VEG 't Harde
Welkom bij de podcast 🎙️ van VEG ’t Harde . In deze podcast luister je naar inspirerende geloofsboodschappen vanuit de Bijbel, opgenomen tijdens onze samenkomsten, met oog voor het leven van vandaag. Deze podcast sluit aan bij de samenkomsten van VEG ’t Harde, waar geloof en het dagelijks leven samenkomen. Of je al langer christen bent of nog zoekend naar wie God is: deze podcast wil je inspireren, bemoedigen en uitdagen om Jezus te volgen in het dagelijks leven.
Abonneer je op de podcast van VEG ’t Harde (Vrije Evangelische Gemeente ’t Harde) en luister waar en wanneer het jou uitkomt, thuis, onderweg of op je werk.
VEG 't Harde
Hoe gastvrij ben je?
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Zondag 14 juni sprak Theo du Crocq over HOE GASTVRIJ BEN JE?
Ja, ik heb een hele mat meegenomen. Ik heb het deze keer voorbereid. Ik hoop dat jullie verschil merken. Ik hoop dat ze morgen of overmorgen aan jullie vragen is prachtig. Dat je zegt, oh, dat wil ik niet meer. Maar de Bijbelvers weet ik wel. Dat hoop ik. Ik hoop dat jullie, we gaan wel Bijbelversen lezen en gaan er iets over vertellen. En ik hoop dat jullie de Bijbelversen echt onthouden en dat je zegt van oké, dat was wel even heftig. Want de Bijbel kan wel direct zijn. Het is wel heel goed dat deze kerk de gewoonte heeft om onderwerpen op te geven. Ik dacht net aan, ik zat net een beetje te rekenen tijdens de lied erdoor. Dat is niet netjes van mij. Maar ik dacht, hoe vaak heb ik nou gepreekt in mijn leven? Volgens mij komt tegen de 2000, inclusief spreken en lezingen, het duurt al 30 jaar, gemiddeld zo'n 50 keer per jaar, denk ik. Maar ik heb er nooit over gastvrijheid gesproken. Dus het was wel goed. Het is wel prima eigenlijk. Laten we de teksten samen kijken. We komt het u om de noden van de Heilige en wees gastvrij, dat staat er in Romeinen 12. Paulus schrijft dit Romeinen. En ik ben er wel een beetje achter dat als wij de kracht van de Bijbel willen leren kennen. Dan moeten we ook realiseren de cultuur van die tijd. Mensen in die tijd waren absoluut niet gastvrij. Ik wil dat heel duidelijk zeggen. Romeinen waren niet gastvrij. De Romeinen, waar als u iemand uitnodigde, had dat altijd een bepaald doel. Dus je nodig mensen uit omdat je denkt iets voor mij betekenen. Dat is heel belangrijk. Ik nodig mensen uit of zij worden mijn cliënt. Dat betekent ik doe nu iets van voor hen. Maar ze moeten dadelijk mij steunen als ik een steun nodig heb. Of ik heb een vriendschap nodig omdat ik wil lobbyen. Maar gewoon iemand uitnodigen, gewoon een vriendschap, was eigenlijk onbekend in het Romeinse Rijk. Het is altijd ik nodig jouw uit. Ik krijg van mij eten, maar er staat een ruil tegenover dat. En als dat niet een ruil tegenover was, dan geef je ook niks. Romeinse gedachtengoed is het geven omdat jij in de toekomst wat terugkrijgt. En je geeft ook niks aan armen. Dat is totaal onbelangrijk. Mensen sterven als vliegen op straat. Echt. Als een slaaf in huis woonde en op een gegeven moment werd hij te oud oud om echt te werken, dan zei men, nou, ik heb goed nieuws voor jou je krijgt je vrijheid. Dat betekent dat ze schoppen hem op straat. Hij was een onderdak kwijt en zijn eten kwijt en hij ging gewoon dood van honger. De kaato de jongeren zei: geef geen eten aan een bedelaar. Echt niet. Geef het niet, zegt de grote stociens en filosoof. Je verspeelt eten en je verlengt een onnodig, verleng je een nutteloos leven. Zorgen voor armen, kijken naar armen en arme steunen, was in de Romeinse wereld onbekend. Bij de Joden niet. Joden kenden gasvrijheid. Heel andere cultuur. Prachtige cultuur. Zeker in die tijd van het Midden-Oosten. Maar de Romeinse cultuur, waarna Paulus schrijft in Rome, kende geen gewone uitnodiging uit vriendschap. Alles was berekenend. Ook de rangorde aan tafel was berekenend. Belangrijkste mensen zaten er vooraan. Daar verwachten je ook het meeste van. Minst belangrijke zaten achteraan. Lage achteraan moet ik zeggen. Dat is een duidelijk signaal van je kunt wel iets voor mij betekenen, maar niet veel. Alles was berekend. Paulus zegt: wees gasvrij voor elkaar.
SPEAKER_00Voor elkaar. Wees gasvrij voor elkaar.
SPEAKER_01Zonder te klagen. Dat zegt de tweede tekst Petrus 4 vers 9. Petrus schrijft dus tot Joden. Dat is al iets anders. Joden kenden gasvrijheid. Dat was helemaal onderdeel van de cultuur. Joden reisden heel veel. Voor de handel, voor familiebezoek enzovoort. En herbergen waren er niet veel in die tijd. Er waren weinig herbergen, dat staan er hotels. En die er waren, die waren vol prostitutie en geweld. En je kon hem makkelijk beroofd worden. Een Jood ging niet naar een herberg. Dus als een jod naar een stad ging, moest zij naar het Joodse gedeelte gaan, de Joodse wijken. En dan moest je wachten tot mensen ze: ja, je kan bij ons slapen. Dat was verder geen punt. Dus gasvrijheid was helemaal onderdeel van de Joodse cultuur. Zeker ook in Jeruzalem, als we grote feesten waren, kwamen de Joden van de hele wereld kwamen naar Jeruzalem. Er moest het niet druk te maken over herbergen. Iedereen die een huis had rekende erop. Bij ons ben je welkom. Zo werkte dat gewoon. Ik kan me nog herinneren, toen ik jong was, waren er grote bijbelconferenties in het noorden in Windschoten en andere plekken. Niemand ging in een hotel slapen. De hele groep christenen zei gewoon: ik stel mijn huis open. Mensen in de conferentie gaan, kunnen bij ons slapen. Dat hebben we ook gewoon gedaan, een vrouw en ik. Zo ging dat die tijd. Joden kent dat gewoon heel goed. Dus Petrus, die tekst zal je weg, je zijn zo snel met de tekst te gaan. Petrus zegt ook niet: jullie moeten gasvrij zijn, want het waren ze ook wel, maar hij zegt zonder te klaren, niet moppen. Dan zegt een andere vertalen zonder te morren kunnen morgen. Ik weet niet waar jullie zitten, echt waar hoor. Ik kan ook echt moeilijk. Dus eigenlijk kun je het vertalen als je naar de stoelen klaarzet, doe dat zonder moppen. Ik moet het tegen mezelf zeggen. Als ik kun je zeggen, zonder totaal geen zin, echt maar niet. Ik heb helemaal geen zin, dan wil ik gewoon vrij zijn. Dan krijg ik toch een telefoontje, dan moet ik ergens naartoe. En dan zeg ik tegen mezelf, doe het zonder te mopperen. Het denk ik ook te laat, je hebt al gemopperd. Peter gezegd, als je nou toch wat doet, doe het nou gewoon zonder mopperen. Gasvrijheid hoeft hij niet te zeggen in de privé. Dat waren de joden al. Dat was verder het punt. Maar doe het dan gewoon echt. Om je het wil, heb je hart onder controle. Mopper er niet bij. Ga niet zuchten en denken nou, ik doe het omdat het moet enzovoort. Volgende tekst. Bekendstaan om een goede dade. Het gaat om categorie. Kinderen hebben opgevoed, gasvrij zijn geweest, gelovigen voeten hebben gewassen, zich hebben ingezet voor verdrukken, kortom, allerlei goede daden hebben verricht. Paulus schrijft hier aan Timotus, Timotus was de leider in Efezen. Paulus geeft alle instructies hoe het eigenlijk in een kerk zou moeten in één en twee Timotus. In één Timous schrijft je eigenlijk heel positieve dingen. In twee Temotius schrijft u ook dat bepaalde dingen niet, bepaalde mensen ook niet moeten toelaten. Da is wat anders van toon. Paulus schrijft een kerkleider in Efezen en zegt welke vrouwen in de gemeente? Het gaat hier om vrouwen. Welke vrouwen moet je eigenlijk eerder geven en moet je financieel ondersteunen? Dat allebei. Welke vrouwen hier, zegt Paulus, moet jij je moities ondersteunen, financieel ondersteunen, eergeven, respect geven. Welk soort vrouwen moet je dat doen? Dat zijn vrouwen die kinderen hebben opgevoed. Zijn jullie klaar voor een onmakelijk verhaal? Julie er altijd klaar voor houden, zeggen. Altijd als ik er ben, krijg je een dom verhaal. Het is heel triest. Kinderen in die tijd waren zonder enige waarde. Kinderstrecht was enorm hoog. Men schat dat wel een derde van de kinderen onder de vijf stierf. Heel veel vrouwen stierven op een kraanbed. Men hechte zich niet op kleine kinderen, want de kans dat ze stierf was vrij groot. Voorbeeldmiddelen waren er wel. Er waren allerlei middeltjes. Je kunt het lezen in Deinius, Pinius de oudere schreef allerlei medicijnboeken en er staan ook allerlei middelen in, maar die zijn helemaal niet effectief en er werden gewoon kinderen geboren. Zeker omdat vrouwen vaak jong trouwden, was dat een probleem, kinderen bekend en men had daar geen waarde mee. Men had geen waarde aan baby's. Het hele vertederende gevoel van o, een baby, dat kende men in die tijd helemaal niet. Dat is echt zo. Dus een brief bekend van een rondreizende zakenman, Romeinse zakenman, die stuurt een brief aan zijn vrouw en zegt strekt hem met de bevalling en als een meisje is, gooi je weg. En dat werd ook gedaan. Niet dat meisjes per se werden weggegooid. Als het eerste kind een meisje was, dan hield men dat kind. Als het tweede kind een meisje was, dan hield men dat kind ook. Maar als de derde ook een meisje was, dan gooide dat echt wettelijk weg. Fuizenbel, de Fuzenbelten in Rome en de Grote Steden, dan werden de kinderen opgelegd. Ze werden niet gedood, ze werden gewoon het vuil gegooid. Dus de huizenprijs naast een vuizbel altijd laag. Want je hoorden altijd dag en nacht het gehuil van baby's. Klinkt onmakelijk, maar het is zo. En christenen stonden er onbekend naar die vuizbeelte te gaan en kinderen te halen. En een huis te nemen. Stonden christen onbekend. Die deden dat. En later was het zelfs zo dat mensen die een baby hadden en echt helemaal niet wilden, dat die het gaven aan een christelijk gezin. Je zorgde daar maar voor. Dat hoef het niet. Klinkt heel ver weg, he? Klinkt heel absurd. Maar de ouderen onder ons. Er zijn er een paar die nog ouder zijn dan ik hier. Nou, niet veel. Woodstock generatie. Kennen jullie Woodstok? Kennen jullie David Crosby? Nee, Crosby Stils Nest en Jan. Ja. David Crosby was een popster. En zijn vrouw raakte ook in verwachting en zei: kan helemaal niet. We hebben een leven vol met rock en roll. Vol met drugs, vol met alcohol, alles on the road. Alti van dit is een kind ook weggegeven. Hij was geen christen, maar hij zei: geef mijn kind weg aan een christelijk gezin. Het enige wat ik wilde, als die 21 is, dat ik hem dan kan zien. Dat is ook gebeurd. Dus zo heel lang geleden. Heel ver weg is dat niet. Mensen gaven kinderen gewoon op weg en ze gaven liefste weg aan een christelijk gezin, ook in die tijd. Dus christenen hadden grote gezinnen. Kinderen van onzelf en kinderen die ze van de vuilsenbeld hadden gehaald, en baby's die ze hadden gekregen van gezinnen, die zeiden: alsjeblieft kun jij ervoor zorgen ik doe het niet gewoon. Wat we nu in Nederland wel eens verwijten, mensen verwijten dat wel eens, mensen zeggen dat wel eens. Van pasom met die moslims, die hebben allemaal grote gezinnen. Die nemen dadelijk de zaak over zijn toe voor christenen. Christen, die hebben altijd grote gezinnen, eigen kinderen, andermanskinderen, kinderen opgehaald enzovoort. Daar mogen veel kinderen. Word dat een meerderheid. De andere mensen moppen er daarop. Maar wat voor type ben jij? Ben jij een type die zegt ik bel naar de vuilnisbeld gaan en daar een houdend kind op halen? Er is een limiet, je ziet je alles. Er is een limiet. O zeg je van nou, weet je, kost allemaal geld, kost moeite. Kost maar mijn privacy. Ik had er niet zo veel zin in. Dat ben je behoefte aan. Wat voor een type ben jij? Ben jij een type die zegt ik zie wat een kind aan de kant van de weg liggen? Ik weet zeker, die wordt eigenlijk ontsmakelijk verhaal. Opgegeten door straathonden, of je gaat om van de honger. Ik neem hem mee of zeg je: mijn zaak is dat niet, laat maar gewoon. La liggen gewoon. Paulus schrijft aan de motjes: als je zoekt naar vrouwen die belangrijk zijn in de gemeente, die een moeten geven, die je financieel moet ondersteunen, en die kijken hoeveel kinderen ze in huis hebben. Er hebben ze echt veel kinderen in huis. En gastvrij, dat is eigenlijk een verlengde daarvan, eigenlijk een gevolg daarvan. Dat soort vrouwen. Die moet je in eer houden, die mag je op een lijst zetten. Een lijst van vrouwen die eer krijgen en vrouwen die financieel ondersteund worden. Gelovig in de voeten hebben gewassen, hoef je niet letterlijk te doen, hoef je niet letterlijk te doen. Maar het is wel een bepaalde mentaliteit. Wel, letterlijk doen. Ik heb een keertje meegemaakt, dat ik een huisbidden ging van een zeer katholiek, zeer orthodox katholiek. Katholieke secteg vocularis. En die man ging inderdaad bij de deur zitten en die waste mijn schoenen. Best wel indrukwekkend eigenlijk. Ik weet van een dominé hier. Niet heel ver vandaan, wel wat een beetje vee hier vandaan. Altijd een bonje met de kerkenraad. Eén stuk bonje met de kerkenraad. Elke kerkenraadsvergadering was. Strijd, moeite enzovoort hart tegen hart. Op geen moment kwam hij er als eerste. Hij was er als eerste. En hij ging bij de deur zitten met een bak water en een doek. En elke oudering die binnenkwam, daar was hij de schoenen van.
SPEAKER_00En daarna gingen ze zitten tot ze een hele tijd stil. Toen hebben ze gebeden. En het was oké.
SPEAKER_01Ben je bereid minste te zijn? Ben je bereid in te leveren? Ben je bereid nederig te zijn? Ben je echt bereid om jezelf een keertje weg te cijferen? Het ligt allemaal in elkaar verlengden allemaal elkaar te maken. Ben jij bereid gewoon te zeggen ja, ik zou het beste eigenlijk wel. Of ben jij een type die zegt: ik heb gewerkt, ik ben vrij, ik heb mijn privacy. Ik heb helemaal geen behoefte aan mensen. Helemaal geen behoefte aan helpen van andere mensen. Een huis is een bastion. Ik kende genoeg mensen uit het verleden. Die wisten het zo ontzettend goed te vertellen: oh, die hadden zo'n goede mening. Je wist precies wat moest in de kerk en wat niet moest, wat ze moesten accepteren wat ze moesten accepteren. Och, ik kon er vooraan zitten op vergaderingen. En dan exact vertellen: dit moet er gebeuren en dat moet er gebeuren. En als dat gebeurt, dan ben ik weg. En dat is fout. En als we dat zijn, dan verlaat God de kerk enzovoort. Ik wist het allemaal precies. En er kwam nooit iemand thuis. Huis was een bastion. En als ik daar dan een keertje kwam, omdat ik dan namens de kerk kwam, dan was dat heel erg ongemakkelijk, want het was de eerste jaar die daar kwam. En die voelt je echt helemaal als nieuw, als iets wat ze niet gewend zijn. En iedereen wist. Die kan het duidelijk weten, die kan het duidelijk zeggen allemaal. Maar het heeft allemaal geen kracht, die woorden. Het heeft allemaal geen waarde. Gelukkig ken ik een heleboel. Terugkijk in mijn leven, de afgelopen week is gedaan. Na aanleiding van de preek heb ik ze dagen. Afgelopen een heleboel jaren christen. Ik heb een heleboestelijke mensen meegemaakt. Echt geestelijke mensen. Als één kenmerk van die mensen was, was bijna altijd alles een bezoek. Altijd waren er mensen die zeiden: Mag ik een vraag stellen, mag ik een langskomen? Kun je me helpen? En al zeiden: vanavond heb ik vrij. Je kan komen. Ze zeiden nooit van nou, ik heb nog genoeg gedaan vandaag. Nee, hebben geen behoefte aan. En ze zeiden nooit van nou, ik heb ook niks aan jou. Zeiden ze niet. Geestelijke mensen die ik ken, werkelijk, mannen en vrouwen, geestelijke gezinnen die ik ken, wilden eigenlijk altijd bezoek. Hun huis stond altijd open. En mensen voelden zich ook vrij om daar te komen. Paulus zeggen: zoek jij Tumotus. Hij wilde Tumotus richtlijnen geven voor het lijden van een kerk. Welke vrouwen. In dit geval gaat echt om vrouwen. Misschien is voor hun het meeste werk. Dat zegt hij ook altijd, mijn vrouw. Je makkelijk lekker mensen uitnodigen. Ik moet koken, zegt ze dan. Je kan ook koken. Ei, water. Als ze daar tevreden mee zijn, thuismenu, kan ik ook. Daar prik ik in, zet ik in een magnetron, maar daar houdt het ook wel mee op. Daar houden het echt mee op. Dus heeft het mee wel gelijk. Dus zij zegt, nodig dan mensen uit voor acht uur, niet voor het eten. Dat is ook zo. Dat is ook zo. Want dan zeg, dan heb ik helemaal netraad kwijt. Vrouwens zeggen ze tegen de motors: zoek jij vrouwen die jij in aanzien moet zetten. Vrouwen die jij moet waarderen en die eventueel financieel moet ondersteunen. Laat het vrouwen zijn die gewoon veel kinderen in huis hebben. Die gastvrij zijn. Die gewoon bereid zijn, niet letterlijk, maar figuurlijk en ander de voeten te wassen door een keer de mindere te zijn. Door de mindere van ander te zijn. Niet altijd te denken wat heb ik eraan, is het voor mij interessant, maar de mindere te zijn, kortom, allerlei goede daden hebben verricht. Het is eigenlijk de samenvatting van alles. Gasvrijheid is dus eigenlijk wel iets. Wat in het jodendom heel bekend was, ingebed in de cultuur. Wat in het vroege christendom eigenlijk ook heel erg ingebed was, maar christenen onbekend stonden. En wat misschien in onze tijd gewoon is verwatter, het zou maar zoeken gewoon is verdwenen. Want wij zijn druk, hebben we een drukke week gehad, we hebben recht op rust, enzovoort. En wie we uitnodigen, wie we uitnodigen, zijn mensen van we denken, nou, maar die zijn wel.
SPEAKER_00Die zijn wel goed. Ja, moet deze week denken.
SPEAKER_01Deze week was er iemand die zei, kan ik een vriend zijn. En ik zei: Ik heb daar eigenlijk geen tijd voor. Nee, dat was ik echt zo. Ik heb er geen tijd voor. En toen dacht ik, wat voor vrienden heb jij dan? En toen zei ik tegen hem. Eigenlijk heb ik alleen maar vrienden die ook meedoen in ons werk. En ik dacht laten, het is niet goed eigenlijk. Want ze zijn eigenlijk allemaal vrienden die inderdaad meedoen voor ons werk. Dus niet helemaal egoïstisch van mij. Maar het zijn ook mensen die van ik denken, die kunnen ook helpen enzovoort met alles. En gewoon vrienden waarvan ik denk, nou, die doen niks mee, daar heb ik eigenlijk niks aan, maar ik wil wel een vriend zijn, heb ik ook niet. En dan kan ik al zeggen: ja, ik heb er geen tijd voor. Maar het is eigenlijk ook slecht eigenlijk. Ik heb mezelf deze week gerealiseerd. Ik vroeg het specifiek: wat vind jij van vriendschap? Kan ik jou vriend zijn? En ik dacht bij mezelf: weet je, maar ik heb niks aan jou. Ik heb er geen tijd voor. Slecht eigenlijk, ik heb me deze week gerealiseerd: voorbereiden we gasvrijheid en geen haar beter ben. Het is wel een beetje jammer. Volgende tekst. Ja, ik moet eerlijk zijn. Houd de gasvrijheid in ere staat er in een brede. Want zo hebben sommigen het zonder te weten engelen ontvangen. Jullie kennen het verhaal van Abron wel natuurlijk. Ik heb nog gedachte het verhaal van Abron erbij zetten. Drie mannen ontvingen, maar ja, dat kennen jullie allemaal. Het gaat er ook niet om dat wij het risico lopen dat er toevallig engelen ontvangen. Het risico dat wij elkaar uitnodigingen dat er engelen bij zitten, is vrij gering. Dat kan ik jullie nu al vertellen. Dat is echt niet zo, denk ik tenminste, of moet me erg sterk vergis. Maar het gaat er eigenlijk om. De bedoeling van de tekst is: je weet niet het gevolg. Je weet niet het gevolg. Jij ontvangt iemand de gasvrijheid. En bij sommigen hebben engelen ontvangen, en bij anderen is er wat anders. Je weet niet wat voor gevolgen dat heeft. Toen ik jong was, werden mijn vrouw en ik uitgenodigd met mensen van 60, 70. Ja, dat klinkt gek. Ik heb hem nu schroom om jonge mensen uit te nodigen. Ja, daar hebben we geen behoefte aan. Natuurlijk hebben ze dat niet. Moeten ze met die oude keren om bij mezelf. Maar toen deden die oude mensen dat. En ik weet wel, ik kom niet uit het christelijk gezin. Een vrouw komt aan het katholiek gezin, maar niet echt prakticerend christelijk. Wij wisten een heleboel dingen niet. Wij hadden helemaal geen idee kinderen opvoeden en hoe je om moet gaan enzovoort. Ik was heel blij dat er ouderen gelovigen waren, die ze: kom eens gewoon langs. Kom gewoon. Ik moest er heel erg uit binnen dat je aan het einde van de avond afsloten met gebed, vond ik echt heel gek in het begin, maar ik vond het ook wel heel mooi. Maar ik weet het allemaal nog wel. En het heeft ook wel invloed op mij gehad. Ik kon nog ook vragen stellen: hoe moet het nou? Ik kom dit tegen en ik kom dat tegen. Hoe zit het nou? Zeker als de kinderen een beetje peuters werden, wat ouder werden, wat moet ik nou doen? Wat moet ik nou? Ik heb geen christelijke opvoeding gehad. Ik mocht alles. Hoe moet het dan als christen? En die mensen konden wat delen gewoon. En ik weet dat nog. Deze week dacht ik er nog aan. En dan die namen kwamen nog langs bij mij. Kappers, bronkborst en al die mensen, mulden. En ik weet nog dat ik het fijn vond als jongen. Ik had geen christelijke opa en oma. Maar bij hun kon ik langs gaan. Ik weet nog dat het eigenlijk nog eel heel lang een soort voorbeeld van mij geweest is. Als ik dat die mensen zou tegenkomen nu in de hemel. En ik zou zeggen. Nou, jullie, het feit dat jullie mij ontvangen hebben, heeft nog heel lang een rol in mij gespeeld. Heel lang heb ik eraan gedacht. En gedacht: oh, ze wil ik eigenlijk ook zijn. En zouden ze gezegd hebben, dat worden nood in de gaten gehad. Nee, dat wordt nooit gerealiseerd. Je weet niet welke invloed het ontvangen van mensen heeft. Dat wij niet. Misschien wel veel meer dan jij zo denkt. En alles wat jij doet, is voorbeeld. Alles wat jij doet is voorbeeld. Wij ontvangen ook vaak mensen uit andere culturen. Dat weten jullie. Andere culturen hebben een hele andere man-vrouw verhouding. Dat is best wat vred als ze in Nederland komen. Dat vreet is moeilijk. Ik ga daar niet over praten. Ik breek daar niet over. Echt niet. Maar ik nodig ze uit bij ons even. En mijn vrouw kookt dan. Dat wisten jullie hè. Maar op het moment dat het eten op tafel staat, is haar functie taak klaar. Zij is klaar. Afruimen, keukens schoonmaken, alles is allemaal mijn werk, dus dat wil ik allemaal. Vaak ben je gemaakt dat die man en de vrouw naar zaten te kijken, zo naar mij, in mijn eentje in de keuken zat mijn vrouw met winsel te praten dat ze echt naar elkaar zaten te kijken. Dat is onze cultuur niet zo. En ik zeg al de bewusteltijd tegen mijn vrouw een paar keer: oh, goed heb je die zegt. Ja, goed zo, als ik vergeten. Of ja, goed, je hebt gelijk. Ik heb eens een keer een man meegemaakt die zei tegen haar man heb je een noemen tegen mij gezegd je hebt gelijk. Maar dan proberen die andere cultuur niet te breken, maar proberen door te ontvangen iets voor te leven, iets te laten zien. Dus als jij iemand ontvangt, je ontvangt hen in de naam van de heer Jezus. Besef je dat? Jij ontvangt iemand in de naam van de Heer Jezus. Je bent gehoorzaam aan wat de hezus tegen jou zegt. En het is een geloosdaad dat je iemand uitnodigt. Enerzijds. En de andere kant is, word jij uitgenodigd, accepteer dat dan ook. Accepteer ook als iemand je uitnodigt. Als de ene helft van de kerk uitnodigt, en de andere helft zegt: oh, vind ik een beetje eng, ken hem niet. Vind ik een beetje gek. Ben ook moed trouwens, als ik heb het voor die kant gehad, dan houdt het ook geen idee. Uitnodigen is God. Accepteren is ook Gods werk. Al wat wij doen, al wat wij doen, heeft te maken met Heer Jezus. Als het goed is. Dus je nodig ook we gaan verder naar de volgende tekst. Lucas, misschien nog, of niet. Wanneer u mensen ontvangt, nodig aan armen, kreupelen, verlanden en blinden uit, dan zult u gelukkig zijn. Zij kunnen voor u dan niets terug doen. Maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen. Dus nodig niet alleen die mensen uit die dezelfde hobby hebben als jij, of hetzelfde hoogteinkomen. Of die dezelfde interesse hebben, waarvan je kunt zeggen. Oh, wij gaan elk jaar drie keer naar Italië. Nou, die mensen gaan drie keer naar Spanje, we kunnen een beetje uitwisselen. Nodig niet alleen mensen uit waarvan je denkt van oh, dat lijkt mij interessante mensen enzovoort. Daar krijg ik ook wat van terug. Nodig ook eer Jezus, niet ik. De Heer Jezus zeg. Wanneer je mensen ontvangt. En het waren mensen echt niet gewend, nodig armen, kreupelen, verlanden en blinden uit. Want die worden nooit uitgenodigd. Nooit. De Romeinse, Griekse wereld werden die nooit uitgenodigd. Niemand deed dat. En de Jezus zei: jij doet dat wel. Als je mensen uitnodigt, nodig die uit. Die. Die misschien als wij een gewone afspiegeling zijn van een bedrijf. Nood worden uitgenodigd. Maar omdat wij een afspiegeling zijn van weer Jezus, nodig je hen uit. En als ze jou uitnodigen, dan ga je. Want wij zijn anders. Wij zijn anders. Wij weten maar niet half hoe revolutionair de ideeën van de Bijbel zijn in die tijd. Hoe revolutionair. En we zullen absoluut niet willen leven in de Romeinse tijd. Zoals de boek gelezen van Mary Beard, zij is hooglerax. Gespecialiseerd het Romeinse rijk. Ze zei: Ik zou nog hooguit één dag daar willen zijn. En daarna zou ik heel snel terug willen vluchten naar deze tijd. Stel je daar niet te veel van voor. Het was een spijkerharde wereld zonder mededogen. Waar je alleen wat voor iets anders deed als die anderen wat voor jou deden. En door Jezus en de christenen doorbraken dat geheel. Gij, zegt Paus op een andere plek. Jullie zijn heel anders. Jullie zijn heel anders. En hou het voor je. Je weet niet wat voor gevolgen jouw daden hebben. Je hebt het niet in de gaten. De oude mensen mulden, ze hebben allemaal lang overleden. Weet nog hoe ze ons ontvingen in vriendelijkheid. En als je dat aan twijfelt, hier zullen ervoor beloond worden. Krijg je geen beloning op aarde? Denk je? Weet je niet, je hebt geen idee. Weet je niet wat een gevolgd op aarde heeft. Maar voel je geen beloning op aarde? Geloof je in de opstanding? Geloof je dat er is beloond bij de opstanding? Dat we allemaal onze lof zullen krijgen. Dat we allemaal een kroon zullen krijgen voor degene die hem verwachten, voor al diegenen die iets voor hem gedaan hebben, dat ze een kroon een lo ontvangen van de Jezus en de ene meer lof dan de andere. Paulus zegt, of de Heer Jezus zegt via Lucas. Jezus zegt: Je krijgt beloning, bij de opstelling van de rechtvaardige. Daarom is gasvrijheid geen detail. Het is niet iets wat misschien wel aardig om een keer over te hebben. Je zou bijna kunnen zeggen het is essentieel. Je zou bijna kunnen zeggen dit is het wat christendom christendom maakt niet onze Bijbelkennis. Niet als je verschil kunnen aangeven tussen Marcus Matthees, Lucas en Johan echt? Niet als je het ontzettend goed weet. Ik voel het soms zo terreurig. Laatst een tijdje geleden was er was een documentaire over de enorme stijgende evangelische kerk in Brazilië. En daar ging iemand naartoe en hield er een microfoon bij en zei: Wat kenmerk jullie nu als evangelische? Waarom zijn jullie zo geweldig aan het groeien? En toen zeiden ze nou twee dingen: we houden van Jezus en we hebben een hekel aan homo's. Wat zo gezegd voor TZ. Optionaal. Blijkbaar vonden zij dat een kenmerk van heiligheid. Kenmerk van heiligheid is gasvrijheid. Kenmerk van heiligheid is je huis opensteling. Mens ontvangen, verwacht je daar niets van terug in de naam van Jezus.
SPEAKER_00En in de naam van Jezus gasvrijheid ook ontvangen.