VEG 't Harde
Welkom bij de podcast 🎙️ van VEG ’t Harde . In deze podcast luister je naar inspirerende geloofsboodschappen vanuit de Bijbel, opgenomen tijdens onze samenkomsten, met oog voor het leven van vandaag. Deze podcast sluit aan bij de samenkomsten van VEG ’t Harde, waar geloof en het dagelijks leven samenkomen. Of je al langer christen bent of nog zoekend naar wie God is: deze podcast wil je inspireren, bemoedigen en uitdagen om Jezus te volgen in het dagelijks leven.
Abonneer je op de podcast van VEG ’t Harde (Vrije Evangelische Gemeente ’t Harde) en luister waar en wanneer het jou uitkomt, thuis, onderweg of op je werk.
VEG 't Harde
Pasen - God's regering hier op aarde
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Zondag 5 april sprak Theo du Crocq over Pasen. Een bemoedigende boodschap die richting geeft aan ons dagelijks leven en ons helpt om samen te ontdekken en te groeien in geloof.
Het onderwerp is al gezegd, Gods regering hier op aarde. We zullen de Bijbeltekst even lezen. De boodschap over het kruis is dwaasheid. Voor wie verloren gaan. Maar voor ons die worden gered, is het de kracht van God. Er staat namelijk geschreven: ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen. Het verstand van de verstandigen zal ik er niet doen. Waar is de wijze? Waar is de schrift geleerde? Waar de redenaar van deze tijd? Heeft God de wijsheid van de wereld niet in dwaasheid veranderd? Want zoals God in zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld Hem niet door haar wijsheid gekend en heeft besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging. De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heiden dwaas. Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid. Want de dwazen van God is wijzer dan mensen en het zwakke van God is sterker dan mensen. Het is lang geleden in een uithoek van het Romeinse Rijk, een provincie van het Romeinse Rijk, een onrustige provincie. Ze noemde het Palestina. In een heel simpel agrarisch gebied. Leefde een jongeman. In een simpel gebied. In de oudheid was het zo waar jij woonde als je je jeugd toerbracht. Dat was bepalend voor de rest van je leven. Hij woonde in een agrarisch gebied. Er waren alleen maar agrariërs, timerlieden. Simpele. Er was geen fatsoenlijke rabbie, geen fatsoenlijke school te vinden. Alles was heel simpel heel erg derde rangs. Toch woonde hij daar. En hij ging in de synagog en hij leerde. En op een gegeven moment begon hij ook te spreken, en het merkwaardige was, wat hij sprak. Ja, tuurlijk. Ik begin weer helemaal opnieuw. Lang geleden, nee, dat is niet waarin. Maar hij verkondigde, hij sprak over de wet van Mozes, met dan op een veel hoger niveau. Veel hoger niveau dan de mensen gewend waren. En de mensen waren echt geraakt daardoor. Het was echt wel bijzonder. En hij ging ook rond en ging ze gedragen als een rondreizende rabbie. Beetje me kwaardig, want hij had geen enkele opleiding. Er was niemand voor wie kon zeggen, hij was een goede student van mij. Zomaar vanuit het niets ging hij rondreizen door het land als een rondreizende rabbie en ging zelfs tegen mensen zeggen: volg mij. En ook daarin was hij zo vreemd eigenlijk. Wie jij vraagt als rabbie, dat zijn de beste studenten, mensen die al een goede vooropleiding hebben gehad. En die daaruit blinken die heel goed leven foutloos proberen te leven. En dan zegt zo'n rabbie: jij mag mij volgen. Jij mag mij volgen, jij mag mij volgen. En zo probeer je een elite te creëren van studenten. Maar deze man vroeg vissers. Misschien zelfs ongeletterde. Een tollenaar. Andere mensen zonder enige, zonder enige waarde. Onbelangrijke mensen. Dwaasheid is dit. Het is echt een beetje dwaasheid wat hij deed. Het aparte was, dat is een helemaalige. Hij deed wonderen. Werkelijk onvoorstelbare wonderen. En ik kreeg zo de aandacht van het hele land. Het hele land kreeg interesse in hem. Gelukkig, wat moet je van hem denken? Gelukkig zijn er mensen in Jeruzalem, schriftgeleerde, Sadusën, Farzen, een raad van hele wijze mensen die een mening kunnen vormen. En zij stuurde afgevaardigden en ze gingen met hem praten, ze gingen naar hem luisteren, ze gingen naar hem kijken. Ze gingen terug naar Jeruzalem, vergaderden hierover. En zeiden: Dit is voor ons duidelijk: de dingen die deze man doet, doet hij met de kracht van Satan. Dit is iemand die het doet uit de kracht van de bozen. Dit is gewoon echt een slecht iemand. Gelukkig dat we zo'n elite hebben, van geestelijke mensen, wijze mensen die een oordeel kunnen vellen. Maar het volk, het gewone volk, liep achter hem aan. En dit was in een tijd dat men hunkerde naar de Messias. Men hunkerde naar de Messias. Men was bezet door de Romeinen. En in feite wilde men niets liever dan regime change. Toen ook al, hè. Men wilde regime change. Men wilde een andere regering. En men kon geen hulp verwachten van buitenaf. Het moest van binnenuit komen. Nee, men hunkerde naar de komst van de Messias. Want de Messias. Die zou een volk leiden. Die zou de krijgsheren zijn, die zou het volk zegenen in de strijd, kracht geven, de Romeinen overwinnen en de tempel heiligen. En dan zouden de heiden naar Jeruzalem komen. En alle schriftplaatsen zouden in vervulling gaan. Men zou daar de God van Israël op de berg Sion aanbidden, onder leiding van de Messias. En zou deze man de Messias zijn? Zou die het zijn? En er waren momenten dat men dacht: heer het? En er waren momenten dat men zei: we nemen hem mee en we maken hem koning. En hij had toen koning kunnen worden, maar hij liep weg. Ontvluchte hen. Hij trok zich terug. En andere momenten deed hij wel echte tekenen van de Masias. Op een gegeven moment ging hij Jeruzalem binnen op een ezelsfeulen zoals voorspeld is, en zou hij toch denken: dit is. Nu laat hij zichzelf zien als de Messias. Is hij het nou of is hij het niet? Er waren mensen die dachten hij is het. Gelukkig is een heleboel wijze, wijze mensen van die tijd wisten dat hij het niet was. Anders zou het wel anders zijn. En wat zegt hij rare dingen? Wie mijn vlees eet, wie mijn bloed drinkt, dat zijn het rare dingen. Wat zijn het dwazen dingen? De Messias zou het toch ook niet zeggen. Wat zijn het voor vreemde dingen die hij zegt? Wie tot mij komt, heeft eeuwig leven, zegt de Masias ook niet. Wat zijn het voor vreemde dingen? Maar het volk was onrustig en het volk wilde hem volgen, velen van het volk. En dit was gevaarlijk: we leefden onder de regering van Rome. Rome wilde rustige provincies, waar weinig soldaten nodig waren waar men belasting betaalde, waar het goed was, waar de stroom van inkomsten was. Israël was belangrijk als doorvoerland naar Egypte. Rome wilde rustig om. Geen opstand wilde Rome. Als er een opstand kwam, dan was er nog één antwoord van Rome: keihard neerslaan. En dan lag een legioen in Syrië. Grote bekwaam legioen, gehart legioen. De leiding in Jeruzalem wist. Als dit zo doorgaat, als dit zo doorgaat, als het volk hem gaat aannemen, als het volk hem gaat uitroepen tot Mesias, dan komt er een opstand. En dan komen de Romeinen. En ze zullen keihard neerslaan. Niets ontziend, zullen ze het volk vermoorden. Nee, het was wij. Het was wijs om te zeggen: beter één man dood dan het hele volk dood. Gelukkig dat we zo'n wijze regering hebben. Gelukkig dat we een wijze leiding hebben die dat kan beslissen voor het volk. Gelukkig. Alleen, hoe moet je hem te dood brengen? Best lastig. Want er was wel Romeinse recht, er was wel Romeinse wetten. Maar er was één opmerking die je maakte, ja, daar konden ze wat mee. Hij zei: ik zal deze tempel afbreken en binnen drie dagen opbouwen. Ja, dat is het. Tempelroof, aankomen van een tempel, dreigen met de tempel verwoesten. Daar stond het hele Romeinse Rijk de doodstraf op. Dat is een van de ergste dingen die je kon doen, welke tempel het ook was, je moest van tempels afblijven. Als hij impliceert, dus je verdraait ze woorden een klein beetje. Als je een woord een klein beetje verdraait, dan bedreigt hij de tempel en daarmee kun je naar de rechter en zeggen dood ermee. En dat hebben ze ook gedaan. Niet gewoon de dood. Als we dan toch dood moeten doen, dan doen we het ook wel zo extreem mogelijk. De meest vernederende, pijnlijke, mensonterende dood die er is. De kruisdood. En daarmee hebben ze het afgelopen. Gelukkig rust keer terug in het land. Iedereen ziet het. Het is een valse profeet. Het was een valse messias. Het is klaar. We zijn voor de gek gehouden. Het was een man die wonderen deed. Maar uiteindelijk hebben ze gepakt en hebben ze gedood en hij is gestorven. En het is klaar. De beweging is voorbij. Er zijn nog een paar mensen die nog bij elkaar komen om hem te gedenken. Maar het is niets meer. De wijsheid van de mensen, de wijsheid van de wereld heeft gelukkig gewonnen. Gelukkig. De Rust is terug, het volk is veilig. De leugenaars zijn ontmaskeld. De valse Masias is gedood. We kunnen rustig verder. En dan plotseling. Het onverwachte het onmogelijke. Hij staat op uit de dood. En hij laat zich zien aan mensen. Mensen zien hem. Hij laat zich zien. En dit is zo'n ontzettend ongelooflijk iets. Iedereen is daardoor geraakt. En als men dan zegt: neem Hem aan, accepteer Hem in je hart. Dan doen mensen dat ook bij duizenden. En opeens bidt men een opgestaande Christus. En het is er weer. Het is er weer. Jerusalem een miljoenenstad. Een miljoen mensen wonen daar, even groot als Rome. Een van de grootste steden uit de oudheid. Het waren maar een paar duizend mensen die gelovden. Dat weet ik ook wel. Het is misschien maar een druppel. Maar het is wel gevaarlijk: het begint misschien weer. Heel verstandig dat de mensen zeiden, we moeten vervolgingen doen, we moeten ze uitstoten uit de tempel, uitstoten uit de familie. We moeten ze in de gevangenis gooien. Dus noods achterna reizen naar Syrië. Deze beweging die nu begint, deze valse beweging, deze dwazebeweging, moeten we gewoon uitstampen, gewoon te verwoesten. Dat is heel verstandig, heel wijs. En wat gebeurde de mensen vluchten? Ze vluchten naar Spanje. Ze vluchten naar Indië. Ze vluchten naar Griekenland en naar Turkije, naar Rome. En het evangelie wordt helemaal verspreid over het hele Koninkrijk. De dwaasheid. De wijsheid van de mensen dachten, we zullen het christendom verwoesten. Maar het was dwaasheid. En Gods kracht. Gods wijsheid is groter. Dan de dwaasheid van mensen. Gods kracht is groter dan de dwaasheid van mensen. Kunnen we daarmee zeggen dit is zo Gods wil geweest? Laten we uitkijken wat we zeggen. Ik vind het altijd heel moeilijk om dat te zeggen. God wil dat iedereen behouden is. Maar was het Gods wil dat zijn zoon zo stier? Was dat wat God wilde? Was er geen andere manier? Was het gods wil dat zijn volk, die prille gemeente, vervolgd werd? Was dat Gods wil? Was dat Gods regering? Ik vind het altijd wel heel moeilijk om te zeggen. En dan het volk Israël. Volk Israël. Door de eeuwen heen gediscrimineerd, vernederd, vervolgd door christenen door de christenheid. Met uiteindelijk het vreselijke dieptepunt de Holocaust. De vervolging en de concentratiekampen. En daarna kreeg men stemming kleine meerderheid de staat Israël. Historici zijn het het erover eens: zonder Holocaust was er geen staat Israël geweest. Historischen zeggen als er geen holocaust was geweest, als ze nooit het recht gekregen in weer in land te wonen en eigen staat te vormen, is dan de Holocaust Gods wil geweest? God is toch een God van liefde, van vrede. Tuurlijk is dat Gods wil nooit geweest. Het is de dwaasheid van mensen geweest. Gods kracht is groter dan de dwaasheid van mensen. Gods kracht is groter dan de dwaasheid van mensen. Als je terugkijkt in deze geschiedenis, dan zie je dat de mensen dachten dat ze wijs waren. Maar het was alleen maar dwaasheid. Het was alleen maar echt dwaasheid. En uiteindelijk heeft God alles omgedraaid en de dwaasheid van mensen, het falen van de mensen, de zon van mensen gebruikt. Maar toen de mensen dachten, het is afgelopen, hij is hangt aan het kruis als een slaaf, vernederd, gekruisigd. Op dat moment redde God de wereld. Dat moment. Toen de mensen dachten, het is klaar, deed God zijn zoon opstaan uit de dood en verscheen Hij aan de apostelen, aan velen, en konden mensen hem zien. Iemand heeft dat eens vergeleken met een kleed. Ik vond het een prachtig beeld. Zo'n oud ouderwetskleed, tafelkleed wat je hebt. Als je het omdraait, de onderkant ziet, dan zie je alleen maar knopen. Lelijke knopen. Slaat nergens op. Grote dikke knopen, rare dingen, rare strepen enzovoort. Lelijk gewoon. Want draai je het om, kijk je de bovenkant zie je een groot patroon. Zie je pas hoe mooi het is. Wij mensen kijken van onder. En we zien vreselijke knopen. Nu Oekraïne, Iran, Israël, China. We zien alleen maar knopen. Wij kunnen ons met geen mogelijkheid voorstellen dat God zich nog enigszins de hand in heeft. We kunnen ons met geen mogelijkheid voorstellen als je de kranten leest en naar beelden ziet dat God nog iets te regeren heeft op deze aarde. Je ziet alleen maar lelijke knopen. Maar eenmaal zullen we in de hemel zijn. En misschien zullen we dat een klein beetje iets eerder zien. Laten we maar voorzichtig zijn, laten we een klein beetje hopen. Eenmaal zullen we de hemel zijn. En zien we de bovenkant van het kleed. En dan zien we een prachtig patroon. Al die tijd heeft God de dwaasheid en de zonde van de mensen gebruikt om zijn volk te redden, de gelie te verkondigen, om mensen te helpen. De dwaasheid van mensen. Het kruisigen, het vervolgen heeft alleen maar geleid dat zijn zoon verheerlijk werd. En zijn zoon kan wonen in onze harten. Dat als wij zeggen, Heer Jezus, ik accepteer u. Ik zou graag willen dat u in mijn hart komt. Dat komt Hij. De gekruizigde. De verachten. De gedoden. Degene van de mensen zeiden, ik sta aan het kruis. Nu, als je God zoon bent, kom dan, kom er dan af. Laat dat maar eens zien. Deed niks. Duidelijk, hij is niks. Hij kan aan zijn harte komen. En hij kan rust geven en vrede geven en ons hele leven veranderen. En misschien, als je terugkijkt als je ouder bent en je kijkt terug op je leven en je doet het biddend in Gods genade, dan zie je knopen. Maar misschien zien we ook al iets van het patroon wat God het deed in ons leven. W God het deed in ons leven. Kunnen we op de een of andere manier begrijpen wat Gods regering is in deze wereld wel? Nee, zo wijs zijn we niet. Laat maar gewoon zeggen dat weten we niet. Gods wijsheid is zoveel groter dan ons. Je kunt er absoluut niet zien nu als je ziet wat er allemaal gebeurt om te zeggen: hier zit over Gods regering in Godwijsheid. Laat je dat maar loslaten. Maar er is één ding wat we wel kunnen, die volgende tekst mag alsjeblieft. Eén ding wat we wel kunnen. Wie hij van tevoren heeft uitgekozen, dat zijn jullie, dat zijn wij, heeft er ook te voren van bestemd om het even beeld te worden van zijn zoon, die de eerst geboren moest zijn van talloze broeders en zusters. Mens vragen wel eens: wat is Gods wil in mijn leven? Dit is Gods wil in ons leven. Dat wij gaan lijken op zijn zoon. Kunnen wij Gods regering snappen? Nee, moeg. Laat het los. Laat het gewoon los. Probeer het niet eens. Is blij als je iets ziet of denkt prima. Misschien zie je het goed, misschien zie je ernaast. Maar dit weten wij. Dit weten we in ieder geval van Gods regering. Het is God wil dat wij meer gaan lijken op zijn zoon. Heel individueel. Ieder van ons persoonlijk, niet als gemeente. Maar jij persoonlijk, het is God wil dat jij meer gaat lijken op zijn zoon dier Jezus. Is dat ook jouw doel in het leven? Dat je zegt, weet je, ik ben zwak. Ik ben echt als ik terugkijk. Man, ik heb geen recht om wat te zeggen. Ik ben zwak, ik ben matig, ik heb verkeerde neigingen. Het is allemaal zo. Maar toch heb ik één doel in het leven. Ik zou graag iets van de Jezus willen laten zien in mijn leven. Heere, God, help mij. Heere God, voed mij daarin. Heere God, uw Zon is opgestaan. Laat uw Zon Heersen mijn hart. Ik zie zijn regering niet in deze wereld. Maar misschien zie ik zijn regering in mijn leven. Als ik mijn leven geef en mijn leven overgeef. Zie ik hem misschien in mijn leven. En zal ik heel misschien nu en dan iets kunnen laten zien van wie Hij is, tot zegen van anderen. Als Pasen echt voor ons belangrijk is, dan is het een opgestaane Heer die in ons leven zichtbaar wil worden. Amen.