VEG 't Harde
Welkom bij de podcast 🎙️ van VEG ’t Harde . In deze podcast luister je naar inspirerende geloofsboodschappen vanuit de Bijbel, opgenomen tijdens onze samenkomsten, met oog voor het leven van vandaag. Deze podcast sluit aan bij de samenkomsten van VEG ’t Harde, waar geloof en het dagelijks leven samenkomen. Of je al langer christen bent of nog zoekend naar wie God is: deze podcast wil je inspireren, bemoedigen en uitdagen om Jezus te volgen in het dagelijks leven.
Abonneer je op de podcast van VEG ’t Harde (Vrije Evangelische Gemeente ’t Harde) en luister waar en wanneer het jou uitkomt, thuis, onderweg of op je werk.
VEG 't Harde
Spot aan!
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Zondag 27 september sprak Willemien van den Bosch over het thema Spot aan! Een bemoedigende boodschap die richting geeft aan ons dagelijks leven en ons helpt om samen te ontdekken en te groeien in geloof.
Ja, goedemorgen allemaal. Mijn naam is Willem van der Bos. En ik zie her en echt al wel bekende gezichten. Maar superleuk om hier vanochtend te zijn. En eerst zat ik hier al heel vroeg en toen dacht ik wel, het is je best fris. Deuren gingen meteen open. Maar nu hebben we zo hard gedanst met z'n allen. Nou, ik heb het er wel een beetje warm van gekregen. Maar wat superleuk om hier vandaag te zijn. En met zoveel kinderen in de dienst en dat iedereen meewerkt en mee helpt. Nou, helemaal leuk. Het gaat vandaag over spot aan. Je weet maar nooit wie er naar voren geroepen gaat worden om iets te doen, natuurlijk. En ik denk zelfs dat de volwassenen dat net zo goed heel spannend zouden vinden als de kinderen. Maar ja, ik ben wel benieuwd, want ik heb hier een Schilderezel staan. Ik hoop dat jullie het een beetje kunnen zien. En ik ben benieuwd wie kan er heel mooi tekenen. Nu durfde niemand meer zijn. En wie durft er wel even hiervoor bij mij iets te tekenen op dit doek wat ik dan ga vertellen. Wil jij komen met je mooie blauwe jurk aan?
unknownJa.
SPEAKER_00Misschien moet ik het even op het podium zetten. Want ik moet ook nog zelf de powerpoint doen. Jullie moeten hem even helpen als je denkt. Dit plaatje matcht niet meer met wat ze vertelt. Wijs even naar het scherm, dan druk ik. Ik heb hem al wel aangezet, dacht ik. Ja, dan kan iedereen goed zien wat ze tekent. Meneer van de techniek, ik heb niet het idee dat hij. Oh, wacht, ik denk dat ik hem gewoon op de kop hou. Zo verder niet blond. Spot aan, hebben het heen. Oké, nou, je mag niet helemaal zelf weten wat je gaat tekenen. Ik ga vertellen wat je moet tekenen. Oh, ik moet hem zo draaien dat je niet stiekem kan spieken. Oké, dan kunnen jullie wel een beetje met me meekijken. Of ze het dan een beetje goed doet. Niks verklappen, hè. Oké, ja, je moet een beetje een halve boog tekenen. Van onder naar boven. Ik gebaren erbij maken. Het een beetje als een komme banaan. Van beneden naar boven een beetje. Helemaal een beetje zo'n. Ja, heel goed. En dan evenreig daaraan nog een keer zo'n boog. Ernaast. Gewoonast. Juf van de bovbouw, sorry. En dan mag je daar allemaal streepjes in maken. Ja, allemaal horizontaal even platte streepjes. Ja, allemaal platte streepjes. Jongens, dat doet ze het goed. En dan daarbovenaan. Ja, daar mag je eigenlijk een beetje halve maandjes tekenen. Dus van bovenaan wat je nu getekend hebt, dan zo'n halve maandje zo naar beneden. Dus bovenaan een half maandje naar links. Het mag wel een beetje een groot maandje zijn hoor. Zo helemaal naar de zijkant van het schilder. Halve maan naar links. En dan vanaf het puntje doe je hem weer terug. En dan nu je op de andere kant op. Na de rechterkant mag je ook zo'n half boven bovenaan weer. Is moeilijk hoor. En dan mag je weer in het midden beginnen en dan mag je nog zo'n half maandje tekenen. Maar dan helemaal de lucht in. Dus weer vanaf dat midden en dan helemaal de lucht in. Ja, en dan nog eentje daarnaast. Weet al iemand wat het wordt. Jullie mogen niet meedoen. En niet als je hier stiekem op kan kijken. Wat denk jij? Nou, superknap. Je hebt het goed. Nou, even applausje. Kijk, dit was het plaatje. Nou, dat is best heel goed gegaan. Kijk hè. Nou, superknap gedaan. Dankjewel. Vond je het makkelijk om te doen of vond je het eigenlijk wel moeilijk? Het is heel moeilijk. Het is heel moeilijk om iets te maken als je het niet zelf in je hoofd hebt. En vaak als je iets gaat maken, als je iets met een lego gaat bouwen. Als je iets van klei gaat maken, als je iets gaat knutselen of tekenen. Eerst bedenk je wat je wil maken. En dan zie je het eigenlijk al voor je. En dan ga je aan de slag. Maar het is veel moeilijker als je eigenlijk iets moet doen wat een ander heeft bedacht, dan weet je niet hoe het eruit moet komen te zien. Oh ja, drukken. Er staat in de Bijbel: God had al gedachten over jou nog voordat je bestond. God heeft al over jou nagedacht. En al gedacht van: oh, ik ga dit meisje maken. En die gaat deze talenten hebben. En die hier goed in zijn en die gaat er zo uitzien. Die heeft al helemaal bedacht hoe jij moest worden. En toen ging hij je maken. En er staat in Genesis 1, vers 27. Laten wij mensen maken naar ons beeld. Na het beeld van God schiep hij hen, man en vrouw. Dus hier staat eigenlijk: God ging mensen maken en wij lijken op God? Dat is wel ingewikkeld, want er zitten hier mannen, er zitten hier vrouwen. Ik zie kinderen met blond haar en met bruin haar. Zou dat dan echt betekenen dat God op ons likt op die manier op God lijken? Ik denk dat dat ook betekent dat wij op God lijken. Wij hebben emoties. Wij kunnen dingen voelen. We zijn intelligent, we kunnen van alles bedenken, we kunnen ook dingen maken en heel creatief zijn, net als God? En wij kunnen relaties met anderen hebben, we kunnen vriendschap hebben, we kunnen van mensen houden. En dat is ook net als God. God heeft ons gemaakt en we mogen op God lijken. Wie heeft er wel? Misschien is het. Wie heeft wel eens iemand zo'n beeld gemaakt vanuit steen? Ik niet. Ik denk niet dat ik daar geduldig genoeg voor zou zijn. Want eerst heb je gewoon een hele grote harde steen. Dan weet je niet wat het worden moet. Alleen de kunstenaar die daarmee aan de slag gaat, weet al wat er eigenlijk in dat beeld verstopt zit. Ik heb een winkel in Oosterwolde en daar heb ik allemaal snoepotten op de plank. Dat is geen reclame hoor. Maar we hebben nu van die. Nu weet ik niet wat ik moet doen. Terug. Het is toch moeilijk als je het zelf doet. Ja, ik leg hem even neer. En we verkopen van die snoepjes, die zit in een zakje. En dat zijn cubes, dat zijn van die vierkante blokjes. En daar zit dan een diertje een snoepje in verstopt. En dan moet je dus eerst het zakje openmaken en heb je zo'n doorzichtig blokje. En dan moet je die eigenlijk eerst opeten of dat diertje eruit aan. En dan weet je niet of er nou een pingwingetje in zit of een schildpadje. Dat is grappig. Omdat je niet van tevoren weet wat erin zit. Nou, dat is met zo'n steen ook. Ja, de kunstenaar heeft dan in zijn hoofd wat hij eruit gaat halen. Maar als je er naar kijkt, kun je het niet zien. En die gaat ermee aan de slag. En dan op die tweede foto denk je. Nou, het lijkt nog nergens op. Het wordt nog niet heel mooi. Maar weet je, God heeft ons gemaakt en bedacht. Maar ja, we zijn niet in één keer kant en klaar. We zijn niet in één keer helemaal zoals we zouden moeten zijn. Want God wil nog met ons aan het werk. En God wil jij nog helpen om te ontdekken waar je goed in bent. En te ontdekken wat je gaat doen in het leven. En hoe jij anderen kan helpen. En dan op het laatst zie je een prachtig beeld. En dan zou je nooit denken dat dat uit die steen gekomen is. Alleen je moet er dus wel een beetje werk voor willen doen. Want God wil heel graag dat wij ontdekken wat Hij aan ons gegeven heeft. Nu ga ik de verkeerde kant op. Dit is dus niet zo mijn talent doorklikken. Jij bent niet zomaar gemaakt. Want waar kom je vandaan? Bij je papa mama vandaan. Maar je papa konden helemaal niet bedenken of jij blond haar zou krijgen of niet. Of welke kleur ogen jij zou hebben. Of hoe lang je zou worden, of dat je heel goed zou zijn in dansen. Dat konden papa helemaal niet zelf bedenken, konden ze niet ergens invoeren. Dit wil ik graag. Die werden ook verrast en die mogen ook ontdekken waar jij goed in bent. Maar God heeft het gewoon wel al bedacht. En Psalm 139 is heel mooi om ook een keertje thuis te lezen met papa. Maar daar staat in: U hebt mijn nieren. Nou, dat zit helemaal aan de binnenkant. Ik heb mijn nieren nog nooit gezien, jullie hopelijk ook niet. Maar u heeft mij nieren gemaakt. U heeft mij gevormd in de buik van mijn moeder. Je bent in de buik van je moeder gegroeid, maar je moeder heeft niet bedacht hoe jij ging groeien. Dat heeft de Heere God bedacht. En die heeft jou gemaakt. En het is een wonder dat ik besta. En dat is het. We zijn allemaal wonderen van God. Want je bent allemaal uniek. Je bent allemaal anders. Niemand is hetzelfde. En in Efesius staat: wij zijn het werk van God door God gemaakt in Jezus om goede werken te doen. Zo van tevoren bedacht heeft. Dus Hij heeft jou niet alleen maar gemaakt om gewoon mooi te zijn of leuk te zijn, maar hij heeft jou ook gemaakt voor goede werken. Nou, wie van de kinderen werkt er al? Nee, gelukkig. En misschien wel zo'n klusje thuis. Oh ja, jij strenge moeder, heb jij zeg. Maar als kind hoef je nog niet zo hard te werken. De papa's en mama's, wie werkt er heel hard van de papa's en mama's? Kijk, die werken allemaal heel hard. Maar de Heere God heeft het niet over. Misschien dat werk. Maar goede werken doen betekent dat we andere mensen mogen helpen. Dat we iets van Gods licht mogen laten zien aan anderen. En dat kan dus ook door iemand blij te maken, door iets wat jij goed kan. Nou, dit meisje is dus heel goed in tekenaar. Die kan iemand blij maken. Misschien wel met een zelfgemaakte kaart of een mooi schilderij van tekening. Nou, wij werden vandaag allemaal heel vrolijk van de kinderen die hier op het podium stonden te dansen en te zingen. Want iedereen ging met jou meedoen. Toch? En zo maak jij anderen weer blij. Dus dat is iets waarmee je God te kan eren. God wordt er blij van als wij iets doen met onze talenten. Als wij laten zien wie we zijn. Want zo heeft hij ons bedoeld. Ja, nu denk je misschien wel. Ja, maar ik weet het niet zo goed. Ik weet niet zo goed waar ik goed in ben. Misschien vind je rekenen stom, misschien vind je taalstom, misschien vind je alles op school wel niet zo heel erg leuk. Maar misschien ben je wel heel goed in de tuin. Of met dieren. Of ben je heel zorgzaam? Of wil je altijd wel helpen een klusje doen? En weet je, ook voor de volwassenen kan het soms ook nog steeds een zoektocht zijn. Waar ben jij nou echt goed in? Of waar ligt jouw talent? Of wat heeft God op jou hart gelegd? Ik heb een keer een boek gelezen dat waarvan jij denkt. Ik snap niet dat iedereen dat niet wil. Den God dat in jou heeft gelegd. Omdat jij daar dus juist hart voor hebt. Misschien voor een bepaalde doelgroep waar je hart voor hebt die je graag wil helpen. Misschien een bepaald land of een bepaald type werk of iets wat jij kan doen. Wchch je vandaag wel wat dapper. Dat hier zo het gewoon een meisje de dienst gaat leiden, zo met zijn microfoon. En misschien dacht jij wel als volwassene. Knap van haar. Ik moest er niet aan denken. Maar misschien zijn er andere dingen die God juist wel voor jou heeft bedoeld. En ga dat ontdekken. Want God wordt er blij van als wij doen wat Hij in ons heeft gelegd, als we dat gebruiken. In 1 Petrus 4, vers 10 zegt hij: iedereen heeft een bijzondere gave van God gekregen. Gebruik die om elkaar te helpen. Want we kunnen heel hard werken en zorgen dat we een heel mooi huis hebben of een mooie auto. Of lekker op vakantie kunnen. En daar mogen we allemaal van genieten. Dat is ook goed. Maar hij heeft het juist ook allemaal aan ons gegeven om anderen te helpen. En vanochtend was ik hier om tien over negen, maar toen waren er al heel veel mensen die hier al vanaf acht uur. Want er werden dingen opgebouwd. En er werd geoefend en er werd gezongen en de koffie werd gezet en de stoelen werden klaargezet. Nou, daar heb je misschien helemaal niet over nagedacht toen je hier binnenkwam en op die stoel ging zetten: hier is iemand vanochtend echt om zeven uur al voor uit zijn bed gegaan. Maar dat is ook je gave inzet. Dus ook talent inzetten om te dienen en God te eren. God heeft iedereen iets gegeven. Dus niemand heeft niks gekregen. Iedereen heeft iets. En we mogen de ander daarmee helpen. En we hoeven niet allemaal hetzelfde te doen. Want als ik kijk naar hoe mooi de gezongen werd op het podium, dan denk ik ook wauw. Maar dat moet ik maar niet gaan doen. Ik denk niet dat we daar blij van worden. Doorklikken kom ik ook achter, moet ik de volgende keer niet meer zelf willen. Maar we hebben allemaal wel iets waar je goed in bent en wat je mag gaan ontdekken. En dan heb ik hier drie mensen uit de Bijbel. En dan ben ik wel benieuwd of jullie die een beetje kennen. De eerste is Gidion. Wie heeft er nog nooit van Gidion gehoord? Dat snap ik wel. Gidion was een man en ze leefde in een land waar een beetje oorlog was. En elke keer kwam de vijand en die stal al hun eten. En ze waren een beetje machteloos. Ze durfden niet tegen die mensen op te staan. En Gidion was zo bang, die verstopte zich. Een beetje in een wijnpers waar ze wijn maakte van de druiven en zat hij verstopt, zodat ze niet zijn eten konden stelen. En ineens staat er een engel van God en die zegt tegen Gidion: Gidion, Dappere strijder. En Gidion kijkt achter zich en om zich heen en die denkt: tegen wie heeft die engel het? Want ik ben geen dappere strijder. Ik ben juist hartstikke bang. Maar toch zag God iets heel anders in Gidion. Gidion kon zich misschien wel bang voelen. Maar God dacht: nee hoor, Gidion, ik heb hele andere plannen voor jou. Ik heb jou een dappere strijder gemaakt. Alleen weet je het zelf nog niet en moet je nog gaan ontdekken. En dat ging Gidion doen. Gidion heeft vervolgens samen met God echt oorlogen gewonnen en superdappere dingen gedaan. Maar dat had hij nooit van zichzelf gedacht. En wie kent David? Nu is de vraag andersom. Wie kent David? Dit is niet best. Kijk waar eens om je heen zijn heel veel volwassenen die David niet kennen. Nou, help eens eventjes dan. Wat deed David voor werk? Weet je dat? Wie weet wat David voor werk deed? Pas de jij het? Ja, heel goed. David was een schaapherder. Ja, vertel hem even aan de volwassenen hoor, want ik zag heel weinig vingers. David was een schaapherder. Maar God wou iets heel anders met David. Want wat werd David later? Hij ging een reus verslaan. Nou, dat had hij toch nooit bedacht. En wat gebeurde er daarna? Wat is hij ook nog geworden? Hij is ook nog koning geworden. Terwijl David dacht: ik ben de allerjongste, wie is er ook de jongste thuis? En vaak: wie heeft dus ook oudere broers en zussen die van alles mogen wat jij nog niet mag? Vlauw is dat, hè? Ik zie dat ook sommige volwassenen daar ook nog last van. En David vond het ook flauw, want David mocht niet mee met zijn grote broers. En toen een belangrijke profeet kwam bij zijn vaders huis en die zei tegen zijn vader: roep al je kinderen. En toen ging zijn vader alle kinderen roepen, behalve David. Dat is toch ook niet leuk? Ik denk dat Daid er best een beetje verdrietig van was. En dat David zich helemaal niet belangrijk voelde. Die bleef daar maar achter bij de schapen. En weet je wat? Uiteindelijk ging hij de reus verslaan en werd hij ook nog koning. Soms zijn Gods plannen heel anders dan je zelf denkt. En soms ook veel groter dan je zelf kan bedenken. Nou, en er hebben er nog eentje staan: Maria. Wie was Maria ook alweer? Help eens even. De moeder van Jezus. De moeder van Jezus. En weet je ook hoe oud Maria ongeveer was toen ze moeder werd? Nou? Je weet iemand het. 33? 33? Nee, dan zou ze echt in Nederland in deze tijd hebben geleefd. Maar in die tijd was ze misschien 15 of 16 jaar. Dus dat is toch super jong. Jij bent misschien maar een paar jaar jonger. Dus Maria die dacht. Ik ben nog maar een super jong meisje. Ik woon nog bij mijn ouders. Ik moet nog gaan trouwen. Voelde zich helemaal niet belangrijk. En dan staat er een engel van God en die zegt. Maria, jij gaat zwanger worden en jij gaat een baby krijgen, die moet je Jezus noemen en dat zal de zoon van God zijn. Nou, dan kan toch geen meisje van 15 bedenken dat je zoiets belangrijks in je leven gaat doen. Soms weten we het niet wat God gaat doen. En kunnen we onzeker zijn en denken. Ik ben niet zo belangrijk. Ik ben de jongste, of ik voel me heel vaak bang, of ik weet niet wat ik ga doen. Maar God heeft soms veel grotere plannen. En dat mag je gaan ontdekken, ik hoef niet eens meer te benoemen, maar dan was weer een keer de kant op. En weet je, we hadden het over Gideon. Gideon hoefde niet meer bang te zijn, want Gidion was een dappere strijder. Maar dat was niet om alleen zijn eigen tuin en zijn eigen eten te beschermen. Nee, hij moest het hele volk helpen. Hij moest iedereen in zijn dorp helpen. En David ging Goliat verslaan. Niet omdat hij ruzie met Goliat had. Nee, hij ging Goliat verslaan om het hele volk van Israël te helpen en te bevrijden. En Maria kreeg baby Jezus niet alleen voor haarzelf. Het was niet alleen maar haar eigen kindje waar ze de rest van zijn leven voor zou zorgen. Maar Jezus werd geboren voor iedereen. En dat was later voor Maria ook best heel moeilijk. Dus als God het plan voor ons heeft, dan is dat niet alleen maar voor onszelf. Dat we er zelf blij van worden. Vaak worden we er wel blij van, want het is mooi om te ontdekken wat je mag doen. Maar ook om God te eren. Om Hem de eer te geven voor wat hij ons heeft gegeven, maar ook dat Hij er vreugde in schept. Er staat God: schept er vreugde in als Hij naar ons kijkt. Als wij genieten, als wij onze gaven talenten inzetten. Dus het maakt niet uit hoe jong je bent of hoe oud je bent. God heeft altijd iets nieuws. God wil altijd dat je iets nieuws mag ontdekken. En dat je hem bij alles wat je doet, hem de eer mag geven. Dat je mag eren met wat je denkt, dat je goede gedachten hebt, dat je mag eren met wat je uitspreekt. Dat je mag eren als je een ander helpt bij alles wat je doet. En zo mogen we eigenlijk God weerspiegelen. Dus God laten zien: zijn lichtje zijn door de hele week. Jij mag er zijn. We hoorden net al, David. Je bent een jongste niet eens belangrijk genoeg om erbij geroepen te worden. Misschien werd Gidion wel eens gepest. Oh, je bent te bangenscheidend. Jij durft niks. Soms hoor jij misschien ook wel eens dingen die helemaal niet zo leuk zijn. Soms doen andere kinderen misschien wel gemeen tegen je. Maar het kan ook best zijn dat volwassenen en ook volwassenen tegen elkaar. Dat je soms ook best negatieve woorden kan horen. Dingen kan horen dat je denkt. Ik kan dit niet. Dit komt niet goed. Dit moet ik maar niet doen. Of soms kun je dat zelf ook heel erg denken. Dit kan ik niet. Dit is te moeilijk. Dit ga ik nooit doen. Dit gaat me nooit lukken. Maar weet je, dat zijn geen helpende gedachten. En het zijn ook geen helpende woorden van andere mensen. En God zegt: Ik wil niet dat je luistert naar anderen. Ik wil niet dat je luistert naar soms je eigen gedachten. Maar ik wil dat je luistert naar mij. Want Jezus zegt: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Jezus zegt: Ik ben de waarheid. De Bijbel is waarheid en wat ik over jou zeg, dat is pas echt waar. Dus de vraag is niet: wat zeggen anderen over mij, maar wat zegt God over mij? En God zegt eigenlijk heel veel mooie dingen. En ik dacht, we kunnen dit wel even samen ook hardop zeggen. Nou, dank je. Ik ga het wel hardop zeggen. En als je mee wil doen, mag je meedoen. Want God zegt: Ik heb jou gemaakt. Dus God heeft mij gemaakt. Zeg het allemaal maar mee. God heeft mij gemaakt. En God zegt: Ik zie jou. In samen staat de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer kijkt naar het hart. Dus God ziet mij. Zeg het maar mee. God ziet mij. God zegt: Ik heb een bedoeling met jou. Dat is het Bijbelvers wat we net ook al gelezen hebben. Dus God heeft een plan met mij. Zeg het maar mee. God heeft een plan met mij. God zegt ook: Ik ben bij jou. In Jezaja staat er wees niet bang, want ik ben bij je en ik help je. Dus God is bij mij. Ook bij jullie? Zeg het maar mee. God is bij mij. En God zegt, Ik hou van jou. In Jeremias staat, ik heb altijd van je gehouden. En daarom blijf ik je trouw. Dus zeg het maar mee. God houdt van mij. En soms als je je dan even bang voelt of iets spannend vindt, of misschien even de dag niet zo lekker uit je bed komt, of misschien als er op school gepest wordt of iets lelijks gezegd wordt. Ga dan dit eens even zeggen. God heeft mij gemaakt. God heeft een plan voor mij. Hij is altijd bij mij. Ik hoef niet bang te zijn. Hij houdt van mij. Want dat is de waarheid. En als dan de spot aangaat en iedereen naar jou kijkt, dan mogen ze zien hoe mooi jij gemaakt bent door God en wat Hij in jou heeft gelegd. En dat mogen aan de wereld gaan zien.