zacchaeus een tolenaar is, maar hij ziet een mens. Jezus ziet heus wel dat jij zonde hebt gedaan. Maar hij ziet meer dan dat. En dan kom ik nog bij het laatste: hoe kijken wij tegen God aan? Als ik en jullie. Als ik jullie zou vragen waarom Jezus aan het kruis gaan. 80% van jullie zal het positief pakken, zegt om te sterven voor onze zonden. Ja, toch? Dat zeggen we toch heel snel. Ja, klopt niet. Ik zeg het je vanmorgen, het klopt niet. Jezus is gekomen om ons te laten zien wie God is. En de klimax ligt in het feit dat Hij zijn leven voor ons gegeven heeft. Maar Hij is niet alleen aan het kruis gegaan. Voor tollen, voor zondaars. Maar ook voor jou als je in de rat zit. Voor die jongeren die geen toekomstperspectief heeft. Voor een vader die angst heeft omdat hij niet weet of hij zijn gezin goed kan onderhouden. Om die benzine zo duur is en omdat zijn baan op zijn tocht staat. God is gekomen en die heeft aan het kruis gehangen, ook voor als je ziek bent en niet meer weet hoe het verder moet. Hij is gekomen als jij een slecht zelfbeeld hebt. Want aan het kruis laat Hij zien: ik hou zoveel van je. Jij ziet de postzegel, ik zie dat witte vlak, ik zie een prachtig mooi mens in jou. Jezus is voor veel meer gekomen dan even onze zonde. Hij heeft ons laten zien, en dat is misschien wel de grootste zon: dat jij, dat u, dat jij Gods geliefde kind bent. Maar dat zien wij niet meer. Want deze maatschappij vindt wat van mij. Ik vind wat van mij. Die Postzegel wordt ons perspectief. Terwijl die postzegel maar zo'n klein stukje is van het hele grote scherm.
SPEAKER_01Het schilderij heet wit.
SPEAKER_00En dat ziet God. God die kijkt door de bril van Jezus, die aan het kruis gestorf is voor jou, die jou verlost heeft van alles waar jij bang voor bent, waar jij moeite mee hebt. God heeft je verlost van jouw postzegeltje. En ziet een prachtig mooi mens. En wat zien wij? Straks met goede vrijdag. Ach ja, het is leuk, maar ik vind mezelf niet zo mooi en ik vind mezelf niet zo goed. En daarmee zeggen we: Heere God, blijf maar hangen aan dat kruis. Want u heeft dat wel van mij gedaan, maar ik geloof het niet. Want ik voel mezelf niet goed, ik vind mezelf niet goed. Ik zie alleen maar dat kleine beetje wat niet goed is. Weet je wat jullie zouden moeten doen, morgen? Als je morgen opstaat, en ik hoop dat je eraan denkt, maar dat geldt ook voor overmorgen. En ook voor die dag daarna, als je naar de debatkamer gaat en in de spiegel kijkt, zegt dan: God, u heeft een prachtig mooi moment gemaakt. Sorry dat ik altijd naar mijn zwakheden kijk, terwijl u naar mijn grootheid kijkt. U kijkt naar dat wat u in mij gelegd heeft. Weet je wat de grootste fout is? Dat wij naar het postzeggetje kijken dat we niet tot onze bestemming komen. Dat God zoveel in jou gelegd heeft, maar dat je daar niet aan toe komt, omdat we alleen maar dat postzeggetje zien staan. Omen dat anderen dat alleen maar zien staan. En dat is een hele grote fout. Want God heeft jou groter gemaakt. En zo moeten we ook op weg naar goede vrijdag, op weg naar dat kruis op Godta. Daarin moeten we niet alleen maar zeggen, Heere God, u bent voor mij zonder gestorven. Nee, God, u heeft mij gered, u heeft mij in het licht gezet, u heeft mij in het leven gezet door aan het kruis gegaan. Wij maken God ook klein, omdat wij denken dat we wat van God kunnen vinden. Nou, het enige wat wij van God kunnen vinden, staat in het boek, maar God is veel groter. En het kruis op Golgetar, dat zet jou in de vrijheid. Ga laat de vijpen zijn. Als Christus voor ons gestorven is, ga dan in die vrijheid staan en laat je niet opnieuw het slavenjuk opleggen. En het slavenjuk is dat plaatje onder andere slavenjuk wat we onszelf opleggen, God is aan het kruis gestorven om jou in de vrijheid te zetten. En dan mag jij uitstappen en moet niet zeggen, ja, maar dat durf ik niet, dat kan ik niet. Dat kan je wel, waarom? Omdat God gezegd heeft: ik zal met jou zijn. En vanuit dat postzegeltje bidden we heel gaan. Heer, God, wilt u bij ons zijn, ja, dat hoef je niet te bidden, dat heeft u beloofd, weet je dat? Toen hij naar de hemel ging, ik zal met je zijn alle dagen tot aan de volleiding der wereld. Matthäus 28. Maar wij zitten zo in ons postzegeltje. Terwijl God zegt, ik heb jou zo mooi gemaakt. Stap uit. Vertel andere mensen van mij lief. Begin bij de kinderen, begin in je gezin. Begin aan je niet gelovige broer, begin aan je buurman. Je hoeft niet naar Afrika meteen. Maar je bent allemaal zijn, zendingswerken. Je bent allemaal missionair werken. Dan kan ik niet, wat ik ben, maar zo'n proporzig dat je bent, kan het wel. Waarom ik zal met jou zijn? Ik zal je helpen. Zacchaeus was een Jood. En heeft Jezus gezien en er gebeurde wat met Hem. Binnenkort op Goede Vrijdag gaan we Jezus zien. De klimax van Gods liefde op aarde. En ik hoop dat je op goede vrij, dat je niet alleen maar denkt, Oh, ik wil Pasen. Nee, dat je zegt ik wil nog geen paasen. Ik wil eerst goede vrijdag hebben om te zien wat Hij deed voor mij, om te ontdekken wie ik ben, wie ik mag zijn. Gods geliefde kind. Met alles wat daar misschien vreemd aan is, maar dat vindt een ander vreemd, of dat vind jij vreemd en God vindt het niet vreemd. Ik zou nog een heel stuk van Romeinen 14 erbij kunnen lezen. Ik daag je uit om dat maar eens te lezen. Waarin Paulus zegt: het gaat niet om wat je eet of drinkt. Als iemand wat eet, omdat hij daar God mee wil dienen, is dat prima. Maar die Joden zeiden: nee, dat kan niet. Varkensvlees mag niet. Is dat gelijk varkensvlees niet het beste? Dat is wel lekker, goedkoper, maar het is niet het allerbeste. Maar als jij varkensfeel eten en daarmee God wil eren, zegt Paulus, dan moet je de anderen daar niet om veroordelen. Je mag ook niet tot ergernis zijn als je in een huis komt of je krijgt visite, dat is ook zo leuk, visieten zijn allemaal vegetariër, dan moet je ook geen varkensfees gaan neerzetten. Ook al wil je het zelf hebben. Je moet wel respecten. Dat is wat Romeinen 14 ons zegt. Maar weet je dat wij als Christen vol oordeel zijn over andere christenen. Weet je dat de kerk misschien wel de plek is waar we het meeste oordeel over de ander hebben. Maar dat is dan alleen maar dat kleine stukje wat we zien en niet die hele mooie mens die God gemaakt heeft. Ik hoop dat je zo op weg wil naar goede vrijdag. Weten dat jij meer bent dan wat jij denkt dat mensen over jou denken. En misschien mag je bij jezelf onderaan dat kruis ook nog wel dingen herkennen aan wie jij bent, hoe God jou gemaakt heeft. Er zit zoveel waarde in om werkelijk waar door de bril van Jezus, oftewel door het kruis heen, naar jezelf te kijken. En daar hoop ik oprecht. Of je nou iets minder jong bent, of de jongste bent, dat je het mag ontdekken. Dat jij zijn geliefde kind bent. Dat je zo waardevol bent in zijn ogen dat hij niet alleen de wereld, maar zijn eigen leven voor jou heeft gegeven. Amen.