VEG 't Harde
Welkom bij de podcast 🎙️ van VEG ’t Harde . In deze podcast luister je naar inspirerende geloofsboodschappen vanuit de Bijbel, opgenomen tijdens onze samenkomsten, met oog voor het leven van vandaag. Deze podcast sluit aan bij de samenkomsten van VEG ’t Harde, waar geloof en het dagelijks leven samenkomen. Of je al langer christen bent of nog zoekend naar wie God is: deze podcast wil je inspireren, bemoedigen en uitdagen om Jezus te volgen in het dagelijks leven.
Abonneer je op de podcast van VEG ’t Harde (Vrije Evangelische Gemeente ’t Harde) en luister waar en wanneer het jou uitkomt, thuis, onderweg of op je werk.
VEG 't Harde
God op de eerste plaats
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Goedemorgen allemaal. Ik heb gezegd doe de microfoon iets harder, want ik heb niet zo heel veel stem. Maar zo kan het. Het thema is vandaag God op de eerste plaats. Ja, dat lukt wel in de kerk, hè? Hier lukt het wel. Maar morgen. Dat wordt een probleem, toch? God op de eerste plaats. En je kun je eigenlijk afvragen: moet het nou echt? Moet je nou echt? Dat is gewoon een serieuze vraag. Ik bedoel het niet flauw. Maar moet je niet gewoon zeggen, mijn werkstad op de eerste plaats of mijn relatie of mijn huwelijk of mijn kinderen. En ik vraag God steeds te helpen, weet je wel. Laten we eerlijk zijn: de meeste van ons denken zo. God op de eerste plaats is al heel erg veel gevraagd. Vind ik een beetje te? Of wel? Ja, nu wel natuurlijk. Nu ben je zo in de moed naar die liedjes te zeggen, ja, maar morgen dat is een beetje het probleem. En de vraag is: wordt dat van ons gevraagd en is dat een oplossing? Dat is ook de vraag. Wordt dat nou echt van ons gevraagd om echt God op de eerste plaats te stellen? Is het niet veel belangrijker om te werken aan de problemen in de kerk en problemen in je gezin en op je werk en wat dan ook? Moet je nou echt God op de eerste plaats zetten? Als je de Bijbel leest, kom je altijd vol verrassingen te staan. Ik doe nou zo lang aan bijbellezen en ik heb het idee dat ik me net een klein beetje iets begin te begrijpen. Iets begin, ietsjes. Maar weet je dat de eerste gemeentes onzelf veel problemen hadden. Eerste gemeente vochten elkaar de tent uit. Echt. Wij denken, oh, waarom is de eerste gemeentes? Nou, ik hoop het niet hoor. De gemeenten in de Romeinen waren diep verdeeld. De ene helft vond dat ze de wetten moesten houden en de spijzigingswetten en de reiniging zetten, en moesten helemaal volgens de wet leven. En de andere helft vond absoluut van niets en ze vochten elkaar de tent uit. De gemeente in Corinthe was ook diep verdeeld. De ene helft vond dat je echt moest spreken in tongen, echt moest absoluut. Anders ben je maar geen christen. En de andere helft zei niets mee te maken, absoluut niet. Waarschijnlijk was de gemeente in Filipi ook diep verdeeld. Er is maar een voetnoten achterin. Maar vaak zie je pas de echte reden dat Paulus schrijft: pas een voetnoten achterin. En achter in de Filipense brief zijn er twee blijkbaar hele belangrijke vrouwen waren, twee leidende vrouwen die totaal niet met elkaar konden opschieten. En blijkbaar waren er ook problemen door. En nu komt een bekwaardige oplossing van Paulus. Dus je zou normaal gesproken zeggen: oké, er is een room een probleem. Er is een probleem over moet je aan de bed houden of niet, dat is een probleem. Paulus, schrijf nou eens een goede duidelijke brief. Leg het nou eens even uit. Maak een duidelijke keuze en leer ons wat dat is. En weet je wat de oplossing van Paulus is? Hij zegt: ik leer jullie dat niets ons kan scheiden van de liefde van Christus. Totaal ander antwoord. Hij zegt: jullie hebben problemen? Ik ga wat uitleggen. We zijn veilig, we hebben vrede met God. We hebben genade met God. We zijn gerechtvaardigd door God. Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus. Dat is de oplossing van Paulus. In Korinthe waren dus grote problemen. We vochten elkaar de tent uit, verwegen, wel of niet in tongens spreken. Dan zou je verwachten dat Paulus een duidelijke verhandeling geeft. Paulus, leg het nou eens even uit. Leg nou duidelijk een brief waarin je standpunt doet. En wat doet Paulus? Paulus schrijft een brief over persoonlijke heiliging. Meer niet. Filippen ze waren problemen. Je zou zeggen, Paulus geeft een aanwijzing hoe je problemen kunt oplossen, welke vrouw er gelijk heeft wat ze moeten doen. En wat schrijft Paulus? Paulus schrijft een brief over persoonlijke groei in geloof. Dat is heel wat anders. Iemand heeft ons gezegd: het leven is een driehoek. Driehoek, zo driehoek. Je hebt hier twee personen of twee groepen. Of wat dan ook. En daarboven staat God. De menselijke kant is en dat is helemaal niet verkeerd. De menselijke kant is dat je met elkaar in gesprek gaat, dat je consensus vindt, dat je met elkaar praat, dat het bij middelaar komt en het is ook helemaal niet verkeerd. En de weg van Paulus is: weet je wat je moet doen? We moeten allebei groeien naar God toe. En dan groeien vanzelf naar elkaar. En steeds dichter bij elkaar en de verschillen blijven, de verschillen in gedachten blijven, maar je kunt er mee omgaan. Je kunt het hebben. Dus het antwoord van Paulus op problemen is een hele Filipese brief. Het zou zo mooi zijn als jullie ooit eens een keertje voor jezelf of in groepjes of samen die Filipensesbrief gaat bestuderen. Maar het gaat helemaal over persoonlijk. Jij, jij, jouw persoonlijke groei in het geloof. En de oplossing is eigenlijk dat jij persoonlijk groeit in het geloof en groeit naar God. Dus sta je mijden ver uit elkaar in jouw gezin als christelijk gezin. Of een christelijk huwelijk, of in een groep of in een kerk. Dan komt er geen handleiding tot bij elkaar komen en overleggen en consensus vinden. Maar de oplossing van Paulus is eigenlijk: groei allebei in het geloof. Bent je ogen af van elkaar, ben je ogen af naar hem toe. Ga naar hem toe. En je zult zien. De problemen blijven, maar je kunt er anders mee omgaan. En je komt op een punt, zoals in de Filipensen zegt. Je let niet alleen maar op jezelf. Je let ook op de belangen van een ander. En op een gegeven moment als je dichter bij God komt, als God echt op de eerste plaats in jouw leven komt, als je echt hebt geleerd dat wij leven uit genade. Het zijn enkele verdiensten. Echt genade. Als er 100% genade is, dan leer je ook dat je uiteindelijk de belangen van een ander hoger acht dan die van jezelf. Dat is een heel punt. Dat je de belangen van een ander hoger acht dan die van jezelf. Als je zo ver komt, dan ben je al dicht bij Christus. En als je zo ver komt, dan is het hele punt van, moet je wel aan de wethouden, niet aan de wethouden, moet je wel een tonge spreken, niet een tonge spreken. Hebben we wel persoonlijke moeite met elkaar of niet? Dan kun je allemaal overheen komen. Dus de groei is: het punt is: wil ik groeien naar God? Het punt is, eigenlijk, is inderdaad God mijn focus is dat eerste ding in mijn leven. Is dat zo? Dan moet je zelf. Wat is het eerste in jouw leven? Dat moeilijk te beantwoorden, want je bent heel gauw en geneigd om te zeggen, ja, je moet dit of je moet dat. Maar het draait dus andersom: wat is hetgene wat je wilt van je kinderen? Moet je vragen aan mensen. Wat hoop jij van je kinderen? Dan zeggen ze altijd gezondheid, goede partner, goede baan. En ook nog christen, ja, natuurlijk, ook nog christen, dan geef je zelf aan wat voor jou belangrijkst is. Want wat jij voor je kinderen bent, dan vind je voor jezelf ook. Gezondheid, geluk in je relatie, geluk in je baan. En ook nog christen. Dus zeg niet te gauw, Christen is voor mij, God is voor mij de eerste plaats. Dat valt wel mee. Heel vaak moet je weer eens op je grondvestig geschud worden om te zeggen, God is de eerste plaats. Dat moet wel heel vaak wel wat gebeuren in ons leven. We begeleiden mensen, dat weten jullie. En je vraagt je wel eens af, we doen elke week bijbelstudie, soms wel twee keer met dezelfde mensen. Neem ze elke zondag mee naar de kerk. Maar wat verandert mensen nu eigenlijk? Ik heb voor mezelf afgevraagd: wat verandert mensen? Waardoor als mensen tot geloof gekomen zijn, komt er een doorbraak en een geloof. Voor mezelf heb ik een antwoord gevonden. Weet je wat is? Of zegt het niks? Even wakker maken. Even opschudden. Weet je wat mensen echt verandert? Problemen. Problem. En dan hoop je dat er problemen er zijn dat je een weg uitgelegd hebt met Bijbelstudie en met kerkgang, een soort bedding. Waarvoor ze denken. Oké, in die problemen ga ik deze kant op. Maar je kunt nog zoveel Bijbelstudie doen. Je kunt nog zoveel bidden, je kunt nog zoveel praten, je kunt nog zoveel dingen meenemen en gezellig zijn en voorleven en kerk. Het verandert mensen niet echt totdat er echt problemen komen en jij geschuttelt op de grondvesten van je leven. Dat geldt niet alleen voor hun, dat geldt ook voor ons. In de problemen valt alles weg. En de problemen denken, ik kan niet vertrouwen op mijn relatie, ik kan niet vertrouwen op mijn werk, ik kan niet vertrouwen op mijn gezondheid. Er is maar één ding wat overblijft, en dat is God. En dan kom je weer terug bij God. En dan op dat moment is God weer de eerste plaats in jouw leven. Dat moment, het is helaas vaak zo dat als het dan weer goed gaat, dan zakt dat weer weg. Het zakt gewoon weg, laten we eerlijk zijn. Het gaat gewoon. En dan zeggen we ja, nee, zondag zijn we vol love, en soms zit je thuis op YouTube te zingen. Dat is allemaal prima. Maar zeg je, nee, het gaat toch wel om mijn leven gaat het toch wel om andere dingen. Het gaat om een relatie, mijn gezin, mijn werk blablabla. Totdat u weer een crisis komt. Laten we gaan lezen wat Paulus zegt. Paulus heeft een keuze gemaakt. Paulus heeft nagedacht over zijn leven. Paus nagedacht over zijn leven. Ik heb een tekst opgegeven, maar ja, ik geef die tekst op twee weken van tevoren en dan vergeet ik dat weer. Ik zal iets eerder beginnen in het hoofdstuk, dus Philipenses 3. Ik zal beginnen vanaf vers 5. Paulus zegt: weet je, ze hebben eetiek op mij, zegt Paulus, van mensen hadden kritiek op hem. Ik denk dat hij praat over een. Hoe is het ook weer? In zijn zijde, een Angel in zijn zijde. Door in zijn zijde, zie ik het oud. Door in zijn zijde wordt veel over getwist, veel over gespeculeerd. Er zouden zijn ogen zijn, dat zouden ze een gezondheid zijn. Als je de context leest, dan denk ik dat Paulus het meeste last had van kritiek van christenen op hem. Dat er veel christenen hem onderuit haalden, niet zagen zoals hij was. En kritiek om hadden. Ik denk dat dat niet kritiek van buitenstaanders, niet kritiek van vijanden, van niet-gelovigen, maar juist kritiek van gelovigen. Mens die zeiden, nou, zijn brieven zijn wel sterk, maar ze optreden is zwak, enzovoort, enzovoort, enzovoort. Mensen die zijn werk onderuit haalden, die zeiden van ja, hij doet het maar uit eigen belangen, doet dat voor geld. Je hoort de gekste dingen. Gekste dingen. Deze week hoor ik iemand zeggen: als Theo doopt, dan krijgt hij 1000 euro per doop. Was nieuw voor mij. Ik heb een hoop kritiek gehoord in mijn leven. Deze pas voor mij nieuw. Ik dacht echt nou dat waar was. Ja, toch? Dat was een lekkere bijverdienst. Ik heb elk jaar wel een stuk of tien, 15 mensen die we dopen. Ik lekker raar zou ik dood zeggen, dan zou ik misschien ook meer mijn best doen. Ja, misschien nog meer. Ja, toch? Theo toch? Kijk, dan word ik nooit meer uitgenodigd. Maar je hoort allerlei gekke dingen. Maar die kan hem lachen. Ik lacht er zelf ook om. Maar Paulus kreeg echt de kritiek. Echte kritiek. Ik denk dat dat voor echt hem diep verwonden. Mensen de gemeentes die hem onderuit haalden, die hem beschuldigden van allemaal dingen. En Paulus zeg: weet je, ik heb eigenlijk best. Zo is het Paulus, zal ik een beetje dom praten? Laat mij maar eens even dompraten, zegt Paulus. Jullie hebben kritiek op mij? Jullie denken dat ik niet echt ben? Oh, zo Paulus. Ik zou wat zeggen, zegt hij. Wij zijn het die besneden zijn. Er staat hier iets voor, vers drie. Het lees toch gewoon voor. Wij zijn het die besneden zijn. Komt het er al aan? Ja, het staat je niet bij, ik lees gewoon voor. Wat zeg jij? Ik heb drie beginnen, is goed. We zijn zo flexibel. Nee, doe maar drie. Hoofst drie vers drie. Er zal een wat kritiek op Paul's. Ook met name de Joden had ik kritiek op Paulus. Die bent geen echte Jood. Je hult mee met de heiden. Het deugt gewoon niet wat jij zegt. Paulus zegt: oké, zal ik wat zeggen? Wij zijn het die besneden zijn. Wij verrichten onze dienst door de geest van God. Laat ons voorstaan op Christus Jezus. Niet op afkomst of prestaties, terwijl ik alle reden heb om daarop te vertrouwen. Als anderen menen dat te kunnen doen, want het waren de revenu de Joden, waren genoeg mensen die zeiden: wij zijn de echte. Hij zegt dan kan ik zeker. Ik ben besneden toen ik acht dagen oud was, zo hoort het ook. Tot het volk van Israël tot de Stam Benjamin, de beste. Geboren Hebreeën met de wetsopvatting van een Farzeër. Kijk niet meer naar Fariseërs. Die waren heel nauw gezet. In elk detail van hun leven wilde zij de Heeren volgen. Ik heb de gemeente fanatiek vervolgd, zoals Pinas in het Oude Testament. Hij bedoelde dat niet cynisch. Hij zegt: toen ik Jood was, toen ik geloofde, heb ik mijn uiterste best gedon. Ik ging ten koste van alles letterlijk over lijken. En hij zegt. Zo fanatiek was ik, zo goed was ik. Heb je kritiek op mij? Dit was ik. Ik was een strijder, echt voor God. Voor heiligheid, voor zuiverheid. Mensen waren ervan overtuigd dat de Messias gau zou komen, en waren ervan overtuigd dat die dwaalleer van christenen de komst van de Masias in de weg zou staan. En Paulus zei, en ze zei dan ook: we moeten die hele dwa in zijn gauwmoeder kop indrukken. Dan zat niets de komst van de Messias in de weg. En hij was zo fanatiek en ging letterlijk over lijken. Hij zei Hij deed alles daarvoor. En ten aanzien van de rechtvaardigheid die de wet voorschrijft, was er op mij niets aan te merken. Nou, dat zegt hij niet zomaar. Er was niets aan te merken op mij. Wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. Verlies is een net woord. Je kan op meerdere manieren vertalen als drek. Je kunt het zelfs vertalen als uitwerp. En zegt al die dingen waar ik trots op was. En er was zoveel waar ik trots op mocht zijn. Het was allemaal niks, zegt hij. Kun je je dat voorstellen? Je evalueert je leven je kijkt terug en je zetten zoveel dingen waar ik trots op was. Ik heb dit goed gedaan, ik heb dat goed gedaan. Ik was hier fanatieken. En niet zomaar. Ik heb geleefd volgens de wetten van God. Ik heb gedacht echt het goede te doen. Ik was niet in mijn eentje, mensen waren me me eens. Mensen bewonderden mij. En achteraf moet ik zeggen: het was niks. Het was helemaal niks. En waarom was het niks? Omdat het in de weg stond tussen mij en Christus. Dat was het. Al mijn inspanningen, al mijn prestaties, al waar ik er trots op was. Het was allemaal direk. Dat heeft mij verhinderd om Christus te zien. Persoonlijk getuigenis van Paulus. Ik mag Paulus. Ik mag Paulus ook om deze reden. Hij zegt niet van jij moet dat doen. Hij zegt van jullie moeten dat doen. Ik geef een persoonlijk getuigen tegen Paulus. Dit is mijn leven overkomen. Albe ik trots op was. Ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. Omwille van Christus. Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Want alles wordt overtroffen door het kennen van Christus Jezus, mijn Heer. Om wie ik alles een prijs gegeven. In mijn ogen is het waardeloze troep. Want ik wil Christus winnen. Eén met Hem zijn. Niet dankzij mijn eigen rechtvaardigheid door het naleven van de wet, maar dankzij de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus. En die God toekent op grond van geloof. Goed onthouden. Wij kunnen alleen bij God komen op grond van genade. Wat is genade? Genade is iets wat je niet verdient. Er is tegen iets ander als je werkt, krijg je loon. Dan mag je zeggen ik heb het verdiend. Ik heb het gediend. Genade is iets. Je hebt niet gewerkt en je krijgt het toch. Je hebt niets gepresteerd en je krijgt het toch. Ik heb het al vaker gezegd hoor. Ik val van herinneren herhalingen. Maar ik weet nog heel goed dat de eerste tegjaren van mijn leven als ik een goede dag had. Goede dag had voor mezelf dan ideeën, goede dag. Ik had iets verteld dat hoefde even gelen. Ik had me netjes gedragen en zo een redelijke dag. Dan dacht ik bij mezelf, nou we kan vanavond wel eens gaan bidden. Ik heb altijd dat vanavond mijn gebed wel wat kracht heeft. Ik kan vanavond wel even bidden voor dit, dit, en dit. Onzin, hè? Van een flauwekril. Maar wij kunnen alleen maar bij God komen op grond van genade. En we kunnen voor 100% bij God komen. Wat wij ook gedaan hebben. En soms heb ik een slechte dag. Nou, vaak genoeg had ik een slechte dag. Toen dacht ik van, nou, ik zal het gebed mij even kort houden vanavond. Zal maar zeggen, spijtmeren God van bepaalde dingen aan. Ja, ik schaal me een beetje. Ik kan het niet in de gaten. Jij kun altijd bij God komen op grond van genade. 100% genade. Wij ook doet. Jij komt niet dichter bij God. Je bent er al. Wat jij ook verknalt, niets kan ontscheiden van de liefde van Christus. Je bent er al. We hebben de genade. Het is alleen wat wil je in je leven. Wat wou Paulus? Paulus zegt: Ik wil één met hem zijn. Niet dankzij mijn eigen rechtvaardigheid. Nog een keertje door het naleven van de wet. Maar dankzij de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus Jezus. Zel in de Romeinenbrief staat: God zag het geloof van Abraham en rekende dat tot rechtvaardigheid. Dat kennen jullie het vers? Zo rekent hij ons ook rechtvaardig. Dat is een term uit de boekhouding. Je rekent dat. Zijn je boekhouders in de zaal? Nee, gelukkig. Nee, ik zeg niet gelukkig, zeg zomaar wat. Maar zo'n boekhouder is natuurlijk een apart vak. Ik ben geen boekhouder, dat is ook een van mijn slechtste vakken op school. Van mijn vader moest ik boekhouden en economie in mijn pakket doen, vond verschrikkelijk, daar kon ook helemaal niks van. Gelukkig met een beetje gelukkig diploma, is toch nog wel gehaald, maar vond helemaal niets. Maar als je directeur bent en je hebt een boekhouder en je vraagt of die rekening betaald is. En je hebt een boekhouder die zegt mijn gevoel zegt van wel, dan heb je daar bijna gaan. En als je directeur bent en je vraagt in je boekhouder is die rekening betaald? En je boekhouder zegt nou vandaag wel, morgen weet ik nog niet. Dat is ook een antwoord van niks. Het is ook een antwoord van niks. Het is ja of het is nee. En de boekhouder moet ook niet op zijn gevoel af gaan. Moet gewoon kijken in de boeken en zeggen dat het is betaald of het is niet betaald. En die term gebruikt Paulus. Hij zegt: God ziet jouw geloof. En hij rekent dat, boekhoudkundig voldoende. Je bent gerechtvaardigd, het is klaar. Zal ik een klein verhaaltje vertellen? Reken vergeet altijd iedereen. Maar de verhaaltjes hoor je nog jaren later terug. Klein verhaaltje voor de gezelligheid. Komt een jongetje, een jongetje leeft met zijn vader. Hek hem ook je vertel van die tractor, of niet? Nee? Jongetje wil met zijn vaderboerderij met z'n tweeën alleen tractor. En die vader zei: jongen, die tractor is oud, maar als ik dood ben, doet elke dag niet gulden in een doos. Gulden, moet nagaan oud verhalen. Die gulde in die doos. En op een gegeven moment dat je de tractor kapot is, neem je die doos mee. Na de winkel koop jij een nieuwe tractor. En die vader gaat dood en de jong doet elke dan netjes een gulden in die doos. En op een gegeven moment is die tractor kapot. Dus die gaat naar de tractorwinkel met zijn doos. Dan zet ik die doos neer. En dan zegt ik wil graag een tractor kopen. En die verkoper zegt: Wel voor tractor had jij in gedachten? Hij zegt: nou, de rode en de mooiste die er is. Ik wil graag een hele mooie rode. Echt de duurste die er is. Nu ga je dat betalen en zeg: ik heb deze doos. En die man kijkt erin, guldens. We leven nu het Eurotijdperkens. Dus die man moet lachen. Ga je ermee betalen? Ze zei mijn vader: elke dag een gulden erin doen. Dat heb ik gedaan. Dan kom nou de duurste trak terugkopen. Echt gebeurd, hè? Dus die verkoper een beetje lachen. Die had die tweede verkoper erbij. Ze moet kom eens kijken. Hij komt eens even kijken. Ze komt eens kijken. Ze staat een jongen: doe jij maar even. Dus die tweede verkoper en zei: Kom je doen, jongen? Hij zei: Ja, kom de duurste trekken kopen rood. Ik heb hier mijn doos met schulders. Dus die man moet ook lachen. Ze hebben geschikt met z'n tweeën. Dat is wel grappig. Leuk verhaal voor later denken ze dan, met kerst. Maar daarachterin zit een oude man. En die zegt: Zit nu aan het lachen? Ja, ze zit een jongetje daar zo. En die oude man gaat naar voren en zegt: Wat is er? Ik kan een trekker kopen, het rode duurste. En dit is wat ik heb.
SPEAKER_01En die man zei: Ik reken dat voldoende. Die man was de eigenaar. En die term. Ik reken dat voldoende.
SPEAKER_00God rekent het voldoende. En dan kun jij zeggen, wat is mijn geloof nou eigenlijk? Ach, wat is mijn geloof. Soms twijfel ik. Soms bak ik helemaal niks van. Soms denk ik bij mij, soms heb ik dagenlang dat ik geen Bijbel lees of niet bid. Mijn geloof is zo klein. Mijn geloof slaat ergens op. Moest je kijken naar mijn praktijk. Mijn geloof slaat ergens op. Dan ben je dat jongetje die aankomt met zijn doos. En God zegt. Ik reken het voldoen. Je bent gerechtvaardig. Niet alleen dat God het door de vingers ziet. God kijkt naar jou en zegt: Je bent rechtvaardig. Jij bent een rechtvaardiger in mijn ogen. Daarom heb je altijd toegang tot mij. Daarom kun je altijd bij mij in de hemel komen. Paulus zegt: Dat is het, zegt hij. Op die grond. Op die manier. Door mijn moeite, niet door mijn ijven, niet door mijn evangeliseren, niet door mijn offers. Op grond daarvan wil ik bij God komen. Ik wil Christus kennen door de kracht van zijn opstanding te ervaren. Door de kracht van zijn opstanding te ervaren. Kan je je voorstellen dat Lazarus drie dagen in het graf lag.
SPEAKER_01Niet gekoeld. Middelse zeeklimaat. Warm.
SPEAKER_00Hij ruikt al, zeiden ze. Hij ruikt het al. Dat is geen fijne lucht. Je kan je aangaan dat het lichaam eruit zag. En dat de Jezus, het Lazarus, kom naar buiten en hij staat gewoon op. En hij kon lopen. Hij kon zien. Hij was helemaal leven. Die ogen, die hersenen deden het weer. Die benen deden het weer. Kun jij je voorstellen wat voor kracht dat is? Kan je dat voorstellen? Wat voor kracht het is om een lichaam wat drie dagen dood is weer leven te krijgen? En Paulus zegt die kracht. In mijn leven. Denk jij dat jouw situatie hopeloos is? Denk jij dat er voor jou geen hoop is? Dat het te laat is? Dat je alles mist? Paulus zegt die kracht die Jezus had om lazers op te wekken, die wil ik leren kennen. Daar heb ik alles voor over. Hoe leer ik die kracht kennen? In ieder geval door alles waar ik op bouwde, alles waar ik zo trots op was, alles wat ik zo belangrijk was, alles waarvan ik zei: hier ben ik allemaal te beschouwen als niks gewoon. Ik wil niet meer op mezelf vertrouwen. Ik wil niet meer op mijn eigen kracht, mijn eigen afkomst, mijn inzet enzovoort vertrouwen. Ik wil echt Christus als nummer één in mijn leven. En ik wil Hem leren kennen. En de kracht van zijn opstanding. En er komt iets vervelend achteraan. Door te delen in Zijn lijden. Dat is het probleem.
SPEAKER_01Ben jij ook bereid te liden? Ben je er ook toe bereid?
SPEAKER_00Er staat drie keer een geschiedenis in een evangelium. En wij verbinden dat nooit met elkaar. Ik heb er nooit iemand gehoord die zei het hoort bij elkaar. Drie keer staat dat die Jezus zegt: neem je kruis op. Wie zijn kruis niet opneemt, is mij niet waard. Neem je kruis op. En kort daarna de verheerling op de berg. Het waren er maar drie van de twaalf. Drie het niet mee mochten. Waarom staat het elke keer in elke drie de evangelieën kort achter elkaar neem je kruis op. En daarna de verheerlijk en drie gingen er maar mee. Misschien waren er maar drie die bereid waren een kruis op te nemen. Misschien die anderen pas later. Toen is later, stukken later. De boodschap is: als jij je kruis opneemt, als jij bereid bent. Bereid bent wat te doen voor die Jezus. Wat te laten of wat te doen. Die zelf je eigen gemak, je eigen gevoel, je eigen leven niet op de eerste plaats zet. Maar zegt Ik wil mijn kruis opnemen, dan zul jij meegenomen worden de berg op en die Jezus zien in zijn heerlijkheid. Of zeg jij.
SPEAKER_01Zelfs de hoosstuk. Zegt Paulus. Meeste christenen niet. Velen niet. Zegt Paulus.
SPEAKER_00Velen doen dat niet. Paulus zegt het niet boos. Paulus zeggen niet bitter. Paulus zegt dat wenend. Huilend. Volwassen man die erom huilt. Hij zegt feestend doen dat niet. Een God is een buik. Buik in het Nieuw Testament in die tijd betekent gevoel. Het gaat om om een eigen gevoel. Voel ik me er goed mee? Voel ik happy. Vind ik het leuk? Vind ik het fijn? Dat is voor het allerbelangrijkste. Zijn dat christenen? Het zal wel. Het zal best. Ik heb ooit een keertje gedacht: ik ga een heleboel commentaren opzoeken om te kijken wat de commentatoren daarvan vinden. O Christen zijn ja of nee. Ze verschillen van mening. De een zegt van wel, anders zegt er niet. Er zijn van die mensen die zeggen: ja, weet je, het moet wel leuk zijn. Ik moet het wel fijn vinden. En ik doe dat niet, want ik vind het niet leuk. Ik heb er geen fijn gevoel bij. Ik volg mijn gevoel, dat ze allemaal. Een God is een buik. Gaat bij mijn gevoel. En als iets kerkje vraat of Jezus jou iets vraagt. Ja, nee, nee, ben ik niet aan toe. Nee, dat voelt voor mij niet goed. Het gevoel, dat is voor het laamste. Velen. Het idee is de meesten, zegt Paulus. Maar zeg voor zover we de keuze gemaakt hebben. Ik denk dat voor Paulus geen ook een keuze was. Hoe ga ik met mijn verleden om? Hoe ga ik met mijn status om? Hoe ga ik met mijn positie om? Hoe ga ik om metgene wat ik gewerkt heb? Hoe ga ik daarmee om? Vind ik datgene waar ik op sta? Of zeg ik achter het niets van sta mij in de weg bij Christus. Hoe ga ik daarmee om? Paulus, een voet zelf de keuze gemaakt die hij met ons deelt. Het is een eigen persoonlijtuigenis die hij met ons deelt. En hij zegt. Vergeet wat achter mij is. Dat is het moeilijkste wat er is. Vergeet het achter mij is. Al mijn falen, maar ook mijn goede dingen, ook de dingen die ik gezien heb als zegen, ook de dingen die ik gezien heb als prachtig. Ik vergeet alles achter me. Ik ga gewoon vooruit. Ik heb als doel Jezus beter te leren kennen. En dit was Paulus. Hij zegt: en als je anders bent, maar je wil het wel, God zat je openbaren. God helpt je wel. En als jij zegt: nee, God is mijn buik, mijn gevoelens, mijn zelfinteresse, mijn gemak. Hij zegt ik weet het niet. Weten we gewoon niet. Ik moet het loslaten. Maar hij zegt het wenend. Heeft het nut om Christus als eerste in je leven te zetten, mag je zelf overwegen. Moag je zelf weten. Zeg niet te gauw, ik doe het al. Dat valt best wel mee. Misschien zeg je soms: God zal je openbaren. Misschien zeg je ik heb al te veel verkeerde weg bewandelt om alsnog die keuze te maken. Vergeet maar wat achter je ligt. En ga gewoon die kant op. Het is de weg van Paulus. Wil je de weg van Paulus? Dan hoort er ook lijden bij, dan hoort er ook momenten bij dat je dingen doet waar je geen zin in hebt. Dan hoort er ook bij dat jouw dingen gevraagd worden die je gaat doen die je niet voor je lol doet. Hoort er ook bij dat je dingen nalaat die je wel zou willen doen.
SPEAKER_01Paulus heeft die keuze gemaakt en hij deelt dat met ons. Amen.