VEG 't Harde

Hard werken of Ontvangen

Samen ontdekken en groeien in geloof

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 26:26

Leony Bos

SPEAKER_00

Goedemorgen gemeente, fijn om hier weer te mogen zijn. Fijn om heel veel bekende gezichten te zien. Ook heel veel jongeren, goed dat jullie hier zijn. Toen ik het thema zag, dacht ik, dit is een leuke hard werken of ontvangen. Het is eigenlijk genade of wet. Dan zijn we de hele kerkgeschiedenis nog niet uitgekomen, maar wie weet komen we deze zondagochtend een eind. We gaan nadenken over het thema aan de hand van Ezekiel en Romeinen. Ezekiel 36 vanaf vers 16 tot 27. Ezekiel 36 vanaf vers 16 tot 27. Ik lees dat uit de MB 21. De Heer richtte zich tot mij, tot Ezekiel. Mensenkind, toen de Israëlieten nog in hun land woonden, hebben ze dat door hun dad onrij gemaakt. Ik zag hoe hun daden even onrij waren als een vrouw die ongesteld is. Dus stortte ik mijn toon over en uit. Vanwege alle bloed dat ze op het land hadden uitgestort. En vanwege de afgoden waarmee ze het hadden verontreinigd. Dit is even tussendoor. Als je het hebt over God lief hebben boven alles en je naast als jezelf, ging Israël hier op beide vlakken de mist in. Ze stortten het bloed op het land uit, dat was de naaste, en ze aan baden afgoden. Dat was God. Dus die twee geboden verbraken zij hier. Ik verstrooide hen onder vreemde volken en ze raakten verspreid over verre landen. Ik strafte hen zoals ze verdiende. Bij de volken waar ze kwamen, werd mijn heilige naam ontwijd, doordat men van hen zei: Dit is nu het volk van de Heer, uit zijn land is het verbannen. Het deed mij verdriet dat mijn heilige naam zo door het volk van Israël ontwaaid werd bij alle volken waar het kwam. Zeg daarom tegen het volk van Israël, dit zegt God de Heer. Ik zal ingrijpen, volk van Israël. Niet omwille van jou, maar omwille van mijn heilige naam, die je hebt ontwijd bij de volken waar je gekomen bent. Ik zal de heiligheid van mijn grote naam, die door jullie bij die volken is ontwijd herstellen. En die volken zullen beseffen dat ik de Heer ben, spreekt God de Heer. Door jullie zal ik ze laten zien dat ik heilig ben. Ik leid jullie bij die volken weg. Ik breng jullie uit die landen bijeen en laat je naar je eigen land gaan. Ik zal zuive water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgrouden. Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuw geest geven. Ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je levend hart voor in de plaats geven. Ik zal jullie mijn geest geven en ervoor zorgen dat jullie je aan mijn bepalingen houden en mijn regels naleven. Dan gaan we naar het Nieuw Testament naar Romeinen 7. Het liefste had ik vanaf Romeinen 7 vanaf vers 13 en dan helemaal hoofdstuk 8 doorgelezen. Maar ik dacht dat zou ik jullie niet aandoen. Dus als je vanmiddag nou de tijd hebt, dan adviseer ik je om dat gedeeltjes door te lezen. Romeinen 7 vanaf vers 13 tot en met 8, dan wordt het beeld veel helderder. Wat wij gaan doen is Romeinen 7 vers 18 en 19 lezen en dan vanaf vers 24 lees ik een stukje door. Romeinen 7 vers 18 en 19. Immer zegt Paulus: ik besef dat in mij, in mijn naardse natuur, het Goede niet aanwezig is. Ik wil het Goede wel doen, maar ik kan het niet. Want ik doe niet wat ik wil, het goede, maar juist wat ik niet wil, het kwade, dat doe ik. En dan ga ik verder vanaf vers 24. Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? God Zij gedankt die ons red, door Jezus Christus onze Heer. Want aan mezelf overgelaten, onderwerp ik me weliswaar met mijn verstand aan de wet van God, maar door de aardse natuur onderwerp ik me aan de wet van de zonde. Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. De w deest die in Christus Jezus leven brengt, heeft U immers bevrijd van de wonde en de dood. Want waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door onze aardse natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft Hij zijn eigen zoon als mens in het zondige bestaan gestuurd, zo heeft Hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat alles wat de wet eist, in ons tot vervulling wordt gebracht. Wij leven immers niet volgens de aardse maatstaven, maar volgens die van de Geest. Wie beheers wordt door het aardse streeft aardse zaken na. Maar wie beheers wordt door de Geest streeft na wat de Geest wil. Het aardse streven leidt tot de dood. Maar het streven waartoe de Geest aanzet, leidt tot leven en vrede. Het aardse leven staat vijandig tegenover God, want het onderwerp zich niet aan zijn wet en is daar ook niet toe in staat. Wie beheerst wordt door het aadse kan God niet behagen. U daarentegen wordt beheerst door de Geest. Want de Geest van God woont in u. Dennis, even tussendoor. Ik heb het idee dat hij stoort, klopt dat? Nou, ga ik niet blazen. Even kijken. Deze zocht ik. Vroeger, toen ik nog jong was, toen hadden we nog dieren in het circus. En ik weet niet of je dat beeld kent van een olifant, wat met een touwtje aan zo'n klein paaltje stond. Dat je dacht, hoe kan dat? Zo'n grote, kolossale, sterke olifant die staat aan zo'n klein paaltje vast. Een bijzonder beeld. Hoe kan het nou dat dat simpele touwtje en dat paaltje ervoor zorgen dat die olifant op zijn plek blijft staan? Eén ruk. En die olifant zou toch vrij zijn. Die zou zijn weg in vrijheid kunnen vervolgen. Hoe werkt dat als een olifant klein is? Misschien heeft u het verhaal wel eens gehoord, dan wordt het vastgezet met zo'n touw aan zo'n paal. En op dat moment probeert de olifant een aantal keer los te rukken. Maar het lukt hem niet. Nadat hij dat een aantal keer geprobeerd heeft, geeft hij het op. Want hij faalt toch keer op keer. Het lukt hem toch niet om los te komen. De olifant is niet sterk genoeg. En dat zorgt ervoor dat als die olifant groot is en sterk is en kolossaal is, dat hij niet eens meer probeert. Met één ruk en een paal zou hij vrij kunnen zijn. Hij zou er vandoor kunnen gaan om zijn leven te leven in vrijheid zonder beperkingen. Los van het paaltje. Alleen hij denkt dat dit onmogelijk is. Ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Want ik doe niet wat ik wil het goede maar juist wat ik niet wil het kwaade. Dat doe ik. Wie zal mij een ongelukkig mens redden, uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? Paulus is in strijd met zichzelf. Hij heeft een verlangen. Een verlangen om te leven uit de geest. Een verlangen om Jezus leven hier op aarde uit te leven. Een leven in vrijheid, een leven in al zijn volheid. Maar het lukt hem niet. Paulus, hij krijgt het niet voor elkaar. Ik begrijp zelf niet wat ik doe. Want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat. Hoor je in dit gedeelte, hoort u in dit gedeelte de frustratie van Paulus. Hij voelt zich als het ware gevangen, gevangen in zijn aardse natuur. Gevangen door de wet van de zonde en de dood. Ik wil niet zondigen, zegt Paulus. Innerlijk stem ik vol vreugde in met de wij. Ik wil het Goede doen. En met alles wat in mij is, probeer ik het goede te doen, maar het lukt mij niet. Het lukt Paulus niet. Het willen leven volgens Gods richtlijnen en keer op keer falen is iets wat we in het Oude Testament eigenlijk continu terugzien bij het volk Israël. We hebben het er ook nu over gelezen in Ezekiel. Als we kijken naar het volk Israël, dan sluit God een verbond met dat volk. Een verbond waarin God zegt: Ik wil jullie God zijn. En jullie mogen mijn volk zijn. En als onderdeel van dat verbond krijgt Israël de tien geboden: regels. We laten ze expres aan het begin van de dienst. De tien geboden hadden als doel dat Israël een licht zou zijn voor de volken rondom hem. Dat ze door die geboden heen zouden heen wijzen naar God. Naar zijn karakter. Want die tien geboden laten iets zien van Gods karakter, van zijn liefde, van zijn trouw. En als Israël zou leven volgens die tien geboden, dan zouden ze zo anders leven dan de volken rondom hen. En dan zouden die volken rondom hen zeggen: maar wat hebben jullie eigenlijk? Hoe kan het dat jullie zo anders leven? Hoe kan het dat jullie zulk ander gedrag vertonen? En dan zou Israël kunnen heen wijzen. Ze zouden kunnen vertellen over God. En dan zouden de volken door hen heen ook iets over God horen en een relatie met Hem aan willen gaan. Maar elke keer weer zie je dat het in het Oude Testament misgaat. Dat het Israël niet lukt om zich aan die tien geboden te houden. Aan de wet te houden. En elke keer weer heeft God genade. Hij toont zijn trouw en Israël mag weer opnieuw beginnen. Tot het moment dat God zegt: en nu is de maat vol. Nu is het klaar. Ik heb jullie genoeg gewaarschuwd. Elke keer weer. Door de profeten heen. Dit kan zo niet langer. En Israël wordt weggevoerd in balkenschap. Weg uit hun eigen land. Einde verhaal. Einde oefening. Nee, toch niet. God is genadig. God kan zijn volk niet loslaten. We hebben in de Ezegel gelezen dat God zegt: ik, ik ga je weer terug laten keren. Terug laten keren naar het land dat ik bestemd had om samen te leven, om in relatie met elkaar te leven, waar ik jullie God zou zijn en jullie mijn volk zouden zijn. Het land dat overstroomt van melk en honing. Dat land, daar mogen jullie weer naar terug. Ik zal ingrijpen, zegt God. Maar niet om wat jullie hebben gedaan. Nee, ik zal ingrijpen omwille van mijn heilige naam. Ik zal ingrijpen, zodat de volken beseffen dat ik de enige echte ware God ben. Wat was er namelijk gebeurd doordat Israël uit het land was gevoerd in ballingschap, zeiden zeiden de volk, ja, dat is leuk. Maar dat kan geen God zijn. Als dat nou echt een God was geweest, dan had hij nooit zijn volk in ballingschap laten gaan, dan had hij ervoor gezorgd dat dat volk in het land zou blijven wonen. Maar een God die niet ingrijpt, als zijn volk in ballingschap wordt gevoerd, als zijn volk het land wordt uitgezet, nee, dat kan niet een echte God zijn. En daarom grijpt God in. God grijpt in om willen van zijn naam. Gods naam staat hier op het spel. Hij grijpt in om te laten zien dat Hij de enige echte ware God is. De Here der Here, de Koning der koningen. Ik zeg God: Ik breng jullie uit alle landen bijeen en ik zal jullie naar je eigen land laten gaan. Maar zegt God. Dan moet er wel iets gebeuren. Want als jullie teruggaan naar dat land, dan is er helemaal niets veranderd. Jullie zijn nog steeds dezelfde. Dus er moet een radicale verandering plaatsvinden. Een ommekeer plaatsvinden. Want als er niet iets radicaals verandert, dan gaat het binnen no time weer mis. Jullie zijn nog steeds dezelfde als je terugkomt uit ballenschap. En daarom grijp ikzelf in: om ervoor te zorgen dat mijn naam geheiligd wordt. Om ervoor te zorgen dat iedereen weet dat ik de enige echte ware God ben. En daarom zegt God: ik zal jullie geven. Ik zal jullie geven een nieuw hart en een nieuwe geest. Een nieuw hart en een nieuwe geest. Het hart staat in het Hebrews voor het oriëntatiecentrum van de mens, zijn hele innerlijk, zijn diepste wezen, zijn wil, zijn verstand. En de geest staat voor de wilskracht van de mens, voor de sturing, voor de denkrichting. Oftewel, een nieuw hart en een nieuwe geest, God zegt: Ik maak je een volledig nieuw mens. Volledig nieuw. Ik ga die om een keer bewerken. Want alleen dan zullen jullie in staat zijn om je aan mijn wetten, aan de tien gewonnen, aan mijn regels te houden. En dan zullen jullie mijn volk zijn. En ik zal jullie God zijn. Jij mag best weten dat ik altijd geworsteld heb bij deze tekst. En niet alleen met deze tekst, maar ook met de teksten van Paulus, waarin hij spreekt over een nieuw mens. Want enerzijds heb je als gelovige dus dat nieuwe leven gekregen. Je bent een nieuw mens. Zoals Paulus het zegt, God heeft het nieuwe leven in ons tot stand gebracht. Hij heeft met de zonde afgerekend. En wij leven vanuit Gods Geest. En dat roept verlangen bij mij op. En als ik jullie het afgelopen anderhalf jaar een beetje heb leren kennen, dan voel ik dat verlangen om iets van Jezus leven uit te leven. Om vanuit Gods Geest te leven. Om iets hier op het harde te laten zien. Van zijn liefde. Dan voel ik dat verlangen ook bij jullie hier op het harde. Alleen het lukt zo vaak niet. Het lukt niet. Waarom niet? Waarom niet? Als u, jij en ik, wij dat verlangen toch hebben. En we hebben de Geest in ons. Waarom lukt het dan niet om dat leven uit te leven? Dat leven van Jezus hier op aarde? En met Paulus mee zeg ik, ik ellendig mens, wie zal mij verlossen? Wie zal mij verlossen van dat paaltje waar ik aan vast lijk te zitten? Wie verlost mij. Herkent u dat? Herken jij dat? Deze worsteling die Paulus ervaart, dat je verlangt om zoals Jezus hier. Zoals Jezus op aarde leeft, jouw leven hier ook uit te leven. Dat je wil leven overeenkomstig het evangelie, dat zoals we aan het begin van de dienst, die tien geboden horen, dat je God lief hebt boven alles en je naaste als jezelf. Dat je daarnaar verlangt. En dat je daar vol vreugde mee instemt. Dat je verlangt naar dat leven in vrijheid, verlangt naar dat leven in al zijn volheid. Maar het lukt je niet. Hard werken of ontvangen. Je spant je in om te leven overeenkomstig de evangelie. Je doet je best. Alleen het lukt je niet. Je lijkt wel aan het paaltje vast te zetten. Tuurlijk, tuurlijk zijn er soms momenten dat je s'morgens je stille tijd hebt gehouden. En dat je God heel dichtbij ervaren hebt. Dat je iets van zij rust en zij vrede ervaart. En dat je de dag ingaat en denkt, hé, ik ga iets van God, iets van Jezus laten zien hier op aarde. En dan gebeurt er weer wat. Iets in je gezin, op je werk, op school, in de buurt. En je lijkt het wel weer kwijt te hebben. Hard werken, heeft het zin? Hoe zit dat dan? Die verhouding tussen enzijds, hard werken en ontvangen? Tussen onze eigen verantwoordelijkheid en Gods geest? Tussen het naleven van Gods richtlijnen en daar hart ons best voor doen, en de geest die het uitwerkt door ons heen. Heeft dat te maken met de hoeveelheid geloof? Heeft dat dan te maken met misschien wel de mate waarin je overgegeven hebt aan God? Waar heeft dat mee te maken? Hoe zit dat? Nadat Paulus zijn worsteling kenbaar heeft gemaakt in hoofdstuk 7, lijkt hij het vanaf vers 25 wel uit te jubelen, uit te schreeuwen. God zij gedankt. God zij gedank die ons red door Jezus Christus, ons Heer. Wij zijn verlost door Jezus Christus. Je wordt niet meer veroordeeld, want de wet van de geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft je bevrijd van de wet van de zon en de dood. Jezus heeft met de zonde afgerekend. Toen Jezus het graf inging, toen ging jouw oude leven het graf in. En toen Jezus weer opstond uit de dood, toen ben jij opgestaan in dat nieuwe mens. Door de doop heen. Wat het zo mooi symboliseert, sta jij op als nieuw mens. Drink dat nog door. Drink dat nog door dat je dat nieuwe leven hebt. Dat Gods Geest in jou is, dat jij Jezus leven hier op aarde uitleeft. Want zegt Paulus, wij zijn van een hele andere orde. Jij en ik, wij zijn van een nieuwe orde. Een nieuwe orde, de orde van de Geest. En deze orde is volkomen, volkomen anders dan de Aardse Orde. Het is een orde die beheerst wordt door wat de Geest wil, een leven waarin de wet is vervult, een leven overeenkomstig Jezus leven. Een leven dat leidt tot leven en vrede, leven met een hoofdletter. Zo zijn wij bedoeld om te leven in die vrijheid. En zegt Paulus, jij, je hoeft niet te twijfelen. Zodra je Jezus Christus hebt aangenomen, dan ben je van de Geestwoord. Jij, U, wij, ik, wij zijn van de Geestwoord. Jij leeft volgens de maatstaven van de Geest. Als je Christus hebt aangenomen, dan leef je volgens die geest. En dan leeft de Geest van God in jou. Dan is Gods glorie. Zijn eer en zijn heerlijkheid in jouw leven. Dan heb je dat nieuwe leven. Je hebt een nieuw hart ontvangen. Je hebt een nieuwe geest ontvangen. Je bent los van het paaltje. Je mag een ruk geven aan het paaltje en op weg gaan om je leven te leven in vrijheid. Je zit niet meer vast. Je bent vrij. Verlang je daarna. Verlang jij daarna. Verlang jij naar dat leven. Verlij naar dat leven vanuit de Geest. Dat leven in al zijn volheid. Dat leven dat opvalt in jouw omgeving, zodat de mensen hier op het harde, zodat de mensen op je werk in de buurt op school zeggen, wat heb jij? Jij leeft anders. Hoe zit dat? En dat je dan mag heen wijzen naar God. God, de enige echte bron van geluk. De enige bron van echte vrijheid. De enige bron van houding. Leven vanuit de geest, want Gods naam staat op het spel. Zijn naam staat op het spel. Maar hoe doen we dat dan? Is dat dan dat harde werken of is dat dan dat ontvangen? In een van de commentaren las ik de volgende zin. Wij moeten werken alsof het van ons afhangt in het besef dat het helemaal van God afhangt. Wij moeten werken alsof het van ons afhangt, in het besef dat het helemaal van God afhangt. Paulus zegt in Romeinen 8 vers 5. Wie beheerst wordt door het aardse, streef de aardse zaken na. Maar wie beheerst wordt door de Geest en jullie worden beheerst door de Geest, ik word beheerst door de Geest, jij wordt beheerst door de Geest, dan streef je na wat de Geest wil. Leven volgens de Geest is a way of life, is een manier van leven. Is een leven volgens een volkomen andere orde dan het leven hier op aarde. Als je beheerst wordt door het leven hier op aarde, dan streef je aardse zaken na. Eigen geluk, eigen gewin, eigen, noem maar op, maar als je beheerst wordt door de Geest, dan streef je na wat de Geest wil. Richt je dus op wat de Geest wil. Breng jezelf te bidden dat jij de Geest van Christus in je hebt en richt je hoofd omhoog. Als wij toch in staat zouden zijn om zo als kerk de wind te vangen van de Geest. Om zo ons samen los te rukken van die paaltjes. En zo het leven in te lopen in vrijheid. Het leven vanuit de Geest, om zo Jezus leven hier op aarde uit te leven. Wat een getuigenis. Zal dat zijn hier op het Harde. Wat een getuigenis zal het zijn als wij gaan leven volgens die nieuwe orde. Leven met een nieuw hart en een nieuwe geest. Leven in liefde voor God en voor elkaar. Dan kan het toch niet anders. Dan dat het op gaat vallen. Dat het op gaat vallen en dat mensen erbij komen en dat de gemeente groeit, omdat ook andere mensen verlangen naar het leven in vrijheid en Amen. Laten we binnen. Heer, Vader in de hemel, wij verlangen naar dat leven vanuit de Geest. Ja, heel vaak lukt dat niet. Maar doe ons beseffen deze nieuwe week in dat wij los zijn van onze paaltjes. Dat wij opstaan en dat wij ons keer op keer te binnenbrengen. Dat wij zijn van de Geest Orde. Dat wij mogen leven vanuit dat nieuwe hart en die nieuwe geest. Heer, Heilige Geest. Doe ons dat beseffen. Want als we dat toch eens gaan beseffen, als we dat toch eens gaan beseffen, dan zijn we een getuigenis van u. Hier op het Harde. Amen. Het is niet makkelijk. Dat besef ik me. En er zijn drie dingen die kunnen helpen, die mij hebben geholpen in de afgelopen periode. We gaan zo'n lied zingen. God regeert. En stel nou dat je zegt. Ik ga heel erg aan op horen, op liederen. Zet van de week gewoon dagelijks. Dat lied is aan. Of stel nou dat je zegt: ja, maar ik ben iemand die beeldend is. Zoek het plaatje van de olifantus op. En plak hem van mij pas op je spiegel, zodat je er keer op keer aan herinnerd wordt. Of wat mij zelf helpt, is elke keer wie je tegen mezelf zegt: hey, stop, Leonie. Ik ben van de Geest-soort. En zo wil ik reageren. Ik wil reageren.