VEG 't Harde
Welkom bij de podcast 🎙️ van VEG ’t Harde . In deze podcast luister je naar inspirerende geloofsboodschappen vanuit de Bijbel, opgenomen tijdens onze samenkomsten, met oog voor het leven van vandaag. Deze podcast sluit aan bij de samenkomsten van VEG ’t Harde, waar geloof en het dagelijks leven samenkomen. Of je al langer christen bent of nog zoekend naar wie God is: deze podcast wil je inspireren, bemoedigen en uitdagen om Jezus te volgen in het dagelijks leven.
Abonneer je op de podcast van VEG ’t Harde (Vrije Evangelische Gemeente ’t Harde) en luister waar en wanneer het jou uitkomt, thuis, onderweg of op je werk.
VEG 't Harde
Gods naam
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Zondag 13 september sprak Leony Bos over het thema Gods Naam. Een bemoedigende boodschap die richting geeft aan ons dagelijks leven en ons helpt om samen te ontdekken en te groeien in geloof.
Goedemorgen allemaal. Jullie zijn bezig met een prekenserie over de tien geboden. Afgelopen zondag heeft Theo de eerste twee geboden behandeld: namelijk vereer naast mij geen andere God en maak geen afgodsbeelden. Theo heeft erover gepreekt: over God op de eerste plaats. Vandaag staat het derde gebod centraal. Misbruik de naam van de Heer, uw God niet. De tien geboden zijn onderdeel van het verbond dat God met Israël en met ons heeft gesloten. En om de tien geboden op waarde te schatten, wil ik eerst ingaan op het verbond om van daaruit in te gaan zoomen op het derde gebod. Laten we eerst de schrift openen en ik ga twee korte gedeeltes lezen: één uit Exodus 19, vers 1 tot 6 en een paar versen uit Exodus 20. Ik lees uit de NW 21, Exodus 19, vers 1 tot 6. In de derde maand, op precies dezelfde dag dat ze uit Egypte waren weggetrokken, kwamen de Israëlieten in de Sinurwoestijn. Ze waren vanuit Revidim verder getrokken en in de Sinewoestijn gekomen. Daar sloegen de Israëlieten hun kamp op vlakbij de berg. Mozus ging de berg op naar God. De Heer riep hem vanaf de berg toe. Zeg tegen het volk van Jacob: laat de kinderen van Israël weten. Jullie hebben gezien hoe ik ben opgetreden tegen Egypte en hoe ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij mij heb gebracht. Als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor mij zijn. Kostbaarder dan alle andere volken, want de hele aarde behoort mij toe. Een Koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk. Breng deze woorden aan de Israëlieten. Ga ik een paar versen lezen uit Exodus 20, vers 1, 2 en vers 7. Toen sprak God deze woorden: ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte uit de slavernij heeft bevrijd. En dan het derde gebod. Misbruik de naam van de Heer uw God niet. Want wie zijn naam misbruikt, laat hij niet vrij uitgaan.
SPEAKER_00Daar ging het volk Israël.
SPEAKER_01Zie je ze lopen? Zie je ze lopen in de woestijn? Ze zijn net ontsnapt uit de slavernij en nu op weg naar het beloofde land? Op weg naar het beloofde land? Het land dat overvloeit van melk en honing. Een land waar ze in vrijheid kunnen leven. Zouden ze blij zijn? Zouden ze opgelucht zijn dat ze bevrijd waren van het harde werken, dat ze bevrijd waren uit de slavernij? Of zouden ze onzeker zijn? Onzeker over de toekomst die hen te wachten staat?
SPEAKER_00En zo trekken ze voort door de woestijn dag en dag slapen, eten, lopen, eten en weerslapen.
SPEAKER_01Totdat ze daar in de verte een berg zien liggen. De berg Sinai. De berg Hore, de berg van God. En hier slaan ze een tent op. Ze blijven hier een tijdje. Een tijd in Gods tegenwoordigheid. Hier krijgen ze te horen waarom God hen eigenlijk bevrijd heeft uit Egypte. Waarom zij? Waarom Israël? Wat is Gods doel van deze uitocht, van deze bevrijding?
SPEAKER_00Da gaat Mozes de berg op. Het volk kijkt toe.
SPEAKER_01En opeens klinkt er een stem. Gods stem. Zeg tegen het volk van Jacob: laat de kinderen van Israël weten. Luister, God zelf spreekt. God laat zien wat het doel is van deze uitocht. Wat het doel is van deze bevrijding uit de slavernij. Wat het doel is van hun leven. Jullie hebben gezien, zegt God, hoe ik ben opgetreden tegen Egypte en hoe ik je op adelaars vleugels gedragen heb en je hier bij mij heb gebracht. God zegt: Ik. Ik ben degene die jullie bevrijd heeft. Ik heb je op Adelaars vleugels gedragen uit de slavernij naar de vrijheid. Je bent van mij. Ik heb je uitgekozen, uitgekozen om een verbond mee aan te gaan. Uitgekozen als verbondspartner. Ik verbind mijn naam aan jullie. Hier op de berg Sinie bekrachtig God het verbond richting het volk. En dat verbond is in Genesis 12 al te sprake gekomen. Genesis 12, waar God tegen Abram zegt: ik zal jou zegen. En in jou zullen alle volken op aarde gezegend worden. En dit verbond is geen individueel verbond. Het is niet een verbond waarbij het draait om Abraham of een verbond waarbij het draait om Israël. Nee, God heeft een doel met dit verbond. We hebben het net gelezen, in vers 5 staat: want de hele aarde behoort mij toe. God wil een relatie met ieder mens op aarde. Hij wil voor ieder mens als een vader zijn. Het liefste zou Hij iedereen op Adelaars vleugels bij hem brengen. En daarom ging God een verbond aan. Dat is de reden dat Hij Israël uit de slavernij bevrijd heeft. Dat verbond met Israël, waarin ze mogen heen wijzen naar God zelf. God verbindt zijn naam aan Israël. Misbruik de naam van de Heer, uw God niet. Als je het woord Heer in hoofdletters in het Oude Testament ziet staan, dan staat daar Ja. Ja, zo ook in deze zin: misbruik de naam van Jawe van de Heer uw God niet. Toen Mozes gestuurd werd naar het volk Israël, zei hij tegen God: Wie kan ik zeggen dat mij stuurt? En daarmee vroeg Hij niet. Hoe heet u eigenlijk? Nee, hij vroeg naar Gods karakter, naar Gods diepste wezen, naar zijn identiteit. Een Hebrews gezegd geluid: je bent je naam. Je naam staat voor je diepste wezen. Je naam beschrijft wie je in werkelijkheid bent.
SPEAKER_00Ik ben. Ik ben.
SPEAKER_01Ja, is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord zijn. En je kunt Jaw vertalen met ik ben die ik ben. Maar je kunt het ook vertalen met ik was die ik was. Of ik zal zijn die ik zal zijn. Ja, Gods naam staat voor de enorme betrokkenheid en toegankelijkheid van God. God is zo dichtbij. Ik ben die ik ben, en ik zal er zijn. En tegelijkertijd is het een naam die we haast niet kunnen vertalen. Hij is niet te pakken in woorden, omdat God naast dat Hij zo dichtbij is, ook zo onzagwekkend groot is. Deze God die er altijd was en die er altijd zal zijn, die sluit een verbond met Israël. En in dat verbond zegt Hij: Jullie zijn mijn kinderen. Jullie zijn mijn volk. En ik ben jullie God. Ik zal er altijd voor jullie zijn. Jullie zijn van mij. En toen Jezus aan het kruis ging, werden wij ook onderdeel van dat volk van God. Ook wij mogen delen in dat verbond dat God met Israël is aangegaan. God heeft zijn naam ook aan u, aan jou en aan mij verbonden. De grote Ik ben. De God die er altijd is en altijd zal zijn. Nee, het leven gaat niet altijd zoals je wilt. Soms loop je voor je gevoel door de woestijn. En toch Hij is erbij. Want de God die er was, is de God die er is, en de God die er altijd zal zijn. En breng jezelf dat er binnen. Elke ochtend als je opstaat. En elke avond als je naar bed gaat. God is betrokken bij jou. En God heeft zijn naam aan jou verbonden. En met dat God zijn naam aan jou en aan mij verbindt, zet Hij zijn naam en zijn reputatie op het spel. Sinds februari werk ik bij Joost in de praktijk achter de balie. We hebben namelijk een langdurig ziekte en ik vul dat gacht op. Op de gevel van het pand staat tandprothetische praktijk. En voordat je denkt tantprothetische praktijk, dat hoef je niet te googlen. Kunstgebitte. Tandprothetische praktijk bos.
SPEAKER_00Joost zijn naam staat op het pand.
SPEAKER_01Toen wij trouwden, vond ik het een eer om Joost zijn naam aan te nemen. Want wij zijn namelijk samen verbond aangegaan. Een huwelijksverbond. En ik ben nog steeds trots om zijn naam te dragen, omdat ik enorm veel van Joost hou en trots ben op wie hij is. En als ik de telefoon opneem aan de balie zeg ik met Leonie Bos. Dat schept een bepaalde verwachting. Patiënten hebben binnen notime door dat ik de vrouw ben van Joost. En dat houdt in dat zij iets anders verwachten van mij dan van onze andere medewerkers. En zo probeer ik mij ook te gedragen. Overeenkomstig de naam van Joost die aan mij verbonden is. Waarom? Anders zet hij me er gewoon uit. Nee, dat denk ik niet, wat heeft het probleem? Ik gedraag me overeenkomstig die naam omdat ik trots ben om zijn naam te dragen. Ik ben trots op Joost, en vanuit die trots, vanuit dat houden van wil ik eer doen aan de naam Bos. Omdat zijn reputatie daarmee ook op het spel staat.
SPEAKER_00Zijn wij?
SPEAKER_01Ben jij nog trots om Gods naam te dragen? Vind je het een eer dat hij zijn naam aan jou heeft verbonden?
SPEAKER_00Of misschien nog iets scherper gesteld. Wat is eigenlijk de reden dat je gelooft?
SPEAKER_01Misschien zit je hier en weet je op dit moment gewoon even geen antwoord op die vraag. Het is meer een gewoonte. Je bent je eerste liefde kwijtgeraakt. Ja, je gelooft wel. Maar waarom? Je weet even geen antwoord op die vraag. Het is niet zo dat je je Gods naam met trots draagt. Eigenlijk ben je het gewoon een beetje kwijt. Hij is niet meer zo aanwezig in je leven op dit moment. En dan daag ik je deze ochtend uit. Kijk eens terug. Kijk eens terug in je leven. God begint zelf in deze hoofdstukken niet voor niks met terugkijken. Exodus 19, vers 4. Jullie hebben gezien hoe ik ben opgetreden tegen Egypte. Exodus 20, vers 2. Ik ben J. De Heer, uw God, die u uit Egypte bevrijd heeft. Weet je nog, de God die was. Kijk eens terug naar wat God al in je leven heeft gedaan. Hoe Hij je eerder heeft bevrijd, hoe Hij je op adelaarsvleugels gedragen heeft. En breng jezelf dat is in herinnering deze week. Praat er eens over met anderen. Schrijf het eens op hoe de ik was er voor jou in het verleden is geweest. En misschien vind je dan weer iets terug van die trots om zijn naam te dragen. God sluit een verbond met Israël. En wij zijn onderdeel van dat verbond. Wat is nou eigenlijk precies een verbond? Jonathan Seks, een bekende rabijn, die in 2020 overleden, die zegt het volgende: Bij een verbond maken twee of meer mensen die elk de waardigheid en integriteit van de ander respecteren? Afspraken vanuit een band van loyaliteit en vertrouwen. Om samen te doen wat geen van beiden alleen kan bereiken. Bij een verbond draait het om identiteit. Een verbond verandert mensen. Hoor je dat? Om samen te doen wat geen van beiden alleen kan bereiken.
SPEAKER_00Bij een verbond draait het om identiteit. God sluit een verbond met ons.
SPEAKER_01Hij roept ons op om een Koninkrijk van priesters te zijn. Een heilig volk. Waarom? Omdat God een doel heeft met deze aarde. God heeft een missie. Hij wil dat ieder mens een relatie met Hem krijgt. En God gebruikt jou en mij om dat doel te bereiken. Om te doen wat Hij niet kan bereiken, zoals die definitie. Zover wil ik niet gaan, maar God wil ons wel inzetten. Hij wil dat wij onderdeel worden en onderdeel zijn van zijn missie. Dat wij zijn handen en voeten zijn hier op deze aarde. Dat wij zijn reputatie voortzetten op deze aarde. Wij mogen zijn verbondspartner zijn. Zo dragen wij zijn naam uit op deze aarde. En bij een verbond draait het om identiteit. En zo komen we bij de tien geboden uit. De tien geboden laten als het ware een blauwdruk zien van Gods samenleving. Hoe de samenleving er idealiter uit zou zien. Een samenleving die leeft in nauwe verbondenheid met God, met de grote ik ben met Jawe. De tien geboden zij weerspiegelen iets van het karakter van God. Het laat zien hoe wij mogen leven als dat Koninkrijk van priesters, als dat heilige volk. En als wij zo zouden leven, dan zouden wij een zegen zijn voor de volken rondom ons, zoals God ook tegen Abraham zei. En als wij leven volgens de tien geboden, dan zijn wij een licht voor de mensen rondom ons, een heenwijzing naar God. Laten we even verder inzoomen. De eerste drie geboden, de versen 3 tot en met 7, gaan over de relatie tussen ons en God. In vers 7 staat het derde gebod: misbruik de naam van de Heer van Jawe, uw God, niet. Want wie zijn naam misbruikt, laat hij niet vrij uitgaan. Wa gaat dit gebod eigenlijk over? Wat zegt dit over onze identiteit? Over wat er van ons verwacht wordt. Vaak komen we niet verder dan je mag niet vloeken of je mag niet zweren bij Gods naam. Maar dit gebod gaat verder. Het gaat over de eerbied voor Gods naam. Misbruik de naam van God niet. God heeft zijn naam aan jou verbonden. Jij draagt Gods naam. Misbruik die dan niet. En als we hem omdraaien van negatieve formulering naar een positieve formulering, dan staat er heb eerbied voor Gods naam. Draag zijn naam met eer. Misschien herken je het wel dat als je met iemand in gesprek komt over het geloof, dat een van de eerste reacties is: oh ja, die christenen, die zitten op zondag in de kerk, maar door de weeks. Of dat iemand een ervaring heeft met de kerk of met een christen die nou niet echt positief te noemen is. Misbruik Gods naam niet. Jij draagt Gods naam. God heeft zijn naam aan jou verbonden. Op jouw voorhoofd staat als het ware van God.
SPEAKER_00Een christen van Christus.
SPEAKER_01En als we het dan hebben over eerbied voor Gods naam, dan vraagt dat nogal wat. Dat vraagt een levensstijl die overeenkomt met de evangelie. Wij dienen een afspiegeling te zijn van Gods naam, van zijn karakter van God zelf. Hoe ziet dat er nu concreet uit? Laten we eerst naar Jezus kijken. Jezus die Gods naam droeg. Jezus die bekleed was met Gods naam. In Lukas 4, vers 18 zegt Jezus: De geest van de Heer rust op mij. W heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen, heeft Hij mij gezonden. Om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht om aan onderdrukte hun vrijheid te geven. Jezus zat met hoeren en tollenaars aan tafel. Jezus zocht de gevangenen op. Jezus wiep niet de eerste steen naar de vrouw die vreemd gegaan was. Jezus was dienstbaar door de voeten van de discipelen te wassen. Als we dat vertalen naar ons eigen leven, hoe kunnen wij dan Gods naam uitdragen? Hoe kunnen wij iets van God laten zien aan de mensen om ons heen? Ik denk dat we veel te vaak veel te groot denken. Kijk eens om je heen. Vraag God of Hij jou zijn ogen wil geven, zijn ogen om te zien wat Hij ziet. Kijk eens om je heen. Zie je die buurvrouw, die buurman, die moeite heeft om de eindjes aan elkaar te knopen. Zie je dat kind dat regelmatig alleen thuis komt in een leeg huis? Zie je die collega die op zijn tenen loopt? Of zie je die oudere die eenzaam is. Kijk eens met Gods ogen om je heen. Één gesprek, een maaltijd, één blik, één telefoontje. Zo mag jij Gods handen en voeten zijn. God heeft zijn naam aan jou verbonden. Gods naam aan jou verbonden. Jawe, de Grote Ik ben. De God die er altijd was, die er altijd is, en de God die er altijd zal zijn. De God die keer op keer zijn liefde betoont aan jou, aan mij. De God die zijn Zoon gegeven heeft voor jou. Voor mij. Evangelie is goed nieuws. Goed nieuws omdat God het uithoudt met jou. Omdat God trouw blijft aan zijn verbond, ook al ben jij niet trouw. Omdat God ons keer op keer vergeeft als wij zijn reputatie op het spel hebben gezet. Dat evangelie, dat goede nieuws. Wat mag jij daarvan laten zien deze week? Hoe kun jij deze week een zegen zijn voor de mensen rondom je? Hoe kun jij deze week een heenwijzing zijn naar God? Ik las het volgende waargebeurde verhaal. Mijn vrouw was ernstig ziek. Ongeneeslijk. En toen ik haar voor een langdurig onderzoek naar het ziekenhuis had gebracht, was ik zelf om de wachttijd te bekorten naar het centrum van het stadje gewandeld. Bij de HEMA bestelde ik een kop koffie en zat daar vervolgens wat meer stroostig voor me uit te staren. En naast me zaten twee wat jongere mannen, beide zichtbaar van mediterrene afkomst. Kennelijk voelden ze mijn stemming aan. Want na enige aarzeling vroeg een van hen in gebroken Nederlands of ik verdriet had. En waar een mens door maliter misschien geneigd is - terughoudend of afwerend te reageren, deed die vraag me goed. En voor ik het wist had ik hun het hele verhaal verteld. Hij bleef even stil. En toen stond de oudste van de twee op en hij zei: niet weglopen. Ik kom terug. Hij verdween de winkel in om even later terug te komen met een knalgeel kussentje met een vrolijk stralende oranje zon erop. Hij zei: Ik spreek slecht Nederlands. Ik kan niet zeggen wat ik bedoel, maar pak aan. Ze gaf me een hand en gingen weg. En daar zat ik met mijn kinderkamerkussentje. Overrompeld. Aangedaan. Toen ik even later met het kussentje onder mijn arm de winkel wilde verlaten, kwam een medewerker van de Hema tegemoet. De dame zei: Ik hoorde van die meneer die het kussentje kocht waarom hij dat deed. Ik wilde u graag van harte sterkte toewensen.
SPEAKER_00En zo ging ik ontroerd, getroost, gesterkt de winkel uit.
SPEAKER_01God heeft zijn naam aan ons verbonden. Jij bent een kostbaar bezit voor mij. Ik heb je op adelaars vleugels gedragen. Ik heb mijn zoon voor jou gegeven. Ik heb je zo lief. Draag jij Gods naam. Met trots. Als een koninkrijk van priesters, als een heilig volk. Misbruik de naam van de Heer uw God niet. We draaiden Hem om. Toon eerbied voor Gods naam. Draag zijn naam met trots. Bekleed je met Gods naam, met de naam van de grote Ik ben, om zo zijn handen en voeten te zijn, om zo heen te wijzen naar de God die was.
SPEAKER_00De God die is. En de God die er altijd zal zijn.
SPEAKER_01Zullen wij deze week knalgele kussetjes verspreiden?
SPEAKER_00Amen.