VEG 't Harde
Welkom bij de podcast 🎙️ van VEG ’t Harde . In deze podcast luister je naar inspirerende geloofsboodschappen vanuit de Bijbel, opgenomen tijdens onze samenkomsten, met oog voor het leven van vandaag. Deze podcast sluit aan bij de samenkomsten van VEG ’t Harde, waar geloof en het dagelijks leven samenkomen. Of je al langer christen bent of nog zoekend naar wie God is: deze podcast wil je inspireren, bemoedigen en uitdagen om Jezus te volgen in het dagelijks leven.
Abonneer je op de podcast van VEG ’t Harde (Vrije Evangelische Gemeente ’t Harde) en luister waar en wanneer het jou uitkomt, thuis, onderweg of op je werk.
VEG 't Harde
Samen bouwen - Startdag VEG 't Harde
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Zondag 30 augustus sprak Marcel van 't Hul over het thema Samen bouwen, tijdens de startdag van het nieuwe seizoen. Een bemoedigende boodschap die richting geeft aan ons dagelijks leven en ons helpt om samen te ontdekken en te groeien in geloof.
Goedemorgen. Toen ik hier zo zat, dacht ik twee en een half jaar geleden, ruim twee en een half jaar geleden, begonnen we een beetje met de eerste gedachte over een initiatief op het harde en noem mij een klein gelovige. Maar ik had op geen enkele manier durven hopen dat het na twee jaar zo uit zou zien. Ik denk dat we als gemeente ontzettend rijk gezegend zijn in de afgelopen periode. Gezegend door God, maar ook gezegend met mensen die hier aan het werk zijn gegaan. Elke keer als ik hier kom, leer ik nieuwe mensen kennen die weer taken oppakken. Dus supermooi om dat te zien. Supermooi om daar ook in dankbaarheid op terug te kijken. Maar tegelijkertijd mogen we ook weer aan het begin van een nieuwe zin uitkijken naar wat God ook in dit seizoen weer wil gaan doen en hoe we ook samen verder mogen bouwen aan deze gemeente. En ik wil dat vandaag met jullie doen aan de hand van het verhaal van de Hemia. En Dehemia was een bouwer in de Bijbel. Wat bouwde Nemia wat er onder zijn leiding gebouwd, Jeruzalem? Ja, iets preciezer misschien. De muren van Jeruzalem, heel goed, ik hoor hem. De muren van Jeruzalem. En die hemia. We beginnen even bij. Jullie kennen de verhalen van Daniel van Nebekat Nezar. Het volk was in ballingschap geleid. Het Noorderrijk, dat tienstammenrijk, was al lang weggeleid door de Assyriërs. Dan komt op een gegeven moment Nebekat Nezar. En die leidt ook het Weestammenrijk, het gebied rondom Jeruzalem, leidd die mee naar het Babylonische Rijk. Er is ballingschap. Maar gelukkig na 60, 70 jaar, komt het Perzische Rijk, een nieuwe Perzische koning. En die geeft het volk de gelegenheid om weer terug te gaan naar Juda, terug te gaan naar het gebied rondom Jeruzalem en naar Jeruzalem zelf. En een groot deel of een deel van die groep die ooit in ballangschap was gevoerd, maakt daar gebruik van. Lang niet iedereen. Ongeveer 50.000 mensen gaan met Sirebabel mee terug naar Jeruzalem. En er zijn ook best wel wat families die blijven in dat Perzische Rijk, omdat zij daar inmiddels een nieuw bestaan hebben opgebouwd en eigenlijk helemaal niet zit te wachten naar een nieuw onzekere tijd rondom Jeruzalem. Na Serebabel, ongeveer 80 jaar later, krijgen we het verhaal van Ezra die met een groep van ongeveer 2000 mensen terugreist naar Jeruzalem. En dan weer 15 jaar later zijn we bij ons verhaal van de Hemia. De Hemia is een hoge ambtenaar aan het hof van de koning Atexerks. En hij is daar schenker. Ik dacht vroeger altijd, dat is dan iemand die het glas inschenkt, een soort van ober. Dat was wel degelijk een hele belangrijke taak. Dat was een vertrouwen van de koning. Een hoog ambtenaar zei ik al. En ook iemand die tot de inner crowd van de adviseurs van de koning geregeld werd. Dus Dehemia had een belangrijke positie. We beginnen het verhaal met lezen dat er een groep uit Jeruzalem komt. En Nehemia vraagt eigenlijk aan die mensen: Hoe gaat het daar eigenlijk met die ballingschap, die mensen die uit het ballingschap teruggekeerd zijn? Dat was voor hem dan ongeveer 95 jaar geleden. Hoe gaat het daar nou eigenlijk? Daar beginnen we met lezen bij het verhaal. En we beginnen gewoon bij Nehemia 1, vers 1. En dan wil ik jullie even vragen om de volgende dingen in de gedachte te houden of naar de volgende dingen te zoeken als we dit gaan lezen. Het eerste is waaruit zie je dat Nehemia zich heel erg betrokken voelt, zich ook emotioneel betrokken voelt bij het lot van die mensen die teruggekeerd zijn aan het ballingschap. Het tweede is, welke rol speelt gebed meteen in dit eerste gedeelte. En het derde is: waar zit de actie? Wat gaat Nehemia doen? Neemt hij initiatief. Dus die dingen hou die even in gedachten als we dit gaan lezen. En hou die daarna ook nog heel lang in gedachten, want dan kom ik later pas op terug. We gaan lezen. Verslag van Nehemia, de zoon van Gagalia. In de maand Keslef van het twintigde jaar, toen ik mij in de burg van Suza bevond. Daniel, verhaal van Esther, is allemaal in diezelfde burg. Toen kwam een van mijn broers, Ganani, met een aantal mannen vanuit Juda naar me toe. Ik vroeg hun hoe het de Joden verging, die waren overgebleven en de ballingschap hadden overleefd en informeerden naar de toestand van Jeruzalem. En ze vertelden me dit: het gaat heel slecht met de mensen die de ballingschap hebben overleefd en die nu in de provincie Juda wonen. Ze zijn er het mikpunt van spot, want de muur van Jeruzalem is afgebroken en de poorten zijn in vlammen opgegaan. En toen ik deze woorden hoorde, ging ik huilend op de grond zitten. Ik rouwde dagenlang, ik vaste en ik riep de God van de hemel aan. En ik wacht: Ach Heer, God van de hemel, machtige en onzagwekkende God, u die uw belofte nakomt, en trouw bent aan een ieder die u lief heeft en doet wat u gebied. Luister aandachtig en zie hoe uw dienaar dag en nacht tot uw bidt ten behoefte van uw dienaren, de Israëlieten. Ik beleid de zonden die wij, Israëlieten, tegenover u hebben begaan, ook ik en mijn familie. Dan lees ik even verder bij vers 11 aan het eind van dat gebed. Ach men Heer, luister toch aandachtig naar het gebed van uw dienaar en na dat van al uw dienaren die uw naam willen eerbiedigen. Laat mij vandaag toch slagen en laat de koning mij wel gezield zijn. Want in die tijd was ik schenker aan het hof van de koning. Dan lezen we verder bij hoofdstuk 2. Het was in de maand Nissan in het twintigste regeringsjaar van Ataxerxis: De wijn stond op tafel, ik nam de wijn en bood hij de koning aan en nooit had hij iets op mij aan te merken gehad. Maar nu zei hij: waarom kijk je zo zomber? Je bent toch niet ziek? Er is vast iets dat je dwas zit. En ik schrok hevig en ik zei: majestijd leven eeuwigheid. Hoe zou ik niet somber zijn als de stad waar mijn voorouders begraven zijn, is verwoest en naar poorten in vlammen zijn opgegaan. Wat is dan je wens, vroeg de koning. En ik bad tot de God van de hemel en antwoordde de koning: als het u goed dukt en als u het mij, uw dienaar toestaat, zendt mij dan naar Juda om de stad te herbouwen waar mijn voorouders begraven liggen. Tot zover, eigenlijk zou ik de eerste acht hoofdstukken met jullie willen lezen, maar dat voert misschien wat ver. Maar om dat heel kort samen te vatten, de koning is de hemia goed gezint. Hij mag naar Jeruzalem toe reizen. Hij krijgt zelfs een brief mee van de koning als een soort van vrijgeleider, zodat hij vrij door het Koninkrijk kan reizen. Hij krijgt nog een brief mee voor de houtvestijen. Dat betekent dat hij daar op last van de koning of op kosten van de koning zoveel hout mag halen als hij nodig heeft voor de herbouw van de poorten van Jeruzalem. En hij krijgt zelfs een militaire escorte mee. Dus dat geeft ook wel iets aan over de positie die hij had aan het hof. En hij reist terug naar Jeruzalem. Die reis heeft naar schatting ongeveer twee tot drie maanden geduurd voordat hij dan in Jeruzalem aankomt. En als hij daar aankomt, dan zegt hij niks tegen de mensen daar. De eerste drie dagen gaat hij stiekem s'nachts op pad, verkent heel Jeruzalem. Kijkt wat er allemaal in puin ligt. Kijkt wat er allemaal gedaan moet worden. En pas na drie dagen haalt hij de stadsbestuurders bij elkaar en alle belangrijke mensen in Jeruzalem haalt hij bij elkaar. En dan zegt hij, ik heb gezien dat de stad in puin ligt. Het is tijd om het te gaan herbouwen. En hij vertelt wat de Heer gedaan heeft, ook bij de koning. En dan zeggen die stadsbestuurders: laten we er dan aan beginnen. Zo simpel gaat het. Maar zo simpel gaat het niet de hele tijd, want er komt veel weerstand. Want er zijn mensen in die omgeving die hebben helemaal geen belang bij een herbouwd sterk Jeruzalem. Die hebben geen belang bij een hernieuwd, sterk volk Israël. Dus die mensen die proberen op allerlei manieren het werk wat Nehemiah doet, tegen te werken. Maar Nehemia laat zich niet uit het veld slaan en ze gaan bouwen we gaan er straks nog iets verder op in. En na slechts 52 dagen is de muur met alle stadsoorten herbouwd. Dat is de korte samenvatting van wat je in die andere hoofdstukken leest. Lees dat vanmiddag als een soort van roman, dus lees dat vanmiddag nog eens even rustig na. En ik wil vandaag naar drie dingen kijken. En dat heb ik net al even genoemd: de betrokkenheid, het gebed en het werk. Eerste plaats, ik heb jullie gevraagd: lees even kritisch mee. Waaruit zie je de betrokkenheid van Nehemia? Waar hebben we dat gezien? Hij gaat huilend op de grond zitten. En Dehemia was dus iemand vanuit familie die niet mee teruggegaan was bijna 100 jaar geleden naar Jeruzalem. Ze had een belangrijke positie aan het hof. Hij had heel makkelijk kunnen zeggen. Dat is toch wat? Nou, sterkte, ik bid voor jullie. Had hij makkelijk kunnen zeggen. Maar hij voelt zich zo betrokken dat het eigenlijk het begin is van het verhaal. En ik denk dat daar ook de eerste les voor ons zit. Hoe betrokken zijn wij als we samen gaan bouwen aan de gemeente? Zijn wij dan klant van deze kerk of consument hier? Komen wij op zondagmorgen. Zijn we hier een uur anderhalf uur. Drinken we misschien wel, misschien niet een kop koffie, lopen we hier weg en zeggen we, nou, het was een mooie dienst of vandaag sprak ik het me niet zo aan. Nemen wij het product kerkdiensten af? Of zijn wij onderdeel van deze gemeente? Zijn we dankbaar voor wat er in de afgelopen twee jaar gebeurd is? En zeggen we, ja, ik wil onderdeel zijn van die zegeningen die we mogen ontvangen, ik wil mijzelf inschakelen, ik wil betrokken zijn. Dat is niet een gebouw, hier zie je dat al vrij snel dat het kerk niet het gebouw is. Het is niet de mensen die hier op het podium staan, dat denden denken aan die vrouw die ziek was. Dat verhaal hebben jullie misschien wel eens gehoord, er was een vrouw die was ziek in de gemeente, dat werd afgekondigd in de kerk. En in die week daarna kwamen kaartjes gestuurd. En kwamen mensen uit de gemeente op bezoek. En er werd nog eens een fruitman bezorgd. En wat zei die vrouw na een week? De domenee was nog niet geweest. En van de kerk zie je niemand. De kerk, dat zijn wij, dat is niet de domine. Dat zijn wij met z'n allen, wij zijn met elkaar die gemeente. Dus ben je bereid om jezelf ook in te schakelen. En wij zijn ook druk. We zijn druk met ons werk. We zijn druk met al die jonge gezinnen die ik hier zie. We zijn druk met allerlei hobby's, verenigingsleven, sporten. Maar Hemia had een zeer veel eisende functie bij de koning. En toch zei hij: Ik ben betrokken, ik ben bereid om te gaan. Dat is het eerste punt: betrokkenheid. Het tweede, het gebed, welke rol speelt het gebed al in dat eerste stuk? Hij bad meteen en je ziet hem eigenlijk twee keer binnen. Eerst dat stuk een wat langer gebed, ik heb er zo'n stuk in geknipt. Een mooi gebed. En de tweede keer, als hij bij die koning is, zie je hem. De koning vraagt hem wat is je wens is, en dan zegt hij, ik bad tot God en ik zei: dat is niet een heel lang gebed geweest, dat zal waarschijnlijk iets geweest zijn van o Heer, help mij. O geef mij de woorden. O dank dat deze vraag gesteld wordt. Misschien een kort gebed. En als je verder leest het boek van Nehemia, zie je dat vaker. Nehemia heeft eigenlijk een hele open lijn met God. Waarin hij steeds soms wat langer bidt, maar soms ook heel kort. Op een gegeven moment wordt hij heel erg bespot. En dan zegt hij, O, je kijk toch hoe we bespot worden, hoe uw volk bespot wordt. En dat is eigenlijk zijn hele gebed. Dat patroon zie je dus steeds terug, steeds gebeurt er iets. Nehemia is betrokken, loopt er niet van weg. En het begint met gebed, je ziet ook dat hij het gebed ook niet zozeer gebruikt om te zeggen. Nou, ik heb het bij de heer gelegd we zullen kijken wat hij doet. Het gebed is bij Nehemia steeds een opmaat om aan de slag te gaan. Dan deem ik denk ik aan de tijd dat ik nog zonder schoolmeester was, de gemeente zit vol met mooie taken, ik was zonder schoolmeester. En er waren twee jufvrouwen, twee gelovige zusters uit de gemeente. Maar er waren nogal verschillende karakters. De ene was een hele geestelijke vrouw. Dus steeds als er wat gebeurde, dan was gebed haar antwoord. Heel mooi. De andere was meer van praktische aard. Aan de slag. En dat is samen een mooie combinatie. Wat gebeurde er? Telkens, als er wat aan de hand was, dan zei die zuster, laten we er voorbidden. En dan werd er gebeden. Goed, goede eigens. Maar om het enigszins diplomatiek te zeggen, het vertalen van dat gebed in concrete actie was niet per se de kwaliteit van die zuster. Tot op een dag er weer iets aan de hand was, dan moest iets geregeld worden en zeiden, laten we er voor bidden. En toen zei die andere zuster, ja, bidden, bidden, lood haintjes maar zwappen. En dat is precies, denk ik ook, de les hier van dehemia, dat bid en werk, ora het labora. Steeds zien we dat Nehemia ook bereid is om niet alleen te bidden, die open lijn met God. Ik denk dat dat voor ons belangrijk is, ook als we onszelf inschakelen in de gemeente, zelf betrokken willen zijn in de gemeente, taak op ons nemen, is het belangrijk om daarvoor te bidden. Ook als gemeente, als we op weg gaan en misschien nieuwe activiteiten doen, ons verder ontwikkelen als gemeente. Of verder mogen ontwikkelen als onderdeel van Gods Koninkrijk. Dan is het goed om daar steeds in gebed bij te zijn. Maar het is ook belangrijk om te werken. En daar kom ik al bij het laatste punt. Ik had beloofd om het kort te houden vandaag. Het is belangrijk om ook aan de slag te gaan. En je ziet dat Nehemia dat ook doet. En je ziet ook in hoofdstuk 3 een prachtige beschrijving van hoe ze aan de slag gaan. En waar Nehemia voor kiest, is dat hij steeds groepen verantwoordelijk maakt voor een deel van de muur. Dus je ziet dan, die familie doet dat stuk van de muur. Die groep die uit dat dorp was komen helpen, doet die poort. En steeds zie je dat er groepen verantwoordelijk zijn. Het aardige is dat er op verschillende plaatsen ook de beroepen van die mensen bijgenomen worden. En het leuke om te zien is dat die beroepen vaak helemaal niks te maken hebben met wat ze aan het doen zijn. En ze gaan hard aan de slag. De goud smeden zijn muren aan het metselen en zo. Dus het hoeft ook niet altijd dat je precies toegerust bent tot die taak waartoe je geroepen wordt in de gemeente. Nee, je mag ook wel eens wat anders doen waar je niet voor opgeleid bent, waar je misschien niet per se aan de voorkant comfortabel toe voelt. Maar ze gaan aan de slag. En zelfs onder tegenslag houden ze moeten. Op een gegeven moment lezen we dat ze in de ene hand het gereedschap hebben, de andere hand een zwaad en een speer om zich te verdedigen. Maar ze gaan door en ze werken hard. En het mooie is dat ze dus steeds verantwoordelijkheid nemen als groep. Je zou het eigenlijk kunnen vertalen naar de gemeente hier. Je bent misschien verantwoordelijk voor het koffie. Wij zijn van de koffie, maak je geen zorgen. Er is koffie. Er is lekkere koffie op de zondagmorgen. Ze nemen die verantwoordelijkheid. Je bent misschien verantwoordelijk voor het jongerenwerk of het kinderwerk hier en zeg je: wij zorgen ervoor dat hier kinderwerk is en wij gaan ons best doen in gebed om die kinderen ook iets mee te geven van dat geloof. Ik ben onderdeel van het muziekteam. Maak je geen zorgen. Wij zorgen dat er muziek is, de techniek, zo kun je steeds groep voor groep zien. Neem verantwoordelijkheid, stap in. Dus om kort samen te vatten drie hoofdpunten. Wees betrokken. Wees geen klant van de kerk, maar wees onderdeel van de gemeente. Zorg voor jezelf en zorg als gemeente dan mogen we leren van de hemer voor die open lijn met God. Misschien in een uitgebreide bit stond of soms even in een uitroep in je hoofd naar God, oheer help. Ga aan de slag en wees bereid om verantwoordelijkheid te nemen. En dan sluit ik af met de woorden van Paulus in Corinten die zegt daar: realiseer je daarbij dat alles wat je doet voor de Heer nooit te vergeefs is. Amen.