VEG 't Harde
Welkom bij de podcast 🎙️ van VEG ’t Harde . In deze podcast luister je naar inspirerende geloofsboodschappen vanuit de Bijbel, opgenomen tijdens onze samenkomsten, met oog voor het leven van vandaag. Deze podcast sluit aan bij de samenkomsten van VEG ’t Harde, waar geloof en het dagelijks leven samenkomen. Of je al langer christen bent of nog zoekend naar wie God is: deze podcast wil je inspireren, bemoedigen en uitdagen om Jezus te volgen in het dagelijks leven.
Abonneer je op de podcast van VEG ’t Harde (Vrije Evangelische Gemeente ’t Harde) en luister waar en wanneer het jou uitkomt, thuis, onderweg of op je werk.
VEG 't Harde
Leven in eerlijkheid
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Zondag 25 oktober sprak Matthea Bakker over het thema Leven in eerlijkheid. Een bemoedigende boodschap die richting geeft aan ons dagelijks leven en ons helpt om samen te ontdekken en te groeien in geloof.
Goedemorgen allemaal. Mijn naam is Matthea Bakker. Ik woon in Zeewolde met ons gezin. In het dagelijks leven mag ik voorganger zijn in Amersfoort van de gemeente De Kerk van de Nazarene. En heel veel mensen hebben. Wat is dat? Het is eigenlijk hele gewone gemeente, een beetje zoals dit tussen evangelisch traditioneel in. En we proberen gewoon Jezus van Nazaret te volgen met vallen en opstaan. En wij is gevraagd om vandaag te spreken over het zevende en het achtste gebod in jullie serie over de tien geboden. Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe dat zo is. We zijn nu in oktober, jullie zijn vanaf de zomer hiermee bezig. Merken jullie het al aan elkaar? Dat dat werkt, die geboden en zo. Het moet toch heel goed effect hebben, toch? Het 78e gebod. Niet echt breken en niet stelen. Het zevende gebod in de volksmond en sommige vertalingen ook, is niet echt breken, zeggen we dan. In de zin van niet scheiden. Maar de letterlijke woorden van dat gebod zijn geen overspel plegen. Niet vreemd gaan. De ander niet bedriegen. Nou, niet stelen en niet vreemd gaan. Hoe zou de wereld eruit zien als niemand zich hier aan zou houden? Dus als iedereen zou stelen of vreemd gaan?
SPEAKER_00Stel je even zo'n wereld voor.
SPEAKER_02Ik denk dat we het allemaal over eens zijn dat het heel fijn is als de ander zich aan dit gebod houdt. Als tiener heb ik gespaard voor een poegje. Weet iemand nog wat dat is? Bestaan die nog? Ja, we zijn hier op de Vele gelukkig. Ik had gewoon een poegje. Wie nog meer? Wie had er ook een poegje? Ja, ook heel veel vrouwen leuk. Ik ging daarop van Zeewolde langs de dijk, naar station Harderwijk elke dag en ik had dat helemaal bij elkaar gespaard. En op een dag kwam ik smiddags weer uit school met de trein en zat in zon op school, kwam ik weer terug in Harderwijk. En toen was mijn poegje weg, gestolen. Ik weet nog hoe dat voelde. Ik had hier zo hard voor gespaard. Hij was van mij. En hoe durft iemand dat dan mee te nemen? We zijn ook een keer telefonisch opgelicht, dat heeft zo'nzelfde gevoeld. We zijn daar gewoon in getuind. Ik zeg we maar echt. Ik wil niet zeggen dat het mij niet overkomen was. Het excuus was: hij lag te slapen op de bank en hij werd wakker van zijn telefoon appje van hey pap, mijn telefoon is. En onze dochter was in het buitenland. In Oeganda. Van mijn bank pas kwijt, blablabla. Maar als je dat realiseert, hoe durft iemand dat? Hoe durft iemand zich en te bedriegen, eigenlijk zich voor te doen als iemand anders op jouw eigen telefoon. Hoe dichtbij dat dat komt, ik denk dat we het allemaal over eens zijn dat het heel fijn is dat anderen zich daaraan houden, maar hoe brengen we het hier eigenlijk zelf vanaf? In de voorbereiding voor deze boodschap moest ik terugdenken aan een recent moment van mezelf. Ik kan ook uit mijn tienertijd dingen bedenken, maar dat is misschien zo lang geleden. Een moment dat ik, ik had les aan de helemaal andere kant van het land, twee hele lange dagen. Dus ik had mezelf gegund een nachtje in een hotel in mijn eentje. En waar misschien voor sommigen, zo'n nacht alleen in een hotel een verleiding is voor het zevende gebod. Was voor mij het achte gebod meer een verleiding, want ze hadden zulke dikke, zachte handdoeken. Zo groot en zacht. Ik kan dat gewoon natuurlijk zelf kopen. En ik zou ook een droger kunnen kopen, dat ik ook zachte handdoeken heb, of nieuwe. Maar ik was daar en ik ging serieus even door mijn hoofd. Wat zou iemand merken als ik die handdoek in mijn tas stop? En natuurlijk doe ik het niet. Maar ja, het voelt een beetje ongemakkelijk bij. Jullie hebben het vast nooit. Maar ik merkte zo dat ik zo heel graag die handdoek. Dat het even heel dichtbij kwam. Het is van een bedrijf. Je gaat het ook een soort goed praten. Maar ik zou het natuurlijk nooit doen. Dit wordt helemaal. Ik praat het niet meer goed. Ik had hem gewoon graag willen hebben en ik schrok daarvan bij mezelf. Dat je dus dat serieus. Nou, niet heel serieus, maar wel even zo'n gedachte in je komt. Maar wat doe je ermee? Goed, ik heb er warm van. Wat als geboden. We gaan als eerste even in het algemeen kijken naar geboden. Want geboden geven je heel vaak zo'n gevoel van oeh, ik mag iets niet, ik word beperkt. Maar wat als geboden een weg naar vrijheid zijn? Juist vrijheid. Daarna kijken we heel kort naar het zevende gebod, kort naar het achtstegebod, en dan ronden we af. En dat is natuurlijk niet compleet, er is nog zoveel meer te zeggen. Maar hier ga ik me vandaag even tot beperken. Zou het kunnen zijn dat geboden een weg naar vrijheid kunnen zijn? Die geboden zijn gegeven op het moment dat het volk net bevrijd was uit slavernij. Ze waren slaven in Egypte en ze mochten daar bijna niets bepalen wat ze zelf gingen doen. Er waren slavendrijvers die bepaalden wat voor werk ze deden, hoe die werkdag eruit zag, wat ze te eten kregen, dat ze geslagen werden, onderdrukt werden. En de tien geboden beginnen met die herinnering nu ben je vrij. En we gaan die tekst lezen. En we lezen straks nog een paar versen uitgelaten over wet en vrijheid, maar we beginnen nu met Exodus 20, het eerste en het tweede vers. Zo beginnen de tien geboden. Toen sprak God deze woorden: ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte uit de slavernij heeft bevrijd. Zat nog een keer lezen. Toen sprak God deze woorden: ik ben de Heer, uw God, die uw uit Egypte uit de slavernij heeft bevrijd? De tien geboden beginnen ermee dat God hun bevrijder is. De Heer is je bevrijder. Maar hoe leef je in vrijheid? Betekent vrijheid dat je dus alles maar kan doen wat je leuk vindt? En wat betekent dat dan voor de vrijheid van de ander? Want als de een alles doet wat hij leuk vindt, kan dat zomaar ten koste gaan van de ander? Wat zou er gebeuren als je een kinderfeest zou houden en zou geen regel zijn, ook geen aangeleerde dingen van wachten op de beurt of geen eten op de muur smeren of cadeautjes voor de jarigen? Hoe lang zou het duren voor het gechaald wordt of dat er iemand huilt of zich alleen voelt of pijn gedaan wordt? 10 geboden laten in dat eerste deel zien hoe we in relatie zijn met God. En in dat tweede deel gaat het over hoe we in relatie zijn met elkaar. Misschien is dat tweede deel van de tien geboden wel de bescherming van elkaars vrijheid. Zodat mensen onderling niet weer één slaaf maken en de ander een overheerser. Dat niet de een zijn eigen behoeften vervult ten koste van de ander. Zou dat ook een bedoeling kunnen zijn van de tien geboden, dat iedereen vrij blijft en we de grenzen van anderen respecteren? De tien geboden zetten God centraal. Hij begint ook met zichzelf centraal te zetten. Ik ben de Heer. De Heer is de naam waarmee God zich binnen zijn verbond kenbaar maakt aan hij zegt uw God. God verbindt zichzelf zij mensen. En God hoorde hun geroep en gesmeek toen ze nog onderdrukt werden. En hij bevrijdde en een sloot er verbond met hen. En binnen dat verbond vroeg God aan hun. Die tien geboden zijn dus relationeel. Ze gaan over de relatie met God en ze gaan over de relatie die we hebben met elkaar. En ze zijn gegeven aan een gemeenschap. Leef met elkaar zo voor mijn aangezicht. En dat is niet alleen iets tussen God en zijn volk. Maar ook toen waren de geboden al bedoeld om iets uit te stralen naar de wereld om hen heen. We gaan het nu niet lezen, ik heb het niet op de bier. Maar in Deuteronomie 4, vers 6 en 8 gaat het erover dat een volk dat leeft naar de richtlijnen van God een getuigenis is voor andere volken. Die andere volken zien hoe goed dat volk leeft. En niet goed in de zin van ze zijn perfect, maar ze gaan goed met elkaar om. En op een of andere manier zeggen mensen dan volgens deze tekst: wat is jullie God goed? Dus leven naar de geboden van God reflecteert blijkbaar iets van God. Je laat iets zien van het karakter van God. Patrick Nullen schrijft ergens. De tien woorden zijn zowel wet als evangelie. Een weg van vrijheid voor alle mensen. En die tien geboden weerspiegelen hoe goed God is. Daarom zijn ze eigenlijk ook evangelisatie. Ze laten iets zien van het goede nieuws. Laten we kort inzoomen op deze twee geboden, en komen we hier straks nog op terug. Het zevende gebod. Ga niet vreemd. Pleeg geen overspel. In de tijd van dit verbod gaat dit over getrouwde mannen die vreemd gaan door seksuele gemeenschap te hebben met de vrouw van een ander. Let op: de man van die andere vrouw was de benadeelde partij. Dus niet zijn eigen vrouw. Maar die andere man stond hij schuldig tegenover. En er bestond wetgeving. Mozes heeft het iets soepeler gemaakt, Deuteronom 24. over een echtscheidingprocedure waarin blijkbaar met een scheidbrief het huwelijk ombonden kan worden. En beide mensen in gelegend waren om opnieuw te trouwen. Maar in de tijd van Jezus werd daar heel veel misbruik van gemaakt. Er was zelfs hele discussie onder fariseus of je een vrouw nou weg mocht sturen of als ze niet goed kon koken. Alleen mannen hadden het recht ja. Alleen mannen mochten een scheiding aanvragen. Joodse vrouwen niet. En Jezus zegt in verschillende builgedeelte in Lukas en Matthäus. Scherpt hij dit aan en zegt hij iets heel revolutionaires. Als een man overspel pleegt, is hij niet alleen schuldig tegenover die man van die andere vrouw, maar ook tegenover zijn eigen vrouw. Dat was revolutionair. Daarmee beschermen we met wat Jezus daar zegt, beschermt Jezus de positie van de vrouwen. Jezus verandert dus dat alleen mannen een scheiding kunnen aanvragen. Jezus wijst hen erop dat als je je vrouw wegstuurt, zodat jij met een ander kan trouwen, dat dat dus overspel is. Jezus scherpt die wet van Mozes eigenlijk weer aan om vrouwen te beschermen. Maar in de bergreden gaat Jezus nog een stap verder. En Hij zegt: het gaat niet alleen over die uiteindelijke daad. O je uiteindelijke gedrag, maar als je alleen al naar iemand anders kijkt. En let deze tekst gaat niet over als je gewoon naar iemand anders kijkt. Want ik weet soms kijk je naar iemand en denk je: Oh, die ziet er goed uit. Maar als je naar iemand kijkt om diegene te begeren. Dus als je naar iemand kijkt om iets seksueels te willen doen met die persoon, dan heb je in je hart al overspel gepleegd. Een vraag waar je niet hardop hoeft te antwoorden, maar misschien voor jezelf over nadenken. Als je in jouw klassen app een foto doorgestuurd krijgt, een naaktfoto. Je wil daar iets mee. Je wil dat doorsturen. Of als je porno kijkt, is dat dan ook overspel? Ik denk dat veel mensen wie dat betreft, de vrouwen van mannen die porno kijken, of degene van wie die foto wordt doorgestuurd, dat zij dat ervaren als ja, hier wordt niet oké met mij omgegaan. Zo ben ik niet bedoeld dat iedereen dit ziet. In het oude testament is overspel en vreemdgaan vooral een metafoor voor het gedrag van Gods volk zelf. Voor het ontrouw van het volk tegenover God. Gods trouw staat steeds in groot contrast met hoe ontrouw wij als mensen zijn. Maar God blijft steeds trouw. God haat ontrouw omdat het relaties kapot maakt, omdat het schade toebrengt aan gezinnen en aan iemands eigen waarde. God is zelf trouw en betrouwbaar. En Hij laat in hoe Hij zijn verbond trouw is. In zijn verbond laat hij zien wat trouw is. En hoe trouw eruit kan zien. God bedricht een ander niet. Over het achtste gebod een paar gedachten over niet stelen. Ik denk dat we het allemaal over eens zijn dat we niet willen dat iemand van ons stilt. Onze eigendomen. Maar zijn het wel onze eigendommen? Er zijn teksten in de Bijbel die zeggen de aarde en alles wat er op is, is van God.
SPEAKER_00Kunnen we ook van God stelen?
SPEAKER_02Als God eigenaar is van alles. In de Bijbel wordt niet stelen ook toegepast op eerlijk zaken doen: Geen woekerwinsten maken, iets uit China laten komen en hier heel duur verkopen. Wanneer is dat stelen? Is het stelen als je stelen van de overheid als je jumelt met je belastingformulier? Als je AI gebruikt, is dat dan diefstal omdat sommige mensen de afbeeldingen of de stem of wat iemand heeft gemaakt, geschreven, zonder toestemming van die auteurs wordt gebruikt. Het achtstegebod kan ook hele mooie dingen bewerken. Het achtstegebod niet stelen heeft een hele grote rol gespeeld in de afschaving van de slavernij. Christenen hadden ook een rol in dat die slavernij er was, maar op basis van dit gebod, van we mogen niet het leven van iemand anders stelen voor eigen winst. Is er veel gebeurd en is uiteindelijk die slavernij geëindigd. Met onze technologische kennis en macht zouden we zelfs diever kunnen zijn van de natuur. Dat we bronnen gebruiken, dat we de natu misbruiken. Of stelen we de vrije tijd van kinderen die in een mijn moeten werken voor onze kostbare metalen in onze telefoons, in onze elektronica? Onze, laat ik maar even: mijn luxe leven gaat zo vaak ten koste van anderen. Ik heb die handdoek op die hotelkamer niet genomen. Maar ik denk dat ik op veel gebieden dit gebod overtreed. Leven in eerlijkheid. Hoe doen we dat? Hoe passen we dat eigenlijk toe? Hoe gehoorzamen we nou deze geboden? Wat er zo vaak gebeurt. En wat ik merk ook in pastorale gesprek, is dat mensen de eerste neiging hebben om het goed te praten. Ik heb mensen echt vreemd gaan horen goed praten. Ja, maar het voelde zo goed. Die andere relatie was al: wat stelde die eigenlijk nog voor? En God is toch liefde? En wat ik merk is dat mensen soms in zo'n web van leugens zijn gekomen waarin ze zichzelf en de ander voor de gek houden en bedriegen. En dat we merken dat ons gevoel misschien niet altijd betrouwbaar is. Je kan zomaar vastkomen zitten in zo'n web van leugens. En hoe kunnen we daarvan bevrijd worden? Hoe kunnen we leven in eerlijkheid? Als we kijken naar Jezus, dan zien we dat door zijn menswording, door zijn leven, door zijn sterven en door zijn opstanding zichtbaar is geworden hoe krachtig en bevrijdend liefde is. En Jezus heeft zijn geest gezonden om in ons hart liefde uit te storten. En diezelfde geest wil in ons hart vrucht voorbrengen, vruchten zoals trouw, betrouwbaarheid, zelfbeheersing. Ik denk dat die vrucht van de Geest heel relevant kan zijn als we willen oefenen met leven en eerlijkheid als we willen oefenen met trouw zijn aan deze geboden. Dus laten we die vruchten van de geest dus lezen.
SPEAKER_00Galaten 5 vers 22. Gelaten 5 vers 22. Maar de vrucht van de geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, betrouwbaarheid, zachtmoedigheid, zelfbeheersing en tegen dergelijke dingen is geen wet.
SPEAKER_02Hier is de wet niet op tegen. En als we de verleiding in de verleiding komen om iets te nemen wat niet van ons is, of in de verleiding zijn om iemand te bedriegen, dan kunnen we bidden om gevuld te worden met de Heilige Geest. Met liefde. Trouw. Het zelfbeheersing. En al deze vrucht weerspiegelt het karakter van God. En in het Oude Testament is al beloofd. Vand als de Heilige Geest komt, dan zal die de wet in je hart schrijven, Ezekiel 36. Of 37. Maar de Heilige Geest zal de wet in ons hart schrijven en we zullen leven naar Gods geboden. Zodat we kunnen groeien. En als we dan Galate 5, vers 24 lezen. Dan zien we dat dat alles te maken heeft met Jezus met genade. Galate 5, vers 24. Wie Christus Jezus toe behoert, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen. Hier wordt een weg gewezen die we zouden kunnen gaan, een weg van vrijheid om niet om vast te zitten aan wachtheid. Ik moet denken aan bij Domino's. Honor the graving. Alsof je dus altijd moet doen. Wat jouw graving, wat jouw behoefte, wat jouw begeerte op dat moment wil. Maar deze tekst zegt iets anders. Als we bij Jezus horen, dan mogen wij, net als Jezus, onze eigen begeerte en hartstochten aan het kruis hangen. Jezus heeft ons aan het kruis bevrijd van de macht van de zonden. En Zijn genade vergeeft ons waar het niet is gelukt, om te leven, volgens deze geboden naar Gods richtlijnen. En hoe kostbaar is dat, dat die genade er is. Maar genade is niet alleen een kracht, niet alleen iets wat de zonde van het verleden vergeeft, maar genade is een transformerende kracht die ons helpt om in de toekomst niet te zondigen. Genade wil ons vormen en transformeren. En als je er open voor staat, mag genade jou dan vormen, zodat je trouw en eerlijk wordt en daarmee op God gaat lijken. Maar de geest van de Heer is daar is vrijheid. En zijn we niet meer vast aan het slavenjuk van de zonde, hoeven we niet per se te doen. Wat soms in ons opkomt, de begeertes. En dat die begeertes in ons opkomt, ik denk dat dat ons leven lang blijft, dat hier verleidingen er zijn, die gedachtes. Maar kunnen we ze dan aan het kruisnagelijk, kunnen we ze dan bij Jezus laten. Laten we lezen. Gelaten 5, dit is de laatste tekst. Hierna, na deze tekst, als jullie dan naar voren willen komen. Gelaten 5, vers 13 en 14. Gelaten 5, vers 13 en 14. En eigenlijk gaat die hele brief van Gelaten over dit spanningsveld tussen wet en vrijheid en genade en Gelaten 5, vers 13, 15. Browers en zussen, jullie zijn geroepen om vrij te zijn. En misbruik die vrijheid niet om je eigen verlangens te bevredigen. Maar dien elkaar in liefde. Want de hele w is vervuld in één uitspraak. Heb uw naaste lief, als uzeker. Jullie zijn geroepen om vrij te zijn. En de liefde is de vervulling van de wet. Jezus laat ons zien wat die liefde is. Dat die liefde tot God en die liefde tot onze naast. Dat we daarmee de wet vervullen. En heel wat jaar geleden werden wij opgebeld, mijn man en ik, door een jongen die jarenlang bij ons opgepast had. En hij belde, mag ik eens langskomen. Prima, leuk nog leuke erbij kletsen. Maar toen hij binnenkwam, legde hij een envelop op tafel. En hij zei: Ik moet iets bekennen. Hij zei in al die jaren dat ik bij jullie heb opgepast, heb ik regelmatig geld gepakt uit jouw portemonnee. Mijn portemonnee lag altijd gewoon op zo'n plankje. En nu had hij daar spijt van. En hij wou daarmee in eerlijkheid komen. En hij kwam om dat te vertellen. Dit heb ik gedaan. Ik wil jullie vergeving vragen en ik wil zeggen dat het mij spijt. En hij zei in dit envelopje het dubbele bedrag van wat ik me nog herinner, van wat ik denk dat het ongeveer geweest is. En dat heb ik verdubbeld en dit is het bedrag. En hij had het zo spannend gevonden. Hij had heel lang moeten sparen om het bij elkaar te krijgen. En had het zo spannend gevonden: hoe gaan ze reageren. Maar hij wist, ik moet dit doen. Ik wil niet leven met dit bedrog wat er nog is. Ik wil het in de eerlijkheid brengen. En we merkten allemaal hoe fijn het is en hoeveel vrijheid het geeft als daar dan genade is. En ja, je moet soms leven met de gevolgen die er zijn geweest zijn waar je niet eerlijk bent geweest. Maar lieve mensen, het is nooit te laat om in eerlijkheid te gaan leven. En die gevolgen moeten we mee dealen. Maar ik hoop dat je genade gaat vinden op je pad onderling. Maar weet dat er bij God genade is. En dat er altijd elke dag opnieuw een nieuwe kans is om te leven in eerlijkheid. Zullen we mensen stil zijn en onze gedachten en wat we in ons leef bij God brengen, we kan je Heer, Heer Jezus.
SPEAKER_01We wil u danken, dat u genadig bent, wilt u danken dat u onze verlosser bent, Heere God, we willen u danken dat u onze bevrijder bent.
SPEAKER_02Heer, u het hoort als we ergens vast aan zitten en we u smeken om ons ervan los te maken en te bevrijden. U ziet waar we verlangen om te leven in eerlijkheid. En Heer, u bent onze bevrijder. U bent onze verlosser. Amen.