VEG 't Harde

Hemel en aarde bewegen

Samen ontdekken en groeien in geloof

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 34:21

Zondag 10 mei sprak Theo du Crocq over het onderwerp Hemel en aarde bewegen.

SPEAKER_01

Goedemorgen allemaal moederdag, hè.

SPEAKER_02

Maar we gaan daar niet aan denken. We gaan heel andere dingen denken. Dat komt straks wel, maar vanmiddag met allemaal wel. Ik ga ook een paar dingen zeggen die misschien een beetje vreemd zijn. Maar als je het niet meer eens zijn, dan denk je gewoon bij jezelf. Echt ermee, ja? Mag het best, hè? Zul je samen mee verbinden? Wij danken u, Jezus, dat wij je bewoord hebben. We danken u, Heeren, dat u het nooit opgeeft met ons. Dat u altijd doorgaat met ons. Dat u ons wilt leren, ons wilt onderrichten. T onze hart wilt spreken. Bidden, Heer, voor de komende periode. Wilt u ons hart openen voor uw woord, voor uw Geest. Wilt u ons aanraken dat ieder van ons wat horen wat er voor ons wilt zeggen is. Heer, wees ons zo genadig. Amen. De opdracht was spreken over hemel en aarde bewegen. En dat in combinatie met hemelvaart. Nou, hemel en aarde bewegen is wel heel veel, ik vind het harde bewegen. Dat vind ik nog enigszins haalbaar. Misschien moet ik daartoe beperken. En dan gaan we een gedeelte lezen op de handelingen. Even een beetje de achtergrond van handelingen: handelingen is geen geschiedenisboek. Ook geschiedenisboeken in die tijd werden alles geschreven. Dated niet aan de normen van die tijd. Handelingen is geen geschiedenisboek. Ik ben de laatste jaren heel veel bezig met contextuele theologie. En dat helpt me heel erg. Als we kijken naar het Nieuwe Testament, zijn de eerste dingen die geschreven zijn, de brieven van Paulus. Testolicenza en Galaten is als eerste geschreven. Daarna kwamen de andere brieven, waaronder Romeinen. En veel later kwam pas Marcus Evangelie. Waarschijnlijk nemen we allemaal aan en al we zeggen, 99% van de theologen geloven dat Marcus Evangelie het eerste geschreven is. En dat er daarna pas Lucas en Matthäus komen. Een helemaal op het einde de geschriften van Johannes. En ook handelingen van Lucas. Wie was Lucas? Lucas is eerst het evangelie geschreven. En waarschijnlijk onder bescherming van een hele rijk Romein, Theopilus, die waarschijnlijk heel veel betaalde. Want we weten uit de ongewijs geschiedenis dat Lucas samen met Paulus elke stad bezocht en in elke stad een Lucas Evangelie achterlied. Een grote rol. Het waren dure dingen. Dat was heel duur. Dus waarschijnlijk betaald door andere sponsoren die zeiden, wij betalen dat wel. In elke stad u een Lucas Evangelie achterlaten. En ze reisden samen met Paulus. Lucas en Paulus zijn twee handen op één buik. Marcus en Petrus waren twee handen op één buik. Marcus Evangelisch is eigenlijk het verhaal van Petrus. En Lucas is even het verhaal van Paulus. Dus ze zeggen eigenlijk, de theologie van Lucas sluit heel erg aan bij de theologie van Paulus. Niet dat het anders is, maar het sluit heel erg bij elkaar aan. Zoals Jezus spreekt in gelijkenissen. Die is sprak in gelijkenissen om eens een preken te ondersteunen, zo eigenlijk kunnen zeggen dat de evangelie en de handelingen een ondersteuning zijn van de gedachten van Paulus. Dus hij schreef handelingen nadat hij al jarenlang met Paulus had gereist. Dat lezen we ook in de handelingen zelf. Jarenlang samen met Paulus gereist. En er waren al allerlei bestaande gemeentes. Sommige mensen hebben een idee oh, die eerste gemeentes, dat was wat. Waren we maar als de eerste gemeentes. Nou, ik hoop het niet. Nee, echt niet. Romeinen waren tot op het bod verdeeld. Tot het bod. Moet je je aan de bed houden, aan de spijze houden, moet je aan de dagen houden. De ene helft zei van absoluut wel. Absoluut wel. De andere helft zei absoluut niet. Vlogen elkaar in de haren. Dan denk je van de Corintiërs. Vier partijen waren er vier. En dan nog eens op het bod verdeeld, over spreken in tongen. De ene zei: Ja, als je niet in tongen spreekt, dan ben je geen christen. En de ander zei absoluut niet. En dan heb je nog een keer de Filipense. De Filipijnen waren twee belangrijke vrouwen in de gemeenten met elkaar ruzie. En de hele gemeente lag daardoor in onmin. Waarschijnlijk. Sommige theologen denken echt dat de Filipensenbrief geschreven is naar aanleidingen van die ruzie. Daar heb ik nog niet eens vergelaten. Maar sommigen probeerden helemaal terug te keren naar de wet. Heb ik ook niet over de colossenen, waar mensen zeiden: nee, de Bijbel is niet genoeg. We hebben al die andere geschriften nodig. En al die gemeentes waren er. En Paulus zegt eigenlijk: ik ben een aanhoudende zorg over jullie. Ik ben een aanhoudende zorg over jullie. En als je die gemeentes leest en je ziet dat, dan denk je: Hoe is het toch mogelijk dat dat is doorgegaan? Hoe is het toch mogelijk dat dat is doorgegaan, die beweging? Een aantal zo klein. Een invloed zo klein. Onderling allemaal om, in alle kanten ontspoorde het. En toch is het christendom gegroeid in Europa en de hele wereld. Hoe is dat mogelijk? En ook die eerste gemeentes hadden vragen: zeer waarschijnlijk vragen: hoe zou het nou geweest zijn met de moedergemeente? De allereerste gemeente, de gemeente in Jeruzalem. Hoe is dat daar nou geweest? Lucas zegt: ik zal dat vertellen. Alleen de dingen die jullie nodig hebben, alleen de dingen waar jullie wat van leren, alleen de dingen waar jij wat aan hebt. Er is geen geschiedenisboek. Handelingen is een theologisch boek met instructies, met aanwijzingen, met lering voor christenen. En hij begint. Toen ze dit hoorden, de mensen in Jeruzalem, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: wat moeten we doen, broeders. Pers antwoorden: keer u af van uw huidige leven. Je kan ook zeggen: bekeert u. En laat u dopen. onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zon. Dan zal de Heilige Geest u geschonken worden. Want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn. En die ook de Heer, onze God tot zich zal roepen. Dit is een boek terlering. Dat wil niet zeggen dat we alles klakkeloos moeten overnemen. Petrus gebruikt woorden die in zijn tijd bekend waren. De woorden bekering waren bekend door Johannes de Doper, door Jogerius zelf. Men wist wat het woord bekeren betekende. Men wist ook wat een verkeerd geslacht betekende. Dat wist men allemaal. Dus Peters gebruikte woorden die bekend waren. Ik denk eerlijk gezegd, ik was gisteren nog op een open dag open straatbijeenkomst. En die mensen waren allemaal heel goed, heel wij. Maar tegenwoordig heeft het geen nut meer om tegen mensen te zeggen: bekeert u van dit eerdere geslacht. Dat zijn woorden die mensen helemaal niet begrijpen. Helemaal niet aanspreken, helemaal niet aansluiten. Tegenwoordig moeten we andere woorden gebruiken. Peter sloot aan met de mensen, met de woorden die zij kenden, en gebruikt die begrippen die zij kenden om weer Jezus te verkondigen en laat upen. Daarin zijn wij veranderd. Ik heb ook jarenlang gedacht. Die kan niet zomaar. Dan moet je toch een heel traject volgen met heel veel instructies en zo, en dat je het weet. Ik heb wel eens mensen gezegd. Ik heb zoveel domme dingen gedaan waar je achteraf anders over denkt. Dat ik zei van nou wacht nog maar even met dopen. Wa even een paar maanden tot je het meer begrijpt, weet je wel. Is niet goed, hè? Ik denk niet goed. Ik denk het niet als ik nu handelingen lees, is bekering en dopen gewoon één ding bij elkaar. Er was helemaal geen traject. Peter zei, bekeer je laat je dopen. Bedopen, betreed jij het Koninkrijk de Hemelen, degene wat van God op aarde te zien is. Je bent gelijk eigenlijk met Dopen, zeg je ik kom in de school van Christus. Ik kom in de school van Christus en wij hebben een hele gekke school. Hele rare school. Wij gaan naar school. En de eerste les. Voordat de les begint, komt de directeur van de school en die zegt: ik zou je wat vertellen: hier is jouw diploma. En ik zou nog wat vertellen, dat diploma. Je hebt alle vakken gedaan die er mee zijn, en je hebt voor alle vakken 10 plus. Beter kan niet. Dit is jouw diploma, jew naam staat erop. Dat is echt geldig. Je komt hier op school en je bent geslaagd.

SPEAKER_01

Veel plezier met leren. Dat is onze school.

SPEAKER_02

Maar we hebben geen examen meer te doen, we hoeven geen toetsen meer te doen. We zijn in de school van Christus en we zijn volledig verzekerd van alles. We hebben voor alle vakken een 10 plus. En dan mogen we leren. Daarna gaan we verder. En het is fijn om te leren. En niet omdat wij het diploma moeten halen, maar dat hebben we al. We hoeven niet bang te zijn voor toetsen, en dat krijgen we niet. We mogen leren omdat we dat willen. Omdat we opnieuw geboren zijn, omdat we een kind van God zijn. En dat wereld ingang in de handeling is het zo. Op het moment dat je je bekeert, word jij gedood, begin je aan de opleiding in Christus. Misschien zijn wij er de loop anders over gaan nadenken. Hij zegt voor allen die ver weg zijn, leest natuurlijk altijd heel veel in. We denken gelijk aan de heiden. Ik denk niet dat Peters op dat moment aan de heiden dacht. Daar was hij nog niet aan toe. Dat lezen we later in de handelingen. Hij was er niet aan toe. Ik denk als hij zegt voor allen die ver weg zijn, misschien vergis ik maar alle Joden die buiten Israël zijn. Dat ook heiden tot geloof zouden komen, oeh, dat was voor hem wel een hele grote stap. Da moest hij wel heel wat heuvels overheen. Om dat te accepteren, heeft hij wel gedaan uiteindelijk. Maar dat kost hem wel wat moeite. Ik denk niet dat op dit moment hij daaraan dacht. Hij dacht eigenlijk al de Joden die buiten Israël wonen. Maar dan de eerste gemeente. Hoe ging het dan? Laten we verder lezen. Ook op andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep deed op zijn toehoorders deed met de woorden: laat u redden uit dit verdorven mensengeslagen die zijn woorden aanvaarde, lieten zich dopen. Op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer 3000, kun je je voorstellen 3000. Dan klagen wij misschien dat ons gebouw een beetje te klein is, maar 3000 is nogal wat. Ze bleven trouw, dan komt het. Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, worden de eerste genoemd. Da kom ik dadelijk op terug. Vormden met elkaar een gemeenschap. Ik denk dat het een hoofdzin is. Ze vormden met elkaar een gemeenschap. Braken het brood. Beijden zich aan het gebed. De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichten, vervulden iedereen met ons zag. Tot zo dadelijk lees ik ver. Ze bleven trouwend onderrichter op apostelen. Ik denk eerlijk gezegd dat het daarmee valt of staat. Luister jij nog gewoon gezamenlijk. Heb jij nog wat verlangen in jouw hart om naar de Bijbel te luisteren? Er wordt in onze kerk nog echt vanuit de Bijbel gesproken. Ik weet, er zijn een heleboel kerken die zeggen. Die Bijbel is al een beetje saai. We moeten andere dingen doen, we moeten ook over politiek praten, we moeten over milieu praten, we moeten over relaties praten, we moeten over opvoeding praten. Het zal all best nuttig zijn. Maar de eerste gemeente beide zich aan de Leer der Apostelen. En ik zou je wel vertellen, als jij het kind van God bent, dan heb jij het in je hart dan verlang jij naar onderricht vanuit de Bijbel. Met name de Leer der Apostelen in het Nieuwe Testament. Dat moet jouw hart raken. Dat kan niet anders. Je kunt best wel eens periodes hebben dat het wat minder is. Dat kan. En dan zeg je dat tegen de Jezus. Dan zegt de Jezus: Ik vind het saai. Ik heb eigenlijk helemaal niet zo'n behoefte aan. Spijt me. Open mijn hart weer. Maar een kenmerk van een christen is dat Hij verlangt naar onderwijs. Onderwijs uit het woord van God met name het Nieuwe Testament. En ze vormden elkaar gemeenschap. Dat is zo belangrijk. Dat is zo ontzettend belangrijk. Ik zeg jij van tevoren al: ik ga een paar dingen zeggen die het er toch niet mee eens zijn, maar dat geeft niks aan. Als er mij ligt, dan zeggen jullie niet Ik ga naar de vechtharden. Als er mij ligt, zeg jij ik ben de vechtharden. Ik ben het. Ik ben de kerk. Jullie gaan niet naar de kerk, jullie zijn de kerk. En dat is zo ontzettend belangrijk. Er is een enorm tekort aan sprekers in Nederland, dus iedereen wordt gevraagd, dus ik ook. Ja, dat is gewoon zo. Land te blinden zeg ik altijd maar. Dus ik kom wel eens een kerken waarvan ik denk: Wat doen jullie hier? Hele slechte accommodatie, nou, deze valt wel mee, maar kom wel accommodaties. Die ziet er echt niet uit. Geen muziek, hebben ze niet. Ze hebben alleen maar YouTube-filmpjes. Eigen sprekers hebben ze niet. Ze hebben geen geld voor een paar sprekers per jaar dan. En ik denk dat bij mezelf. Ik ben ook niet de grootste wonden van tact, dat geef ik ook toe. Dus als ik het derde keer ergens geweest ben, dan vraag ik wel eens aan iemand: waarom blijf jij hier? En weet je wat ze dan zeggen? Wij hebben het onderling zo goed. Dat maakt alles anders. We hebben het onderling goed. Wij zijn best goed met elkaar. En we weten dat als er een ziek is, dat de bezoek komt. En we weten als er een echt probleem mee heeft dat hij ergens terecht kan. Wij vormen een groep. En de kracht, en dan komt nou een paar keer terug in deze eerste gemeente: de kracht van deze eerste gemeente was dat zij een groep waren. Dat ze bij elkaar hoorden. Jullie zijn de ver, het harde. Samen. Ga niet naar het ver het harde. Jullie zijn de ver, het harde. En hoe maak je dat waar? Hoe maak je dat waar? Ze braken het brood. Deze vertaling komt er niet zo heel erg naar voren, maar eigenlijk staat er: ze braken dagelijks het brood in de huizen. Dus ze kwamen bij elkaar in huis. Ze kwamen bij elkaar in huis. En elke gewone maaltijd sloten zij af met avondmaal. Dus in het begin de eerste gemeente, deden elke dag avondmaal, gewoon thuis. We maken er iets heel verheevens van, iets heel groots. Maar jij kan gewoon als jij visite hebt, christelijke vrienden, zeggen: we hebben nu samen gegeten. Zullen we samen avmaal doen. Dat is in het begin ook. Wij doen het ook op de AZC's. Kleine groepjes, man of twaalf vluchtelingen, die tot geloof gekomen zijn, zeggen: we doen hier avmaal. En het afmaal komt zo dichtbij. Het werk van Christus komt zo dichtbij in jouw hart. Avenmal is altijd zo intens. Ik zou proberen eens een keertje. Je hebt vrienden over de vloer, misschien twee echtparen. Dat je zegt: weet je, we hebben samen gegeten. Laten we dat maaltijd afsluiten met brood en wijn. En laten we bidden en samen denken aan de dood van Jezus. En je zult zien dat er zo'n intense ervaring is avondmalen altijd intens. En eigenlijk, in de handelingen lees je later in de handelingen dat men het elke zondag deed, elke dag is heren en we gaan ervan uit dat het zondag is. Verder lees je geen instructies. Het nieuws is het niet vol instructies. Er staat niet van je moet dit, of je moet zus, of je moet zo, echt niet. Het staat niet van je moet het elke week, of je moet het elke maand, of elke drie maanden. Maar weet je, de eerste gemeente dit gewoon altijd. Ze kwamen bij elkaar. En ze deden avemaal. En dat was intens. En dat was heftig. Maar ze kwamen wel bij elkaar in huid. Zie je het? Ze kwamen bij elkaar in huis. Deze vertaling komt niet alles helemaal voor me zocht elkaar in huis op. En dat is wel een heel punt. Ik vind dat wel een heel punt. Ik vind het eigenlijk wel het meest essentiële. Ik ken iemand die gaat naar de kerk in kampen, die komt in een ander land. Zeven jaar, is hij gelovig. Die gaat al zeven jaar naar de kerk in kampen. En hij zegt: ik ben nog nooit in iemands huis geweest. Ik heb niet over de vloer gehad en ging geweest van kerk naar kerk. Onder andere op een gegeven moment kwam hij ook een dronte terecht. Hij komt ons thuis eten. En dan zei dat is de eerste keer dat ik bij Nederland thuis kom, was dat verschillende kerken geweest. En wij gaan dadelijk koffie drinken. En we zingen: oké, dat is goed. Dat is prima. Maar koffie drinken is nog niet zelden als iemand in je huis uitnodigen. Kun je je voorstellen, we waren jong en ik waren 2021. Toen woon in Elburg in een vergadering. Heel lang geweest, geen spijt van. Weg gegaan, ook geen spij van. Andere periode in je leven. Maar ik weet wel, de eerste zondag altijd was er een gezin die zei: Oh, Téon, kom je bij ons koffie drinken? Kom je er bij ons? En we kwamen. En na twee, drie maanden had je echt het idee: ik hoor je bij. Veilig voelt dit. Ik weet het. Het is een heel spannende tijd voor ons. Ik had nieuw werk, wat ik helemaal niet aankom. We waren ver van onze familie, het is vader. Het was een heel heftig jaar. Er kwam een baby aan, dat is allemaal heftig. Maar je voelt wel bij een groep. Je kunt wel op iemand terugvallen. En dat bevestigt je wel bij, waar ook jonggelovigen, dat bevestig je wel in geloof in het feit dat het echt waar is. Als jij bij een kerk komt, als je bij een groep komt, dat je echt bij een groep komt. En wat is de laatste keer geweest dat jij gewoon tegen iemand gezegd hebt hier, ik zie dat jij een paar keer geweest bent, ken je hem eigenlijk niet. Zou je het fijn vinden om ons koffie drinken dan. Of zeg je van nou, ik drink hier koffie en dan vind ik wel zat hoor. Of zeg je zelfs dan, nou, dat vind ik ook te veel en ga direct naar huis. Vandaag is moederdag. Dan komen de kinderen misschien wat anders. Maar is dat het maximum wat jij wil? Of zeg jij echt nee hoor, ik zie dat jij hier bent. Je gaat niet naar de kerk. Jij behoort tot de kerk. Ik behoor ook tot de kerk. Vind je het fijn om mij een keertje thuis te komen. Een keer koffie te drinken, kennis te maken. En volgende week kijk je iemand anders. Zeg je vind jij het fijn dat jij een kindje komt. Als je daar een gewoon van maakt, stel je voor dat dat nou een gewoonte is. Dan komt er over een paar jaar iemand en zegt nou accommodatie is waardeloos. Muziek, muziek is het wel goed. Spreken, gaat ook wel. Waarom blijven jullie hier? En zeggen nou vanwege de band, we hebben echt een band onderling. Wij zijn ver het harde. Wij zijn dat echt. Wij zijn echt samen. Vele tekenen en wonden die apostelen verrichten. Er staat dus niet iedereen onder. En teken verrichten. Nee, dat hoefde ik helemaal niet. Mens willen gaan wonderen en tekenen. Hier waren alleen de apostelen. En waarom waren het apostelen? Omdat wat zij brachten, was best wel een revolutionaire boodschap. Dat was degene die aan het kruis gestorven was, de Mesias. Dat was wel heel moeilijk om het aan te nemen. Heel moeilijk om te geloven dat iemand die kruisgestorven was, opgestaan was en weer leefde en in je hart kon wonen. Dat was een hele moeilijke boodschap. Dus God bevestigde hun. God zei: Ik geef je wonder en tekenen, zodat de mensen echt kunnen zien dat jullie van mij zijn. Dat het echt Gods boodschap is. Door die apostelen gaf ik God wonder en tekenen om zijn woord te bevestigen. Wij zoeken vaak wonder en tekenen, onder de indruk van wonder en tekenen. Maar God geeft alleen wonder en tekenen als het echt nodig is om zijn boodschap te bevestigen. Ook op het zemmingsgebied gebeuren wonderen en tekenen. Omdat het dan nodig is om te bevestigen dat de sprekers van God komen. Soms, als wij zwak zijn, als wij moeite hebben, komen er wonder en tekenen. Dat klopt. Wonder en tekenen zijn geen doel. Het is geen doel waar je naar moet streven. Oh, het had allemaal wonder en tekenen. Nee. God geeft wonder en tekenen om te bevestigen. Maar zij geloofden niet. Zij verlangden niet naar de wonder en tekenen. Zij verlangden naar de Leer van de Apostelen.

SPEAKER_01

De Leer van de Apostelen.

SPEAKER_02

En alle die het geloven, hadden haar waarte bleef béen. Nog een keertje. Zie je dat? Steeds terugkomt, ze bleef béen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degene die iets nodig hadden. Het is wat er gebeurd is. Er is geen instructie dat wij moeten doen. We lezen nergens verder het Nieuwe Testament dat wij dat moeten doen. Het was ook niet iets nieuws. Dat ze alles verkochten en deelden. Tien kilometer van Jeruzalem vandaan woonden de Essenen. Escene was een Joodse secte. Essenen wezen de tempel af, die zeiden de tempel is corrupt, als is misschien wel gelijk. Maar als je bij de Essene kwam, moest je al je bezittingen achterlaten en geven en hebben het allemaal verdeeld. Het was een bekend concept. Sterker nog, als de Joodse feestdagen waren, en toen kwamen allemaal mensen uit binnen- en buitenland naar Jeruzalem. Dan stelden al de Jeruzalemers hun huizen open, bezittingen beschikbaar. Ze zeiden gezamenlijk. Gezamenlijk vieren wij het feest: ons huis is jouw huis. Ons eten is jouw eten. Je kunt je gewoon leven alsof het jouw huis is. Er werd gewoon gedeeld. Dus het was geen nieuw concept. Het was niet iets bijzonders wat men deed. Nergens in nieuws vind je dat ook moet. Maar wat je wel vindt, met name in een brief van Jacobus, weet je, als jij nou zit, en je hebt het financieel hartstikke goed. En je zit naast iemand. En je weet het financieel hartstikke arm heeft. Echt arm. En dat bedoel ik niet arm dat hij een beetje een Zelandse auto moet kopen. Maar dat de kinderen gewoon moeite hebben met om bij te geven. En je zegt elke zondag. Nou, fijn hè? Fijn dat het zondag had. Hé, God zegen, hè?

SPEAKER_01

God zegen. Je geeft niks. Je kopen zich en je geloof gewoon dood. Zonder enig effect. Hoe kan dat? Diakonie, omzien naar de armen, omzien naar elkaar is wel een heel groot verschil.

SPEAKER_02

Samen zijn is heel belangrijk. Omzien naar de armen onder ons, en misschien zeg je in Nederland zijn er geen armen meer, nou er zijn wel armen in Nederland. Die zijn er echt. Omzien naar de armen is echt een wezenlijk iets. Omzien naar mensen die problemen hebben, is echt een heel wezenlijk iets. En als je alleen maar zegt, oh, ik vind dat heel jammer voor je, maar ik bid voor je. Ja, ik bid voor je. Daar heb je wat aan. Ik wil dat denken, ik heb vast al een keertje verteld aan die oude vrouw, en dan komt een domenie op bezoek. En die oude vrouw is enorm eenzaam. En die domenin zei: Ach, mevrouw, mevrouw, we bidden elke week voor u. En die vrouw is nou liever dat je wat minder bidt dan wat vaker komt. Dat is toch zo? Wat heb je aan al dat soort: als gebed niet gepaard gaat met daden. Als jij bidt voor iemands armoede en denkt van nou klaar, gou mijn geld allemaal naar portemonnee, wat heeft dat gebed dan voor nut? Je komen zegt dat heeft totaal geen enkel nut, het is dood geloof. Onzien naar elkaar, zie je ook weer dat hier een groep was die voor elkaar zorgde. En we weten uit de ongewijde geschiedenis. Dat als iemand van deze groep sterft, dat iedereen dan de begrafenis betaalde. Zo ging dat in de oudheid. En als iemand van deze groep weder wordt en in de oudheid was er geen weder pensioen, dat was er allemaal niet. Dat de anderen zeiden, wij lappen allemaal een klein beetje bij dat je wat te eten hebt tenminste. En als er niemand in deze groep overlijdt, en de kinderen blijven overwezen, in die tijd waren geen wezenhuizen. Er was geen zorg, er was geen overheid, er was gewoon niks. Dat de groep dan zei: Nee, oké. Maar we weten het wel. Dat nemen wij over. Dit wordt onze taak. Is wat? We lachen vaak om katholieke mensen. Maar weet je dat er echt mensen geweest zijn in het verleden die dit lazen. Rijke ridders, rijke landteigenaren. En zeiden, ik wil Christus volgen. Ik verkoop alles wat ik heb en ga het klooster in en alles wat ik heb wordt verdeeld onder de armen.

SPEAKER_01

En zo zijn heel veel kloosters gesticht.

SPEAKER_02

En zo is een hele streken behoed voor de hongersnood? Omdat die rijke mensen zeiden: ik verkoop alles. Kun je zeggen, nou, ze aan Badem Maria ze deed allemaal gekke dingen. Dat zal allemaal best wel. Maar ze deden het maar. Ze deden het maar. Wij weten het veel beter, Alber werd het veel beter. Natuurlijk weten wij het veel beter. Maar we zijn soms te zinnig om wat te geven. Wie zou er het dichtste bij het Koninkrijk van God? Wie zou er dichtste bij Jezus leven? Degene die gekke dingen denkt, Vagenvuur en Rieëvering en weet ik veel gekke dingen. Maar alles verkoop wat hij heeft. Geef dan de armen, mijn leven wordt voor de armen. Want er staat in de Bijbel dat we zijn als Jezus. Of wij, die veel beter weten, die ze goed kunnen uitleggen wat er allemaal waar is en wat er niet waar is. Die ze goed weten wat we lieden goed zijn en wat we lieden niet goed zijn. Die precies weten waarom.

SPEAKER_01

Maar geen cent zullen geven aan iemand die wat nodig heeft. Wie leefte er dichter bij Jezus? Je mag het zelf zeggen.

SPEAKER_02

Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degene die ze nodig hadden. Iedere dag kwamen ze trouw in eensgezin samen in een tempel, braken het brood bij elkaar thuis. En gebruikten maaltijden. Dus twee verschillende dingen: brood breken, dat verwijst naar het avondmaal. En gewoon samen eten. In een geest van eenvoud. Geen kapsones, in een geest van eenhoud en vreugde. De eerste gemeente was blij. Ze waren blij met elkaar. Ze waren blij met het evangelie. Ze waren blij dat ze mochten delen. Ze waren blij dat ze s'avonds elke dag weer bij elkaar kwamen en avondmaal konden vieren. Ze waren blij als ze iemand zagen en ze zeiden: O, jij bent ook heb je het ook gehoord van de Susiërs. Kom vanavond bij mij eten. Dan gedenken wij daarna gedenken wij doods heren. Ze waren blij. Alle gemeente. Ik denk dat al die gemeentes in Galate, Romein, Korinthe, Colossen, Filipense. Als ze allemaal gedachten hebben, wat zijn we afgedwaald? Wat zijn we afgedwaald? Hoe kan het toch, zoals in Korinte gedacht hebben, wij nou zo verdeeld zijn. Dat de eerste gemeente zo één was. Kan het nou zoals ze gedachten hebben in Rome, dat we elkaar zo allemaal de haren in vliegen vanwege die principes. Hoe kan het zo zijn?

SPEAKER_01

Dat zich Jezus voor ons gebeden heeft voor eenheid? En we zijn het niet. En er hoeft nu iets te gebeuren, één dingetje, één principe.

SPEAKER_02

En we haken af en we zeggen nee, je kan het niet blijven en je ben ik het niet mee eens. Denk je dat er geen dingen gebeuren in een gemeente die allemaal zo zuiver waren? Denk je daar een koeken uit als alles precies klopt? Je te gek. Je leeft kort daarna lees je het ook dat dingen gebeuren. En tegenwoordig moet precies bij ons passen. En nog maar één stand doet ingenomen te worden, we zeggen van tevoren al nee, als je dat stand moeten nemen, dan ga ik weg. Dat was mij te ver, dan zoeken die wat anders. We zijn wel afgedwaald met z'n allen. En Lucas zegt: weet je, dit is het. Zo is het begonnen. En deze groep die dit deed, heeft Jeruzalem bewogen. Jeruzalem is bewogen. Ze loofden God en stonden in de gunst van het volk. En de Heer, belangrijke zin: de Heer breid hun aantal dagelijks uit. En mensen die gered wilden worden. Dat is het dubbele. Dus enerzijds je verlangt naar de leren van de apostelen. Je wil samen zijn. Ze deelde dingen. Ze keken om naar de armen. En toch is het de Heer die toevoegt. En niet jouw werken. Niet omdat jij het doet. Dat is het dubbele. Je volgt de Heer. En als er iemand tot bekering komt, dan moet je niet zeggen van nou, dat hebben wij gedaan, moeten ze kijken naar ons zoek. Nee. Het is de Heer die toevoegt. Dan ook zeggen natuurlijk, nou als de Heer toevoegt, dan maakt ook geen klap uit wat ik doe. Dat is het dubbele. Dat is het moeilijke. De Heer wil dat iedereen tot bekering komt. Maar als wij nooit preken, hoe kan het dan gebeuren? De Heer wil toevoegen. Maar als wij geen gemeente zijn, hoe kan de Heer dan toevoegen? En als zij het in ons hart hebben een gemeente te zijn zoals Hij dat wil, dan kan de Heer toevoegen. En dan zeggen we niet: wij doen dat, dan zeggen we: De Heer doet dat. De Heer doet dat, de Heer voeg toe wat geweldig dat de Heer dagelijks toevoegt. En zij bewogen Jeruzalem. Jeruzalem, iedereen had het erover. Iedereen zag het.

SPEAKER_01

En zo is Christendom begonnen. Als er één ding is, je mag alles vergeten wat ik gezegd heb, maar één ding zou ik fijn vinden als je onthoudt.

SPEAKER_02

Dat je nooit meer zegt: ik ga naar de ver het harde. Maar dat je zegt: Ik ben te ver het harde. Ik ben lid. Ik ben deel van de ver het harde. Met anderen. Samen zijn wij. Wij zijn deze kerk in het harde. En dat willen we praktiseren en dat willen we uitdragen. Samen. En we stellen onze huizen open en we stellen onze harte open en de Heer voeg toe.

SPEAKER_01

En het harde helemaal ande bewogen, dat is veel. Maar het harde bewogen, dat kan. Amen.